Waar de nacht stil blijft
Een hoofdstuk uit het levensverhaal van Winta (pseudoniem)
Borduuratelier van de Wereldwijven
Wanneer ik haar naam op de lijst van de Wereldwijven die ik mag interviewen zie staan, ben ik even verrast. Ik probeer al maanden de groep Eritrese dames te benaderen zonder enig succes. Halfgedraaide stoelen, ogen die wegkijken en gesprekspogingen die niet langer duren dan vijfenveertig seconden voordat het ongemak weer overneemt. 'Het is niet persoonlijk', licht een andere Wereldwijf mij in, 'Ze zijn bang voor spionage.'
Op dat moment aan tafel snap ik het niet helemaal, maar besluit het met een knik te laten rusten. In de dagen daarna verdiep ik me in een cultuur waarin mensen al vroeg leren voorzichtig te zijn met wat ze zeggen. Ik lees verhalen van vluchtelingen over de angst voor ‘de derde’ die meeluistert. Ruimtes leren navegeren waarin kritiek op de regering, zelfs in privégesprekken, tot arrestaties kan leiden. Met een vernieuwd inzicht benader ik nu, misschien met iets te veel enthousiasme, deze Wereldwijf die wél met mij in gesprek wil. Het wordt een mooi gesprek, maar tegelijkertijd ook het moeilijkste tot dan toe. Er wordt soms gelachen, maar ook veel gefluisterd. Bij enkele onderwerpen mag ik van haar geen vervolgvragen stellen, en meer dan één keer voel ik me gedwongen om de pauzeknop van mijn opnameapparaat in te drukken.
'Mijn naam [Winta] betekent gras', antwoordt zij op mijn vraag naar de betekenis van haar naam. 'Alles wat groeit en groen is … is Winta.' Zij is geboren op 10 februari 1960 in de stad Asmara. In een tijd waarin de meeste families groot waren, was zij een enig kind. Haar ouders kwamen uit een Eritrees dorp, maar verhuisden voor haar geboorte naar de stad. Ze wordt grootgebracht in het Asmara van de jaren zestig; een periode waarin Eritrea onder Ethiopisch bestuur stond en de komende dertig jaar de bloedige Eritrese Onafhankelijkheidsoorlog (1961-1991) zou meemaken. Onderwijs was niet universeel en ook niet leerplichtig, waardoor de meeste kinderen - zoals Winta - overdag op straat speelden.
'Het was niet zoals in Nederland', wijst zij op een fundamenteel verschil, 'Hier gaan kinderen na één of twee jaar al naar school. Maar in Eritrea niet. Ik wil wel, school is goed, maar het kon niet.' Scholen waren schaars, vaak niet gratis, en gezinnen moesten keuzes maken over welke kinderen zij konden laten onderwijzen. Of de jongens in haar buurt wel naar school gingen, zegt ze 'ja'. Maar Winta, zoals de andere meiden van haar buurt, werd verwacht thuis te helpen, tijd door te brengen binnen de gemeenschap en zich voor te bereiden op huwelijk en moederschap.
Officieel is Winta nooit getrouwd geweest. Net als veel Eritrese mensen van het platteland heeft zij een religieuze ceremonie gehad. Een dominee kwam bij hen thuis, en in het bijzijn van God werd het koppel aan elkaar verbonden. Dit huwelijk was wettelijk niet officieel en werd ook niet geregistreerd, maar in de ogen van God en daarmee ook van de gemeenschap waren ze volledig erkend en geaccepteerd. Met haar man kreeg ze drie kinderen: twee dochters en een zoon. Ze is trots dat ze al haar drie kinderen naar school heeft kunnen sturen. 'Nu is anders. Rond de vier of vijf jaar gaan meisjes naar school. Nu is goed, beter, mannen en vrouwen zijn hetzelfde. Vrouwen gaan ook werken; zelfde als in Nederland.'
Ze omschrijft het contact met haar kinderen als het hoogtepunt van haar leven. Als we het over dromen hebben, vindt ze dat moeilijk. 'Moeilijk, moeilijk …', herhaalt ze. En toch weet zij het. Ze droomt van de dag waarop zij een eigen huis kan kopen, om samen met haar kinderen weer aan tafel te kunnen eten en drinken. Ze wil de deuren van haar huis open kunnen houden, terwijl schreeuwende kinderen buiten op straat spelen en haar vriendinnen langskomen zonder eerst een afspraak te moeten maken. Ze mist haar geboorteland en ze mist haar kinderen. Maar één ding weet zij zeker: naar Ethiopië gaat zij nooit terug.
