Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om een optimale gebruikerservaring te bieden. Je kunt je voorkeuren aanpassen.

Deze cookies zorgen ervoor dat de website naar behoren werkt. Deze cookies kunnen niet uitgezet worden.
Deze cookies zorgen ervoor dat we het gebruik van de website kunnen meten en verbeteringen door kunnen voeren.
Deze cookies kunnen geplaatst worden door derde partijen, zoals YouTube of Vimeo.
Deze cookie stellen onze advertentiepartners in staat om doelgerichter informatie te kunnen aanbieden.

Door categorieën uit te zetten, kan het voorkomen dat gerelateerde functionaliteiten binnen de website niet langer correct werken. Het is altijd mogelijk om op een later moment de voorkeuren aan te passen.

Ten tijde van dit gesprek hebben zowel Teresa als ik een spraakaccent dat zwaar beïnvloed is door onze moedertaal. In het Nederlands verstaan we elkaar het ene moment prima, en het andere moment lopen we letterlijk vast - alsof onze wifi-verbinding steeds wegvalt - zoekend naar de juiste woorden of een passende vertaling. Niettemin, complimenteert ze mij met mijn Nederlands en vraagt ze hoe ik het zo goed heb kunnen leren spreken. Ik ben Arubaans, zeg ik. Nederlands heb ik vanaf kinds af op school geleerd. Ik kan het heel goed lezen en schrijven, maar spreken blijft voor mij een uitdaging.

'Geloof me, ik ben veel slimmer dan ik klink', zeg ik als grap. Achteraf krijg ik hier toch een beetje spijt van. 'Stomme grap. Het valt mee!' Mijn spreken bedoel ik. Teresa glimlacht zacht. 'Nederlands voor mij ook heel moeilijk', zegt ze, 'Chinees heel goed. Nederlands half-half. Ik proberen, proberen, maar blijft moeilijk.'

Het hele gesprek raakt me van dichtbij. Ik mag met haar terugkijken naar een leven waarin grote keuzes niet alleen over werk of liefde gingen, maar ook over woorden. Over wat ze wist te zeggen, en over wat ze niet wist te zeggen. Nieuwe talen, nieuwe landen, maar eenzelfde migratieverhaal dat zich eindeloos opnieuw lijkt af te spelen.

Teresa Chi is 56 jaar en geboren in Hong Kong. Ze woont alleen in de binnenstad van Dordrecht. Tenminste, officieel alleen. Haar 28-jarige zoon Albert komt nog elke avond bij haar eten. Hij werkt hard in de horeca en vindt het fijn om bij zijn moeder aan te schuiven. Koken is haar grootste hobby: rijst, soep, varkensvlees, kip en seafood. Geen rundvlees - ze is boeddhist. Ze lacht wanneer ze vertelt dat haar vriendinnen bij de Wereldwijven Ateliers juist moslima’s zijn die geen varkensvlees eten, maar wél rund. 'Wij koken allemaal lekker', zegt ze, 'maar we kunnen elkaars eten niet proeven.' Soms is het leven precies zo. Dichtbij, maar net niet.

Op de schrikkeldag van dit jaar was het weer tijd voor het dansfeestje van de Wereldwijven Ateliers.

Op de schrikkeldag van dit jaar was het weer tijd voor het dansfeestje van de Wereldwijven Ateliers.

2024

Een familie in beweging

Teresa’s verhaal begint niet in Hongkong, maar al vele jaren eerder in China. Daar groeiden haar grootouders op, voordat zij besloten hun toekomst ergens anders op te bouwen: in Suriname. In het Zuid-Amerikaanse land vestigden ze zich, openden een eigen toko en kregen zeven kinderen. De kinderen groeiden op met het Nederlands als moedertaal en spraken nauwelijks Chinees. Later verhuisde Teresa’s vader samen met zijn vader naar Hongkong, waar zij veertien jaar woonden. Maar hij voelde zich daar niet op zijn plek. Niet vanwege het eten of de drukte van de stad, maar vanwege de taal. Hij sprak helemaal geen Chinees.

