Zoeken

Uw zoekacties: Polder 'Oud-Heinenoord'
x777 Polder 'Oud-Heinenoord'
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

777 Polder 'Oud-Heinenoord'
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Andere toegangen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Inleiding
1. Ontstaansgeschiedenis
2. Bestuursinrichting
3. Archief en inventarisatie
Inventaris
2. Stukken betrefende de bijzondere onderwerpen
2.8. Overige in het archief aangetroffen bescheiden
2.8.1. Stukken betreffende de bedijking van de polder Oud-Heinenoord
777 Polder 'Oud-Heinenoord'
Inventaris
2. Stukken betrefende de bijzondere onderwerpen
2.8. Overige in het archief aangetroffen bescheiden
2.8.1. Stukken betreffende de bedijking van de polder Oud-Heinenoord
Wij Thomas Pieter Hanssen, Cleijs Sijmons, Willem van Naerssen, heeren Cleijsen en Otto Barthoutsen Schepenen van Dordregt, oirconden ende kennen dat voor ons quamen Willem van Bijsoijen ende Joffr. Beatris van den Wael sijn wijff, bij haers mans voorschr. lant wille ende concent ende vergoeden dat hij verpacht hebben, Bouwen Gerritsen, Willem de Prucken, Herman Matheussen, Jan Willemszn., Adriaen Arentsoon, ende Jan Buijs Willemsen, een stuck lants met sijnen toebehooren genoempt die veertigh ende die sestigh mergen gelegen in Heinskensoert, dat nu ter tijt Goedschalk Thieleman Oemsen met sine vrienden toebehoort, aan die westsijde streckende van den Oert voorschreven aff oostwaerts ten lande toe, dat Gerrit van ....... met sijne medegesellen nu in pachten hebben van Willem van Besoijen, en aan de suijtsijde gelegen Arent van Roosendael met sijne lande steckende van daer aff noortwaerts ten Schoer toe, van den diepe dat daer leijt dats te weten. elcx van hen sessen voorschreven een seste deel van dit stuck lants voorschreven. Eerst een termijn van elff jaeren lanck duurende, daer die voorschreven huure aff ingaan sal Sint Pieters in Zulle *  naestcomende over een jaer, ende also voort van jaer tot jaere den voorschreven termijn lanck. Voorts sullen Bouwen Gerritsen met sijne medegesellen voorschreven dit voorschreven landt bedijcken nae haere genoeghten, alsoo sij haar weijden ofte saijet daer aff daer onder aventueren willen en al vrij dat te gebruijken den voorschreven termijn lanck. Sonder eenige thijnse off thienden daer aff te geven, ende sonder Willem van Bijsoijen ende Jouffr. Beatris voorschreven of haere naecomelingfen eenige vogelen off visscherijen daer binnen den voorschreven paelen te hebben ofte behouden tot eeuwigen dagen.
Voorts sullen Bouwen Gerritsen ende sijne medegesellen voorschreven in 't Elfste ende leste jaer van den termijn voorschreven, dit voorschreven landt dicht leveren, bedijckt met eenen goeden winterdijck, alsoo die dijckgrave metten heemraedt, die in de voorschreven lande geërft zijn, die schouwen sullen, sijne redelijcke keure hebbende tegens storm ende onweder van de Zee. Ende sal dan Bouwen Gerritsen ende sijne medegesellen voorschreven van dezen bedijckten lande voorschreven opleveren Willem van Bijsoijen ende Jouffr. Beatris voornoemt, den thienden mergen, die sij hem van hier en bedijckt sullen hebben. Ende Willem van Bijsoijen voorschreven sal dat lant, dats te weten den thienden mergen dan aanvangen met sijnen dijckstal, daer hij metten cavel dan vallen sal, ende van dier tijt, sal hij selven dat lant dats te weten den thienden margen, dan voorts bewaren van dijckasie, wegen ende wateringe maeken ende doen maecken op sijn selfst cost margen margens gelijck.
Soo die dijckgraeff metten gesworen, die keure daer van leggen ende schouwen sullen. Ende al dat ander lant, boven den thienden margen sal dan toebehooren ende voort aenvangen Bouwen Gerritsen ende sijne medegesellen voorschreven, tot eeuwigen dagen.
