Zoeken

Uw zoekacties: Neeltje Pietertje van der Have
xArchiefvormers
Zoeken in Archiefvormers
Archiefvormers
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
ArchiefvormerMaatschappelijk Hulpbetoon
Naam archiefvormer:
Maatschappelijk Hulpbetoon
Vestigingsplaats:
Alblasserdam
Onderdeel van:
gemeente Alblasserdam
Opgericht:
01-01-1936. Bron: gemeenteraadsbesluit d.d. 7 juni 1935.
Opgeheven:
01-01-1965. Bron: Algemene Bijstandswet 1965.
Ontstaan uit:
Burgerlijk Armbestuur
Taken:
Verlenen van financiële en/of materiële ondersteuning aan arme inwoners, die hiervoor geen beroep op anderen kunnen doen of aanspraak kunnen maken op een uitkering van een verzekerings- of ander fonds.
Nadere informatie:
In 1861, toen het Burgerlijk Armbestuur der gemeente Alblasserdam werd opgericht, fungeerde de lokale overheid voor wat betreft de (financiële en materiële) ondersteuning van armen en hulpbehoevenden als vangnet. Dit blijkt ook uit bovenvermelde taakomschrijving, die in het Reglement van het Burgerlijk Armbestuur is terug te vinden. Primair lag deze zorgtaak toen nog in handen van particuliere, meestentijds kerkelijke, organen.
Het Burgerlijk Armbestuur bestond uit drie leden, met een voorzitter uit hun midden en bijgestaan door een (ambtelijke) secretaris-boekhouder. Hun benoeming gebeurde door de gemeenteraad: de bestuursleden voor telkens drie jaar en de secretaris-boekhouder tot wederopzegging. Ook het ontslagrecht was in handen van de gemeenteraad.
Het Burgerlijk Armbestuur voerde zijn bestuurlijk beheer uit onder toezicht van het college van B en W en vergaderde minimaal tweemaal per maand op het raadhuis.
Onder gezag van het armbestuur fungeerden armmeesters, die zorgden voor het behoorlijk onderhoud en de instandhouding van de onroerende bezittingen en de armenverzorging in de praktijk voor hun rekening namen. De benoemingsvereisten voor armmeester waren streng: ter voorkoming van belangenvermenging en –verstrengeling bijvoorbeeld werden onderwijzers van de lagere scholen, genees-, heel- en verloskundigen die met de armenpraktijk waren belast en leveranciers en aannemers van werken van benoeming uitgesloten.

Om het gemeentebestuur meer invloed toe te kennen op de besteding van de overheidsgelden voor armenzorg en het verouderde, bestaande stelsel van armenzorg te moderniseren en uniformeren, is met ingang van 1 januari 1936 het Burgerlijk Armbestuur opgeheven en vervangen door de burgerlijke (gemeentelijke) instelling van weldadigheid op grond van artikel 2, lid 1a van de Armenwet, genaamd Maatschappelijk Hulpbetoon.
Nadere informatie 2:
Het bestuur van Maatschappelijk Hulpbetoon bestond uit vijf leden. Van 1936 tot 1941 fungeerde de burgemeester ambtshalve als voorzitter; vanaf 1941 de wethouder van sociale zaken. De overige vier leden – twee leden vanuit de gemeenteraad en twee vanuit de bevolking van Alblasserdam - werden benoemd, geschorst of ontslagen door de gemeenteraad. Elk jaar traden bij toerbeurt twee leden af, die herbenoemd konden worden. Maatschappelijk Hulpbetoon werd de eerste periode bijgestaan door een (ambtelijke) secretaris-boekhouder, die eveneens door de gemeenteraad werd benoemd en ontslagen. Later werd het hoofd van de afdeling sociale zaken van de gemeentesecretarie in die hoedanigheid door het college van B en W aangewezen als secretaris-penningmeester van het bestuur.
Het bestuur van Maatschappelijk Hulpbetoon, dat minimaal eenmaal in de maand vergaderde, voerde zijn bestuurlijk beheer uit zonder direct en actief toezicht van het college van B en W, in de zin zoals bij het Burgerlijk Armbestuur het geval was. Dat was ook niet nodig:
- Maatschappelijk Hulpbetoon betrof een met de gemeentelijke organisatie vervlochten instelling, met alle controle- en verantwoordingsmechanismen die op gemeentelijke instellingen van toepassing zijn.
- De dubbelrol van eerst de burgemeester en daarna de wethouder van sociale zaken, en van de twee gemeenteraadsleden, die alle drie deel uitmaakten van zowel het gemeentebestuur als het bestuur van Maatschappelijk Hulpbetoon, zorgden voor een nauwe verwevenheid tussen deze organen.
Nadere informatie 3:
Op grond van de Algemene Bijstandswet is Maatschappelijk Hulpbetoon met ingang van 1 januari 1965 van rechtswege opgeheven en heeft zij haar gehele (materiële en immateriële) vermogen aan de gemeente overgedragen.
De verlening van bijstand is vanaf dat moment een taak voor de afdeling sociale zaken van de gemeentesecretarie, onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college van B en W c.q. de wethouder van sociale zaken. Er zijn in verband hiermee vier commissies van advies ingesteld: een in het kader van de uitvoering van de Algemene Bijstandswet en drie voor wat betreft de uitvoering van zogenaamde rijksgroepsregelingen.

Met ingang van 1 januari 2007 zijn de taken van de gemeentesecretarie op het gebied van de bijstandsverlening ondergebracht bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Drechtsteden (ISD), later genaamd Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), met als rechtsvorm een gemeenschappelijke regeling. De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht Sliedrecht en Zwijndrecht werken hierin samen en vormen met de SDD de grootste intergemeentelijke sociale dienst van Nederland. Voor de uitvoering is de Bestuurlijke Commissie Sociale Dienst Drechtsteden verantwoordelijk. Het beleid wordt bepaald door de Drechtraad (= dagelijks bestuur Drechtsteden).
Archieftoegang(en):
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS
Sluit het Verborgen Museum