Hij wilde naar Nederland, waar zijn familie nu woonde en waar hij zich verstaanbaar kon maken. In Hong Kong ontmoette hij Teresa’s moeder, trouwde met haar, en samen vertrokken ze eerst naar Amerika. Toen het daar niet werkte, verhuisden ze rond 1970 naar Nederland. Maar in Nederland was het koud. Letterlijk. Er was geen douche in huis, wassen moest bij een kleine wastafel in het toilet en verwarming was er alleen in de woonkamer. Sneeuw, ijskoude slaapkamers en nog een probleem die in de achtergrond loerde. Teresa's moeder sprak geen Nederlands.

Weer zette taal zich vast als een onzichtbare muur tussen twee levens. Haar vader wilde niet terug naar Hong Kong, en haar moeder wilde niet in Nederland blijven. Het wordt een dilemma die ze samen niet kunnen oplossen. Ze beslissen om niet te scheiden, maar wel uit elkaar te gaan. Haar moeder verhuisde naar Hong Kong en haar vader bleef in Nederland. Teresa begreep het toen niet, maar ze zag het wel gebeuren: hoe taal een huwelijk kon breken zonder dat iemand dat hardop uitsprak.

Stoppen met school

Teresa wordt in Hongkong grootgebracht. Daar ging ze naar school, maar ze vond leren moeilijk. Op haar vijftiende beslist ze te stoppen. Niet omdat het geld er niet was - haar moeder wilde de 400 Hongkongse dollar voor haar opleiding graag betalen - maar omdat Teresa voelde dat school niet haar plek was. 'Niet goed', zegt ze over haar schoolexamens.

Ze gaat werken: zes dagen per week, van negen tot zes. Ze vindt het prima. Hard werken zit in haar bloed. Ook haar broer stopt met school en probeert zijn kansen eerst in Australië en daarna in Nederland. Maar Teresa blijft in Hong Kong, tot haar moeder zich zorgen over haar begint te maken. 'Je bent oud, Teresa! De buurmeisjes zijn al getrouwd.' Teresa was toen vijfentwintig. 'Er is een man uit Nederland. Hij heeft een paspoort, hij bezoekt Hong Kong regelmatig en is misschien een match voor jou. Misschien een toekomst!', zegt haar moeder.

Teresa laat zich overtuigen. Ze komt naar Nederland om de relatie uit te zoeken. Ze trouwt niet met hem, maar ze raakt wel zwanger. Wat hierna volgde, was opnieuw een hoofdstuk waarin taal bepalend was voor hoe en waar de rest van haar leven zich zou ontvouwen.

In het atelier wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw Wereldwijven product.

In het atelier wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw Wereldwijven product.

2024

'Blijf in Hong Kong'

Hanke van der Mast – taalcoach bij De deWereldwijven Ateliers

Hanke van der Mast - taalcoach bij de Wereldwijven Ateliers

2024

Hanke van der Mast, taalcoach op bezoek in het Dordrechts Museum

Hanke van der Mast, taalcoach op bezoek in het Dordrechts Museum

2022

Wanneer Teresa in september van 1995 naar Nederland komt, spreekt ze geen woord Nederlands. Ze probeert het te leren, maar het voelt voor haar als school vroeger. Moeilijk, onbegrijpelijk, niet haar ding. Haar partner probeert haar les te geven, maar op een te hoog niveau. Hij heeft met haar weinig geduld. Op straat kan ze niet communiceren en in de klas wordt ze uitgelachen: 'De docent mij laten praten, maar mensen veel lachen, lachen, lachen.'

Ze schaamt zich. Ze stopt met praten. Ze wordt niet Teresa genoemd, maar 'De Chinees'. Ze wil graag werken - dat kan ze goed - maar overal hoort ze dat haar taal niet voldoende is. In Chinese toko’s wordt alleen Chinees gesproken. In Nederlandse omgevingen is er weinig geduld, frustratie en onbegrip. Een plek vinden in de gemeenschap lijkt haar een grotere uitdaging dan ze had ingeschat. Na een vakantie van twee maanden in Hong Kong, met haar veertien maanden oude zoon, wil ze terugkeren naar Nederland. Maar dan krijgt ze een boodschap van haar partner die als een klap binnenkomt: 'Blijf in Hong Kong! Jij kan geen Nederlands praten. Je maakt je leven hier alleen maar moeilijk.'

