Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om een optimale gebruikerservaring te bieden. Je kunt je voorkeuren aanpassen.

Deze cookies zorgen ervoor dat de website naar behoren werkt. Deze cookies kunnen niet uitgezet worden.
Deze cookies zorgen ervoor dat we het gebruik van de website kunnen meten en verbeteringen door kunnen voeren.
Deze cookies kunnen geplaatst worden door derde partijen, zoals YouTube of Vimeo.
Deze cookie stellen onze advertentiepartners in staat om doelgerichter informatie te kunnen aanbieden.

Door categorieën uit te zetten, kan het voorkomen dat gerelateerde functionaliteiten binnen de website niet langer correct werken. Het is altijd mogelijk om op een later moment de voorkeuren aan te passen.

Roy Loos

1956
Geboorteplaats:
Dordrecht, Nederland
Foto door: Dagmar Rijgersberg - Roy Loos

Foto door: Dagmar Rijgersberg

Roy Loos

Roy aan het woord

Ik ben in februari 1956 geboren in het contractpension Oranjehotel, te Dordrecht. In november 1955 komen mijn ouders met de MV Sibajak naar Nederland, mijn moeder was hoogzwanger toen ze de overtocht maakte. Mijn ouders komen allebei van Java. Mijn vader is geboren in Banyubiri, een klein dorp in de buurt van Ambarawa en mijn moeder komt uit Sukabumi.

Mijn overgrootvader, van mijn vaderskant, vertrok in 1876 naar Nederlands-Indië als KNIL militair en heeft gestreden in de Atjeh-oorlog. Zijn opperbevelhebber was Karel van der Heijden, ook wel bekend als generaal éénoog, waar onlangs een boek over is geschreven. Mijn opa, Petrus Lodiwikus Loos heeft ook gediend als officier bij het KNIL en zijn rang bij pensionering was kapitein.

Bij aankomst in Dordrecht werden mijn ouders opgevangen in pension Van den Brancke aan de Wolwevershaven. Daarna gingen ze door naar het Oranjehotel, en kregen een kamer op de tweede verdieping.

KNIL

KNIL

‘Op latere leeftijd heb ik nog een plattegrond gevonden van hoe dat contractpension er vroeger uitzag. Die heb ik gelukkig altijd bewaard.” Deze is later ook gebruikt in het boek over contractpensions.’

Na een jaar in het Oranjehotel kregen we een appartement in Krispijn, op de Franshalsstraat. In Krispijn woonden niet zoveel andere Indische gezinnen, die zaten vooral in de toenmalige nieuwbouw wijken Wielwijk en Crabbehof. Op mijn 11e verhuisden we naar Crabbehof, toen heb ik ook veel Indische jongens leren kennen.

Hoewel ik een ‘prima jeugd’ had, kleuren lichte vormen van discriminatie en pesterijen mijn herinneringen aan de eerste jaren in Dordrecht. . Op de lagere en middelbare school zaten weinig andere Indische kinderen. Een gevoel van anders-zijn overheerst en ligt overal onder.

Frans Halsstraat 1960 (4 jaar) - 1960

Frans Halsstraat 1960 (4 jaar)

1960

‘Als nakomeling in een Indisch gezin en als enige in Nederland geboren, leef je wel een beetje in twee werelden.’

Ik voelde mijzelf heel lang meer Hollands dan Indisch. Ik werd vroeger geregeld uitgescholden voor ‘pinda’ en ben zelfs een keer op de basisschool opgewacht door klasgenoten omdat ik anders van kleur was. Dat incident ben ik nooit vergeten.

Dit gevoel van anders-zijn speelt geen rol binnen de Dordts Indische gemeenschap. Deze gemeenschap is redelijk hecht; er bestaat een natuurlijk gevoel van herkenning en verbondenheid, dat voelt goed. Sport speelt een groot onderdeel hierin, bijvoorbeeld de voetbalvereniging NOSVRI en de badmintonverenigingen Selecta en Flamingo.

Loeke, Rob en baby Roy (2)

Loeke, Rob en baby Roy (2)

Van huis uit heb ik ook nooit veel meegekregen over de geschiedenis. Vader sprak thuis nooit over Indië. Dat was een boek dat hij had dichtgedaan. Bij mijzelf ontbrak destijds ook de interesse om ernaar te vragen. Door het plotselinge overlijden van mijn vader in 1983 begon ik te mijmeren, en wilde ik ineens toch meer weten. Ik ben toen samen met mijn oudere broer, die wel nog in Indië is geboren, de zoektocht gestart bij het Nationaal Archief. Langzamerhand kwam ik steeds meer te weten over mijn Indische verleden.

De typisch Indische voorwerpen in mijn huis grijpen voornamelijk terug naar mijn vader. Zoals zijn Originele Schoolverklaring (Europese Lagere School). Maar ook een glazen asbak die mijn ouders gekocht hebben op het repatrianten schip MV Sibajak. Een “mooie” herinnering aan een gedwongen vertrek naar een vreemd land.

In 2006 ging ik met mijn gezin voor het eerst naar Indonesië. Dat was voor mij belangrijk om mijn drie zoons nog iets mee te kunnen geven over het verleden van hun voorouders in Nederlands-Indië. Ik had voorheen nooit echt de behoefte gehad om te gaan. Toen we echter het vliegtuig uitstapten in Jakarta, werd ik even stil. Er viel een gevoel van herkenning over mij heen. Het was een hele bijzondere reis, waarbij ik wederom veel heb kunnen leren over mijn eigen familieverhaal.

Vorig jaar heb ik van het onderzoek naar mijn familiegeschiedenis een boek gemaakt. Ik werd getriggerd door het actuele asielvraagstuk, omdat ik steeds meer tot het besef kwam dat mijn ouders 70 jaar geleden voor hetzelfde dilemma hebben gestaan als vluchtelingen nu. Het opschrijven van mijn familieverhaal heeft mij veel meer besef gegeven over het Indisch zijn.

foto pensionering - Roy Loos

foto pensionering - Roy Loos

‘Naarmate je ouder wordt, groeit de drang om dingen vast te houden, en dat willen vasthouden verandert door de tijd heen in een wens tot dingen doorgeven.’

Er zijn veel gewoontes uit de Indische cultuur die ik wil doorgeven aan de generaties na mij, zoals met de hele familie eten, jam karet en botol tjebok. Maar ook bepaalde normen en waarden, zoals beleefdheid en respect voor ouderen horen daarbij. Ik voel veel dankbaarheid en trots voor mijn Indische achtergrond.