Ende dat sal Willem van Bijsoijen ende sijne naekomelinge in desen haeren bedijckten lande voorschreven, sijn thienden hebben van allen saede dat daerin gesaeijt worde, dats te weten, rogge, garste, spelt, boeckweijt, raepsaet, boonen, erweten, wieken ende haever, ende voort den smallen thiende, dats te weten dat thiende lam, vercken, gansen, bijen ende vlasse.
Ende dan sal Bouwen Gerritsen ende sijne medegesellen voorschreven, van den wijff ende twintichtisten schilden voorschreven als van den huure ende pacht voorschreven, vrije ende quijt aff sijn ende ongehouden wesen van Willem van Bijsoijen ende Jouffr. Beatris voorschreven ende haere erffgenamen ende haere naecomelingen ende des sullen Willem van Bijsoijen ende Jouffr. Beatris voorschreven ende haere erffgenamen ende naecomelingen hebben in haere landen voorschreven haeren excijnssen van den bier dat men daer tappen sal, dats te weten, dat elcke tapper die daer sla tappen sal geven, van elck vat biers een oude Vlaamsche boddrager. Voort als dit lant voorschreven bedijckt ende in der bruijcke gecomen is, dattet dan bij kennelijcke ongevallen mits overvloeijende inbraeck, dat Godt verhoeden moet ende dattet rijdende bleef twee Sint Maertens schouwen achter malcanderen. *  Alsoo dattet Bouwen Gerritsen ende sijne medegesellen voorschreven of haere naecomelingen daer en binnen niet weder ende bedijckten. Soo magh Willem van Bijsoijen of sijnen naecomelingen dan weder dit voorschreven lant aenvangen en haer lant daer aen slaen als aen haer vrijeijgen goet, onverlet van Bouwen Gerritsen ende sijne medegesellen voorschreven ende van haeren Erffgenaemen off van ijement anders van haeren t'wegen.
In oirconde desen brieve gegeven in 't jaer ons Heeren Duijsent Vier Hondert Vier ende Dartigh op den XVe dagh der maent van December.
In den eersten die Ettinge van den droogen dijck Soo groot ende soo cleijn als die daer gelegen is.
Item die avelingen ende kreecken binnen denselven lande gelegen ende daer toe een uijterlandeken gelegen buijtendijcks, streckende van der haven, westwaerts langs den Zeedijck gaende, zuijtwaerts op langs Goidscalx gorssen aen die eene sijde ende den Seedijck van Heijntgensoert voorschreven aan de andere sijde, streckende tot Mijnsheerenland van Moerkercken tot elcx sjaers om twaalff Rhijnsche gulden in paijements veertig grooten vlaamsch voor elcke Rhijnsgulden voorschreven gerekend, vrijgeld te betalen dese twaelf rijnse gulden paijements vrijgelt ende erfpachts voorschreven althoos elcx sjaers tot Sint Pietersdage in Sulle *  , of binnen den eerste veertien dagen daer aen inbegrepen daer aff de eerste betaelinge was tot Sint Pietersdage in Zulle *  lestleden, des is voorwaerde dat waer 't saeke sij desen erfpacht voorschreven elcx sjaers niet wel en betaelen ten voorschreven daege, Soo setten sij elcx voornoemt hen tot eenen onderpande allen haere erffenissen gelegen aen den Ambacht van Heijntgensoert voorschreven om Gerrit heere van Assendelft voornoemt ende sijnen naecomelingen hen daer aen mogen verhaelen twee schat nae den rechten van den lande.
Voort is't voorwaerde dat waer 't zaeke, dat men dit uijtterlandeken voorschreven tot eeuweigen tijt woude bedijcken, Soo sullen sij dat mogen bedijcken in alle manieren ende recht als dat oude lant bedijckt is.
In oirconden desen brief gegeven in 't jaer ons Heeren Duijsent Vier Hondert Ses en Tachtich op den Tweeden dach van October
3 Privilegie van hertog Philips van Bourgondiën, van dato 12 Meij 1454, betrekkelijk den dijkregten van Heijnenoord, bepalende:
1. de aanstelling van een dijkraaf door den Ambachtsheer;
2. de aanstelling van vijf heemraden, door de ingelanden te kiezen, alle jaeren op Sint Pietersdag ad Cathedram. *  En indien de ingelanden daarvan in gebreeken blijvende, sal 't selve door den dijkraaf gedaan worden.
