Zoeken

Uw zoekacties: Polder 'De Volharding' en haar rechtsvoorgangers
x781 Polder 'De Volharding' en haar rechtsvoorgangers
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

781 Polder 'De Volharding' en haar rechtsvoorgangers
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Andere toegangen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Inleiding Polder Het Kooiland
1.1. Benaming
1.2. Bedijking
1.3. Afwatering en bemaling
1.4. Bestuur
1.5. Secretaris-penningmeester
1.6. Archief
1.7. Geraadpleegde literatuur
Inleiding Polder De Strijensche Polder
2.1. Bedijking/dijkbeheer
781 Polder 'De Volharding' en haar rechtsvoorgangers
2. Inleiding Polder De Strijensche Polder
2.1. Bedijking/dijkbeheer
Voor de bedijking van de polder waren de gronden gelegen ten oosten en ten noorden van de respectievelijk in 1599 bedijkte polder Het Land van Essche, en de in 1600 bedijkte polder Mookhoek, en de in 1625 bedijkte polder Het Kooiland te beschouwen als "zeer rijpe" gorzen, welke uitermate geschikt waren voor de,landbouw en in eigendom en gebruik waren bij verschillende personen.
Het was voor de eigenaren/gebruikers van groot belang dat deze gorzen bedijkt werken, doordat de bedijking tevens een beveiliging inhield voor het achterliggende gebied.
De gorzen waren, zoals reeds gesteld, in eigendom bij verschillende personen, waaronder de Prinsen van Oranje-Nassau. De term Nassaugronden is in deze streek dan ook niet vreemd.
Prins Frederik Hendrik gaf als voorname eigenaar kort voor zijn dood toestemming tot bedijking.
Deze bedijking ging gepaard met hoge kosten, waardoor voor de belastingen die betaald dienden te worden, een vrijdom werd gevraagd. Overigens was een soortgelijk verzoek in die tijd niets bijzonders en werd meestal ook gehonoreerd.
Zoals ook bij andere polders het geval was, ontstond ook in deze polder een geschil met de ontvanger van de imposten en hoorngelden, een ontvanger te beschouwen op thans een gemeentelijk niveau, waardoor de definitieve vrijdom voor de duur van vijftien achtereenvolgende jaren in is gegaan per 1654.
Het bestuur van de polder was tot de oprichting van het dijkbeherend waterschap De Oosthoeksche Dijken, zelfstandig belast met het dijkbeheer. De oprichting van dit waterschap vond plaats per 1 januari 1897.
2.2. Bemaling/afwatering
2.3. Bestuur
2.4. Secretariaat
2.5. Archief
2.6. Opheffing
Inleiding
3.1. Algemeen
3.2. Stichting bemalingsinstallatie
3.3. Samenvoeging en opheffing
Inleiding
De polder Oud-Beversoord, omvattende een gebied van ca. 49 ha., werd in 1862 gereglementeerd. Het beheer van de polder werd opgedragen aan een vertegenwoordiger van de in onverdeelde eigendom toebehorende personen van de polder.
In 1917 werd bij reglementswijziging bepaald dat er een bestuur diende te komen van een voorzitter en twee leden, als gevolg van het aantal stemgerechtigde ingelanden van de polder. Dit duurde maar één jaar. In 1918 werd opnieuw een vertegenwoordiger aangewezen.
De oorspronkelijke, pas in 1948 opgeheven natuurlijke afwatering geschiedde door een sluisje in de waterkerende dijk (Wachtdijk). Dit sluisje gaf via de kreek aansluiting op de z.g. Oude Mol, die uitmondt in de buitenhaven van Strijensas.
Deze uitwatering bleef in stand tot 1878. Vanaf dat jaar vond de lozing plaats via de Strijensche Polder, en op die manier aansluiting op het inmiddels gestichte gemaal.
Dat de polder voor een groot gedeelte in gemeenschappelijk eigendom werd bezeten, moet als verklaring dienen dat er vrijwel geen archiefbescheiden aanwezig zijn.
In een nog sterkere mate geldt dit voor de polder Meeuwenoord, waarvan in het geheel geen archiefbescheiden aanwezig zijn.
Inleiding
5.1. Benaming
5.2. Bestuursinrichting
5.3. Beheer en onderhoud van de rivierwaterkerende dijken
5.4. Bemaling
5.5. Onderhoud grindweg
5.6. Archief
5.7. Opheffing
Kenmerken
Datering:
1569 - 1974
Auteur:
G. Timmerman (1995)
Titel inventaris:
Polder 'De Volharding' en haar rechtsvoorgangers
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS
Sluit het Verborgen Museum