Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om een optimale gebruikerservaring te bieden. Je kunt je voorkeuren aanpassen.

Deze cookies zorgen ervoor dat de website naar behoren werkt. Deze cookies kunnen niet uitgezet worden.
Deze cookies zorgen ervoor dat we het gebruik van de website kunnen meten en verbeteringen door kunnen voeren.
Deze cookies kunnen geplaatst worden door derde partijen, zoals YouTube of Vimeo.
Deze cookie stellen onze advertentiepartners in staat om doelgerichter informatie te kunnen aanbieden.

Door categorieën uit te zetten, kan het voorkomen dat gerelateerde functionaliteiten binnen de website niet langer correct werken. Het is altijd mogelijk om op een later moment de voorkeuren aan te passen.

In voorbereiding op ons gesprek kom ik even bij Gaby zitten in het naaiatelier. Terwijl zij bezig is met een kussenhoes achter de naaimachine, stel ik haar een paar vragen om de juiste invalshoek voor ons gesprek te vinden. In mijn aantekeningen van de aanmeldingsdag zie ik bij haar naam drie opmerkingen staan: 'Witte dame', 'Is geen participant maar al vijf jaar vrijwilliger' en 'Vindt het toch fijn om met mij in gesprek te gaan over de organisatie in het algemeen.'

'Het is een project over migratieverhalen, toch?', vraagt ze terwijl ze haar werk niet onderbreekt. Ik knik, en begin haar meer over het project te vertellen. Toch blijft mijn oog hangen op die ene notitie: Witte dame. Ik durf het eigenlijk niet te vragen, maar de gedachte blijft hangen. 'Gaby, ben jij Nederlands?', vraag ik uiteindelijk met enige twijfel, terwijl ik de ambiguïteit van de vrouw achter de naaimachine probeer te peilen. 'Ja, ik ben gewoon Nederlands. En jij kwam uit Rotterdam toch?', vraagt ze terug. 'Ja, ik woon in Rotterdam, maar ik ben Arubaan. Geboren en getogen.' 'Maar Gaby', begin ik toch weer, 'Ik bedoelde eigenlijk meer ... ben je een witte Nederlandse vrouw?'

'Oh, zo!', zegt ze nu dat ze snapt waar ik naartoe wil. 'Nee, mijn ouders komen uit Indonesië', glimlacht ze. 'maar ik krijg dat wel vaker te horen, hoor. Dat ze het niet weten. En stiekem maak ik er ook weleens misbruik van.' Daarmee is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Wat daarna volgt is een diepgaand gesprek over afkomst, huidskleur, toegangsprivileges, en iets wat we allebei al ons hele leven doen: code-switchen.

De in Rotterdam geboren Gaby Boeza groeit haar eerste levensjaren op in de luwte van het platteland van Rhoon. Daar, op een enorm stuk land in het midden van wat toen ogenschijnlijk nergens was, begint dit hoofdstuk uit haar levensverhaal. Samen met haar vijf broers en zussen rent ze over open velden, spelend en schreeuwend tot hun knieën bruin kleuren van de grond. Ze helpen hun vader bij de groenteteelt - een donkere man in klompen die in zijn achtertuin alles weet te verbouwen wat de grond toelaat. Het is een rustig bestaan, zonder buren, dat de kinderen veel vrijheid toelaat. Maar aan dat rustige bestaan komt abrupt een einde. Het gebied waar Gaby woont moet wijken voor de aanleg van de Beneluxtunnel. Zo staat van de ene op de andere dag een donkere familie met zes kinderen voor een bovenhuis aan een drukke doorgangsweg richting de Maastunnel, in een overwegend witte Nederlandse buurt.

De ruimte verdween. Het geluid van onbekend verkeer was luid en nieuwsgierige blikken volgden elke beweging. Iedereen wilde weten wat voor soort mensen het nieuwe gezin met zes kinderen was, dat in het bovenhuis was komen wonen. Dit nieuwe begin vroeg grote aanpassingen van haar familie. Voor het eerst hadden ze buren. De kinderen konden niet meer eindeloos buiten rennen en haar vader kon geen eigen groente meer verbouwen. Het was duidelijk: ze woonden niet langer op het platteland.