Philips bij de gratie Gods hertoge van Bourgondiën, van Lotharingen, van Brabane en van Limburg, Grave van Vlaanderen, van Artoijs, van Bourgondiën, Palatijn van Henegouwen, van Holland, van Zeeland en van Namen, Markgrave des Heiligen Rijks, Heer van Vriesland, van Salms en van Mechelen, Doen Condt alle luiden:
Alzoo van wege onze onderzaten goede luiden en Ingelanden ofte ingeërfden van een Nieuwland geheeten 's Heer Woutersland ofte dat men noemt 't Heijntgensoert, gelegen int Tiesselingenweert binnen onze landen van Zuid-Holland, ons ootmoediglijk vervolgt en gebeden is, dat wij hen uit 't voorschreven Nieuwland gunnen en verleenen wouden zulke Dijkregten daar zij 't zelve land in zijne Dijkagie mede bedrijven en regeeren mochten en want wij die deugdelijke en ootmoedige bede onzer goede luiden en onderzaten voorschreven aangezien en overgemerkt hebben, altijd genegen zijnde onze goede luijden en onderzaten in goede politie en reglemente van de Dijkregten te houden, tot bewarenisse en onderhoudenisse des lands en gemeenen oirbaar.
Zoo ist dat wij onze voorschreven goeden luiden en onderzaten en ingelanden van Heijntgensoert int speciale gratie gegund en verleend hebben, gunnen ende verleenen mits desen onse brieven alsulke dijkregt als hier naer geschreven volgt
Te weten: Dat men dat voorzijde Nieuwland, alzoo groot als 't nu is, of in der tijd wesen zal, bedrijven en regeeren zal met eenen Dijkgraaf en vijf gezworen Heemraden, die voorzijde Ingelanden kiezen zullen alle jaren op Sint Pietersdag ad Cathedram. bij den meesten keuren van dengenen en die daar in geërft zijn, maar indien dat zij in gebreke vallen van den voorzijde Heemraden op den voorschreven dag te kiezen in den manieren voorschreven, Zoo zal ze dan die voorschreven Dijkgrave des anderen daags na zelve mogen kiezen, maken en ordineren. Ende zullen deze voorschreven Dijkgrave en Heemraden op den dijken aldaar schouwen en keuren mogen leggen en den dijk zwaren en ligten na den dijkregt van den Grooten Weert ons lands van Zuid-Holland voorz. nadat men dat nutte en oirbaarlijk dunken zal.
En waar't dat iemand in de dijkregten van deze voorschreven landen bij vonnisse van de voorschreven Heemraden inbreuken gewijst en gekeurt worden, het ware binnen den schouwe ofte buijten der schouwe, dat zal den dijkgraaf regten aan des breukigen erve dat hij in 't voorz. Nieuwland leggende heeft en is 't dat die breukige in 't voorz. Nieuwland niet geërfd is, zoo zal die Dijkgraaf dan die breuken verhalen aan des voorschreven breukigen kijf en goed waar hij die binnen zijn bedrijven bevinden zal.
Voort alzoo wijlen Willem van Besooijen in zijn leven Ambachtsheer van het voorn. Nieuwenland die welke in handen hadden en te bezitten plag, dat voorz. Dijkgraafschap onlangs geleden aflijvig geworden is en mitsdien dat 't zelve Dijkgraafschap ledig staat en behoort tot onzen gifte, zoo ist dat wij gansch geloove en getrouwe hebbende in den wijsheid, regtvaardigheid en goeden ernstigheid van onzen lieven en getrouwen raad en schildknaap gerrit, heere tot Assendelft, Ambachtsheer van het voorschreven Nieuweland hun aanbestorven en gesuccedeert bij doode van den veern. Willem van Besooijen, den selve Gerrit bij maniere van provisie geset, gemaakt, en geordineert hebben, zetten maken ende ordineren met desen onze voorz. brieven Dijkgraaf van den voorschreven Nieuwland, tot alzulke regten nutschappen, vervallen en profijten, als daar toe staan en gewoonlijk zijn, om dat zelve Dijkgraafschap te regeeren ofte doen regeeren en bedienen bij een goeden regtelijken man, nut daartoe wesende die hij tot eenen dijkgraaf aldaar in zijne stede zetten en ontzetten zal mogen, alzoo dik en menigwerf als 't hem believen, en dat nutte en oirbaarlijk dunken zal.