De Wereldwijven in het park
2025
Nog altijd in angst
Het is de eerste maandag van de maand en gedurende 1 minuut en 26 seconden jankt een sirene over de stad. In het hoofd van Winta dreigt acuut gevaar en moet ze zo snel mogelijk naar binnen. Ze moet zich verschuilen. 'Is de oorlog ook naar Nederland gekomen?', vraagt zij zich af. 'Er is geen oorlog. Er is vrijheid', moet zij zichzelf herinneren. 'in het begin was ik altijd bang. Gewoon bang.' Angstig wanneer mensen haar aankeken en zij niet wist wat ze van haar dachten. Angstig wanneer mensen haar op straat aanspraken en zij de taal niet verstond en niet terug kon reageren. Verstijfd en ineen gekrompen wanneer ze een politieauto zag, hoewel zij niets verkeerd had gedaan. Zo herinnert Winta zich haar eerste dagen als vluchteling in Nederland (in 2011) toen ze alleen in een vreemd land was.
Waarom heb je besloten om uit Eritrea weg te gaan? 'Ja, moeilijk. Moeilijk …', schudt ze haar hoofd voordat ze lang stil blijft. Ik wacht geduldig op een reactie, maar merk dat die niet meer komt. Had jouw vertrek met oorlog te maken of was er iets gebeurd waardoor je wegging? Winta blijft rondkijken. 'Ik kan niet praten.', fluistert ze. Dat snap ik. Als je mij niet kan vertellen waarom, kan je mij dan vertellen of het moeilijk was om weg te gaan? 'Ja, heel moeilijk.' En ben je alleen weggegaan? 'Ja. Alleen. Alleen.' Waarom zijn jouw kinderen niet direct met jou meegekomen? 'Ik moet eerst naar Sudan. Daarna hier komen', zegt ze, 'Met kinderen gaan is probleem. Alleen gaan lukt soms, met kinderen niet.'
Ik heb gelezen, dat de regering het moeilijk maakt om je kinderen mee te nemen. Was dat de reden? 'Regering ...' herhaalt ze fluisterend, 'Ik kan niet praten.' Ik twijfel over mijn vervolgvragen. Ik werp een blik op mijn vragenlijst en ga ze een voor een af in mijn hoofd. Nee. Nee. Nee. En dan vraag ik: 'Hoe voelt het om zo ver van huis te zijn en toch niet vrij kunnen praten. Voel je politieke censuur?' Op dat moment wordt er naar mijn opnameapparaat gewezen. We moeten pauzeren. Er wordt mij gevraagd hierover geen vragen meer te stellen.
Dame aan het werk in het naaiatelier van de Wereldwijven
2025
Een nieuwgevonden rust
Winta werkt al sinds 2015 bij de Wereldwijven Ateliers. Ze zegt dat ze inmiddels een oudere dame is, maar graag nog veel wenst te leren, zoals stoffen knippen en haar eigen kleren maken. Naar een modeschool gaan wil zij niet per se. Dat vindt zij moeilijk en ze krijgt er hoofdpijn van als ze daarnaast ook de Nederlandse taal moet lezen. Maar bij de Wereldwijven Ateliers is dat makkelijker. Ze gaat met plezier naar de ateliers, waar zij nieuwe vriendinnen heeft gemaakt. Niet alleen Eritrese vriendinnen, maar dames vanuit de hele wereld.
Thuis blijven is tegenwoordig niks voor haar. Dat bewaart ze voor wanneer al haar kinderen straks in Nederland zijn en ze samen thuis tijd kunnen doorbrengen. Haar jongste dochter woont in Nederland. Haar zoon heeft zijn weg gevonden naar Nice, Frankrijk, en haar andere oudste dochter is in Eritrea. Met haar houdt ze telefonisch contact. Winta heeft van Nederland haar nieuwe huis gemaakt. 'Ik vind het hier rustig. Geen oorlog en geen politiek. Ik vind het goed hier en wil hier blijven. Nooit meer oorlog.'
Twee dames werken in het naaiatelier van de Wereldwijven
2025