Hij wil Teresa niet meer ontvangen. Zij mag van hem niet terugkeren naar hun huis in Nederland. Maar Teresa weigert. Haar zoon is in Nederland geboren en zij wil hem hier opvoeden. Ongeacht hoe moeilijk het voor haar zal zijn. Vanuit Hong Kong probeert haar moeder vriendinnen in Nederland in te schakelen om haar dochter te helpen. Dat lukt via de kerk wordt opvang geregeld. Teresa stapt het vliegtuig in en gaat het hier opnieuw proberen. Dit keer alleen.

De taal van meedoen

Vandaag is Teresa actief in Crabbehof, bij de Wereldwijven Ateliers, bij kinderavonden in de bibliotheek, ze helpt bij computerlessen voor nieuwe aankomers die alleen Arabisch spreken en helpt zij blinde mensen via ASVZ. Actief zijn is haar ding.

Ze weet hoe het voelt om ergens te willen horen, maar niet mee te kunnen doen. Bij de Wereldwijven ziet ze hoe vrouwen automatisch hun eigen taal spreken. Ze begrijpt het. Het is veilig, het is vertrouwd, maar het kan ook isoleren. Daarom staat ze achter het beleid van de Wereldwijven Ateliers om voornamelijk Nederlands te spreken in de ateliers. Het is voor haar geen oplegging van een taal, maar een manier om ruimte te maken waarin iedereen langzaam mee kan doen. 'Als iedereen hun eigen taal spreekt', zegt ze, 'dan kan ik pas meedoen als iemand ook mijn taal spreekt.' Taal is niet alleen maar woorden. Taal is toegang.

Een gezellige jaarafsluiting met een hapje en een drankje met de vrijdagmiddagclub.

2024

Teruggaan of blijven?

Soms denkt ze eraan om terug te gaan naar Hong Kong. Daar kan ze zonder barrières spreken. Alles begrijpen en vooral zelf alles regelen. Maar haar zoon is hier. Als hij straks een gezin krijgt, wil ze dichtbij zijn. Ze wilt graag op haar kleinkind passen. De beslissing om terug te gaan of te blijven, mag deze keer niet uitsluitend bepaald worden door de taal. Wanneer ik haar aan het einde van het gesprek vraag wat zij zou willen dat haar zoon of toekomstige kleinkinderen over haar weten, zegt ze dat ze hoopt dat haar zoon goede beslissingen maakt. Dat hij gelukkig is in de horeca, als hij daarvoor kiest. En dan wordt ze stil. Haar ogen vullen zich met tranen en zegt ze: 'Minder oorlog in de wereld.'

Ze hoort veel verhalen tijdens haar vrijwilligerswerk. Dokters die hier komen als vluchtelingen en niet mogen werken. Mensen met diploma’s die niets waard lijken zonder de juiste papieren, of zonder de juiste taal. 'Hun huis is kapot. Hun leven is kapot en ze hebben niks over.' Ze hoort mensen klagen dat er geen ruimte meer is en dat vluchtelingen te veel krijgen. 'Is dat menselijk?', vraagt ze zacht, 'Denk je dat ze voor oorlog hebben gekozen?' Ze weet hoe het voelt wanneer de taal je tegenhoudt. Wanneer iemand zegt dat je beter weg kunt blijven omdat je de woorden niet hebt. 'Taal is barrière', zegt ze, 'maar je kan overbruggen. Mensen moeten kans krijgen.'

Teresa wil niet herinnerd worden als de vrouw die moeite had met het Nederlands. Ze wil herinnerd worden als iemand die, ondanks alles, bleef spreken, bleef proberen en bleef meedoen. Voor haar wordt de wereld niet kleiner door anderen binnen te laten, alleen maar groter.

Pand van de Wereldwijven Ateliers op de Voorstraat

Pand van de Wereldwijven Ateliers op de Voorstraat