Wat de zevenjarige Gaby nog niet wist, was dat zij in de ogen van hun buren méér dan nieuw was - zij was anders. Ze was in Nederland geboren. Haar moedertaal was Nederlands en ze leidde een rustig bestaan met haar ouders, broers en zussen. Dus toen de buren tijdens het koken van haar moeder naar boven kwamen om te vragen wat daar zo stonk, dacht ze: het zijn gewoon vervelende buren. Toen kinderen op school aan haar haren zaten en vroegen waarom haar huidskleur anders was dan die van haar broers en zussen, dacht ze: nieuwsgierigheid. En toen de buurvrouw zei: 'Jullie mensen hebben altijd zulke mooie tanden', klonk dat als een compliment. Tot er tijdens het spelen bij het buurmeisje ruzie ontstaat en ze wordt weggejaagd met de woorden: 'Ga terug naar je eigen land!'

Eigen land? Twijfelde Gaby even. Maar zij woont toch in haar eigen land? Ze vertelt het aan haar moeder die haar adviseert het langs zich heen te laten gaan. Geen aandacht eraan besteden. Niet reageren. Misschien uitleggen dat ze hier geboren is, maar het gesprek daarmee ook beëindigen. Gaby doet wat haar is aangeraden. Ze leert er niet bij stil te staan. Het leven gaat verder. School, afspraken, huwelijk, moederschap. Wat gezegd is, blijft onbesproken. En zo krijgt het een plaats, zonder echt te verdwijnen.

Portret van Gaby Bol

Portret van Gaby Bol

2025

Meer Indisch dan jezelf dacht

Gaby Bol in Hof van Nederland

Gaby Bol in Hof van Nederland

2025

Gaby Bol op bezoek in Hof van Nederland

Gaby Bol op bezoek in Hof van Nederland

2025

Pas jaren later, wanneer de moeder van Gaby in een Indisch verpleeghuis gaat wonen, lijkt de kwestie van identiteit weer aan bod te komen. Ze krijgt van Indische bewoners te horen, dat ze er echt Indisch uitziet en dat ze zelf veel Indischer is dan ze zich bewust is. Voor Gaby is dit even wennen. Voor het eerst in jaren moet ze stilstaan bij het feit dat ze misschien niet helemaal Nederlands is. Vooral wanneer ze van Indische mensen de kritiek hoort: 'Je hebt je aangepast', reageert ze hier licht defensief op. Zij is toch geen dier dat zich heeft aangepast? Ze vindt het dubbel. Want ze is wie zij is en zo is ze opgevoed. In haar hoofd klinkt nog altijd het advies van haar moeder, dat het niet om haar afkomst gaat, maar om wie zij is als persoon.

En toch moet ze toegeven dat, als ze stilstaat bij haar herinneringen, de betekenissen steeds verschuiven. De puzzelstukjes vallen anders in elkaar. Waarom voelde haar zus zich wél gediscrimineerd? Waarom maakte haar vader bepaalde opmerkingen (over andere bevolkingsgroepen) die ze toen niet begreep? Waarom voelden sommige complimenten ongemakkelijk, zonder dat ze kon uitleggen waarom? Wat zij als kind niet kon benoemen, herkent zij als volwassene wél: racialisering, microagressies, uitsluiting.

Dit proces - het achteraf kunnen duiden van ervaringen die je als kind normaliseerde - is geen individueel falen van begrip. Voor veel mensen van kleur is dit een herkenbare beweging. Een retrospectieve bewustwording. Een herlezing van het eigen leven. Je begrijpt dat wat je toen 'vervelend', 'nieuwsgierig' of zelfs 'een compliment' noemde, in feite deel was van een groter patroon. En dat inzicht kan schuren, omdat het betekent dat je jeugd minder onschuldig was dan je voorheen dacht.

Eén gezin, meerdere huidskleuren, verschillende ervaringen

Voor iedereen met een familie van gemengde komaf zal het geen verrassing zijn, dat hun kinderen qua uiterlijk heel verschillend van elkaar kunnen zijn. De moeder van Gaby was in Indonesië geboren en had daar tot haar dertiende gewoond, samen met haar Indonesische ouders en een Indisch-Duitse opa. Haar vader was eveneens in Indonesië geboren, als zoon van een Nederlandse man en een inlandse Indonesische vrouw. Tot zijn vierde of zesde jaar woonde hij daar, waarna het gezin naar Nederland verhuisde.

Gaby verklaart dat in haar familie iedereen enigszins een andere stempel kreeg toegekend. Haar moeder was licht van kleur en kon als Chinees-Japans doorgaan, terwijl haar broer en oudste zus donkerder van kleur waren en echt als buitenlanders werden gezien. Maar dit bracht meer dan alleen een andere stempel met zich mee. Het had consequenties voor hoe zij hun dagelijkse leven ervaarden. Huidskleur was bepalend voor wie aan racistische stereotypen kon ontsnappen en toegang kreeg tot bepaalde ruimtes.