De zoo zal die voorschreven Gerrit, heer tot Assendelft, of diegene die 't voorn. Dijkgraafschap in zijne stede bewaren en regeeren zal, ons af onzen gecommitteerden goede rekening en bewijsinge van hetzelfde Dijkgraafschap doen tot allen tijden, als hij des van onzentwege vermaand zal worden, behoudelijk den voornoemden Gerrit als Ambachtsheer van alle breuken, winningen en profijten, die ons in het voorn. Dijkgraafschap verschijnen zullen, zijnde de derden penning, dat zal gedurende tot onze wederzeggen. En altijd behouden in allen onzen en een iegelijk zijns regts, van welke dijkgraafschappe, wel en getrouwelijk te regeeren tot des lands en gemeene oirbaar, de voorn. Gerrit of degene die hetzelfve Graafschap in zijne stede bedienen en regeeren zal gehouden zal wesen, den behoorlijken eed daar of te doen door dengenen en ter plaatse gelijk en in der manieren als gewoonlijk is en andere dijkgraven voor hem gedaan hebben en schuldig waren te doen.
Ontbieden daarom en bevelen alle onze amptluiden, officieren, dienaren en ondersaeten, wien dat aangaan mag, dat zij den voornoemden Gerrit, heet tot Assendelft of dengenen die hij dat voorn. alsoo bevelen zal, van denzelven Dijkgraafschap, mitsgaders mede van de voorn. regten nutschappen, vervallen en profijten, rustelijk en vredelijk doen en laten gebruiken, zonder hem te doen of te laten geschieden eenigerhande hinder, letsel, ofte moeijenisse ter contrarie, maar hem gehorig, hulpig, troostig en bijstandig zijn in alle zaken den voornoemde dienste en dijkgraafschappe aangaande. En des niet laten alzoo wij hem lief zijn, want wij alzoo gedaan willen hebben.
In oirconde van dezen zoo hebben wij onzen zegel hier aan doen hangen, gegeven op den twaalfden dag van Meij in 't Jaar onzes Heeren Duizent Vier Hondert Vier en Vijftig.
En op die ploije stond geschreven:
Bij mijn Heer den Hertoge ter relatie van zijnen Stedehouder en rade van Holland en was onderteekend C. van Dale.
Deze Copie is gecollationeert, tegen den origineele besegeld met eenen grooten rooden zegel, uithangende in dubbelden staart en accordeert met den zelve bij mij Actum 2e dag van April Anno XV c XXIX naar paasschen en was onderteekend J. de Jonge.....
Onder stond geschreven deze copie is gecollationeerd, tegens die copie van de Jonge en is bevonden accoord van woord tot woord bij mij Zijbrand Beth Janszoon, priester des Stigts van Utrecht, notaris bij den Hove van Holland geadmitteert. Lager stond:
Gecollationeerd tegens zijne gelijke copie en bevonden daarmede te accorderen op den 10 e juni anno 1500 drie en tachtig bij mij (en was ondertekend) Johannes Back not.publ.
Naar gedane collatie jegens 't geautenseerde van deze geteekend en geschreven als vooren geextracteerd uit zeker foliant Boek bekleed met perkament genommert No. 38 van folio 7 tot folio 8 verso, mij verl. binnen Dordrecht resideerende door de H. Uedele Nicolaas van der Dussen, heere van Oostbarendregt en ter handen gesteld en is deze copie daar mede van woord te woorde bevonden te accorderen op den 28 november 1699. Was getekent.
N.B.Afgeschreven van een 19e eeuw afschrift.
Kenmerken
Datering:
1434 - 1974
Auteur:
G. Timmerman (1994)
Titel inventaris:
Polder 'Oud-Heinenoord'
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS
Sluit het Verborgen Museum