Gaby herinnert zich een tijd waarin er in Rotterdam veel overlast werd toegeschreven aan Surinamers en Antillianen. Wanneer zij met haar broer in de stad op stap ging, kwam het weleens voor dat haar broer bepaalde plekken niet naar binnen mocht, terwijl zij dat wel mocht. Op dat moment werd zij geconfronteerd met twee opties: 'Ik kan solidair zijn met mijn broer … of toch naar binnen gaan omdat ik echt uit wil. Dus dan ging ik soms toch met een dubbel gevoel naar binnen, van ja, ik wil toch een leuke avond hebben. Ja, dat is natuurlijk best wel eens raar als je daarover nadenkt.'

Van haar ambiguïteit kon Gaby soms gebruikmaken, zoals zij het zelf noemt. Zij kon bewegen tussen werelden waar haar broer werd tegengehouden. Die ruimte had hij niet. Die gedachte brengt haar ook bij haar zus die zich wél gediscrimineerd voelde in haar jeugd en als oudste moest opkomen voor haar jongere broers en zussen. Waar Gaby kon twijfelen en soms toch naar binnen ging, stond haar zus vaker in een positie waarin ze moest reageren, beschermen, uitleggen. Hoewel Gaby dat toen niet volledig zag, kan zij zich nu voorstellen hoe anders - en mogelijk zwaarder - die rol voor haar zus moet zijn geweest. Dat besef werpt in het heden een nieuw licht op hun verschillende herinneringen aan dezelfde jeugd.

Tegelijkertijd herinnert Gaby zich ook een tijd waarin het beter leek te worden. Toen er enigszins een soort hiërarchisering van minderheden ontstond; een doorschuiving van de zondebok. Haar buurt werd steeds multicultureler en andere bevolkingsgroepen verhuisden naar de wijk. Zij waren niet langer 'de anderen' en kregen vaker te horen: 'Van jullie hebben wij geen last. Want jullie zijn Indisch.' Het werd nu de beurt aan de Surinamers, en daarna de Antillianen en vervolgens de Turken. Steeds werd een nieuwe minderheidsgroep verantwoordelijk gehouden voor bredere maatschappelijke problemen. Wanneer één groep meer geaccepteerd raakte, verschoof de projectie naar een volgende groep.

Hoe langer wij hierover met elkaar in gesprek raakten, hoe ingewikkelder het puzzelstuk werd. Woorden kregen betekenis en eerder onduidelijke gebeurtenissen verhelderden zich doordat ze voor het eerst in context werden geplaatst. We vonden elkaar in gedeelde ervaringen en gevoelens die we als mensen van kleur lange tijd hadden weggestopt.

Tegelijkertijd voelde het gesprek ook helend. Omdat we eindelijk de woorden hadden. Omdat je je zus beter begreep. Omdat de stilte van je moeder anders te plaatsen viel. Omdat je even kon erkennen: het lag niet altijd aan mij. We zijn ons ervan bewust dat dit geen afgerond gesprek is - en dat het ook niet hoeft te zijn. Het voelt als het loshalen van een draad uit een kluwen: eenmaal aan getrokken, laat zo’n draad zich niet meer terugstoppen - hij nodigt uit om verder te ontwarren.

Jaarlijkse vrijwilligersuitje naar het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem - September 2025

Jaarlijkse vrijwilligersuitje naar het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem

2025

Met nieuwe inzichten naar het nu kijken

Gaby is vandaag de dag moeder en sinds kort ook grootmoeder. Ik vraag haar wat zij zou willen dat haar kinderen en kleinkinderen uit dit gesprek meenemen. Waarop zij reageert: Wat ik heel graag zou willen? Dat de belangrijkste les is dat ze zich niet moeten schamen voor waar ze vandaan komen. En dat uiteindelijk alle mensen gewoon hetzelfde zijn, ongeacht waar je vandaan komt. En wees ook wel trots op waar je vandaan komt. Dat is eigenlijk een beetje wat ik wil. Het is eigenlijk gewoon, ja, zoals het nu is. Ik weet niet of dat het antwoord is dat je wil, maar ja'… dan denk ik: je weet dat je niet helemaal hier vandaan komt. Maar het moet niet zo zijn dat je denkt: oh, dit is een schande of schaamte, of we zijn minder. Dat moet je ook nooit hebben. Je moet gewoon trots zijn op waar je vandaan komt.'

Gaby Bol op bezoek in Hof van Nederland

Gaby Bol op bezoek in Hof van Nederland

2025