Zoeken

Uw zoekacties: Waterschap 'De Boezem loozende door Strijensas' en zijn rech...
x754 Waterschap 'De Boezem loozende door Strijensas' en zijn rechtsvoorgangers
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

754 Waterschap 'De Boezem loozende door Strijensas' en zijn rechtsvoorgangers
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Andere toegangen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Inleiding
1. Ontstaan
2. Inrichting en reglementering
3. Archief
4. Opheffing
Inventaris
3. Bijlage
754 Waterschap 'De Boezem loozende door Strijensas' en zijn rechtsvoorgangers
Inventaris
3. Bijlage
Contract
Alsoo seeckere poincten waeren geaccordeert binnen Dordrecht, in St. Joris Doelen op den XIIII meij XVIc vijftich, bijde gecommitteerden van de respective polders uytwaterende door de waterloosinge, genaeempt De Meeren, door het nieuwe gemaeckte Zasch ende Sluijs,
Ende die gecommitteerden van Nieuw-Bonaventura, ende den Moockhouck op het goedt vinden ende welbehaegen van haere respectieve principalen.
Soo hebben deselve principalen ende namenlijck de Edele Heeren vande Reeckeninge van Hollandt ter eenre ende Heeren ingelanden van de respective polders ter andere zijden, deselve poincten op huijden den XX septembris XVIc een ende vijftich gearresteert, besloten ende geapprobeert, invoegen als de poincten, alhier geinsereert ende achter den anderen volgende zijn.

Dat die van Nieuw-Bonaventura met haeren binnenwater, sonder met haerluijder molens opgemalen zijnde, door de nieuw verdalven vliedt en open verlaet, uitwaterende ten respecte van de costen bijde andere polders alreede gedragen tot desen daghe incluijs, sullen betaelen de somme van twaelff carolus guldens in gereerden gelde ofte bij het overnemen van obligatien.

Ende in Cas die van Nieuw-Bonaventura op de voorschreven waterloosinge naermaels quamen te maelen, daer af sy t'allen tijde de keure hebben omme het selfde te doen, ofte te laten, dat alsdan noch daerenboven betaelen sullen aleer de molens sullen mogen maelen de somme van vijftien duijsent gelijcke guldens
Dat van nu aff aen alle de costen die verder tot het maecken ofte onderhoudinghe vande voorschreven waterlosinge, sluijssen ofte Zasch, beginnende vande sluijse van Nieuw-Bonaventura af, totten diepen toe, sulcx die nu is ofte in cas van verdere verlandingh sal comen te vervallen, mette hoofden gevolge ende aancleven van dien, gedragen sullen werden mergen, mergens gelijcke, als namenlijc bij die van Bonaventura met achtienhoinderd mergen ende seven en sestich. Out-Strijen met veertienhondert veertichmergen, TLand van Essch, mette Clemmen met seshondert acht mergen, Out-Bonaventura met tweehondert vijff ende tachtich mergen, Zuijt ende Noortcavel vanden brouck mitsgaders 't H. Geestland met tweehondert vier ende vijftich mergen, ende die van de nieuwe Strijensche polder met vierhondert negen ende dartich mergen. Bedragen te samen vierduijsent achthondert drie ende tnegentich mergen.

Ende sullen metten eersten opt goetvinden deses de twee duijsent seshondert vijff ende twintich guldens over de oncosten bij Dijckgraef ende Heemraeden van Nieuw-Bonaventura ende anderen voor desen gedaen over alle de mergentalen voorschreven, ommegeslagen ende betaelt werden.

Dat totte regeringen ende bekeuringe vande voorschreven waterloosinge, metten gevolge van dien uijtte voorschreven polders sullen werden gecommitteerd, bij die van Nieuw-Bonaventura, drie persoonen, bij het Oudelandt van Strijen twee persoonen, bij het Landt van essch één persoon, bij die van Out-Bonaventura één persoon, bij die van de Strijensche polder één persoon, mitsgaders bij die van de Noort- en Zuijtcavel van den Brouck ende het H. Geestlandt één persoon maeckende te saemen negen persoonen daer van de gecommitteerd van Nieuw-Bonaventura sullen hebben de preseantie ofte voorsitten.
Ende dat den pennincmeester en sal werden gecosen bij pluraliteijt der mergentaelen naer het doen van de iaerlijcse reeckeninge swoensdaegs nae Paesschen.

Dat den Dijckgraeeff bijde Heeren vande reeckeninge over den Strijensche polder gestelt, tselve ampt oock over den grondt vanden Moockhouck sal blijven exerceren mits dat sijne Edele daer toe sal hebben ende moeten vercrijgen commissie van de ingelanden van Nieuw-Bonaventura ende Moockhouck, ende datter één als Heemraedt vanwegen Nieuw-Bonaventura ende Moockhouck sal dienen inden Strijensche polder.
Ende soo wanneer de selve Dijcgraeff vande voorschreven Strijensche polder sijn voorschreven commissie sal comen neder te leggen ofte andersins geen dijcgraeff meer sal comen te wesen, dat aldan het Dijckgraeffschap over den grondt van Moockhouck ende vanden Trecdam metten gevolge vandien inde Strijensche polder begrepen, sal comen aen die van Nieuw-Bonaventura ende Moockhouck indien het deselve gelieft volgens der selver out recht.

Bij soo verre de ingelanden der gronden vanden Moockhouck over eenige iaeren mochten comen te resolveren vant Landeken van Haerlem eenige winterdijk te bedijcken ende annexeren aende voorschreven dijckagie vanden Strijensche polder in sulcken vougen ende met soodanige swaerte van dijcken, als de bestecken ofte beramingen daer van gemaect dat mede brengen, dat die vande Strijensche polder totte dijckagie vant voorschreven landeken van Haerlem voor een subsidie geven sullen twaelff guldens op yder mergen inde voorschreven polder begrepen sonder meer.
Mits hebben Dijckgraefff ende Heemraden vanden Strijensche polder in sulcken gevalle de regeringe ende keuren over het selfde te bedijcken landaken, als of het vanden beginne af, in eene ende selve dijckagie waere begrepen geweest, ende blijvende den Schenkeldijck, die nu alreede gemaect is, ende die alsdan tot een slaper te dienen soude in haer geheel.

Welverstaende ende met die conditie dat de voorschreven ingelanden vanden Striensen poler, niet en sullen gehouden sijn int onderhouden vanden Trekdam, aofte den dijck langs de Kille te leggen ofte te verhoogen, maer dat nopende de onderhoudinge van dien de vooschreven ingelanden van den Moochouck mette Edele van de reeckeninge sullen soecken te accorderen.

Aldus gearresteeert, besloten ende geapprobeert, den XXen septembris XVIc een dende vijftig, in oirconden geteijckent, ende was onderteijckent;
Johan van Matenesse;
W. Paets;
B. van Heemstede van Beeckesteijn, als dijcgraeff van Nieuw-Bonaventura;
Johan vanden Steen, als dijcgraeff van Outbonaventura;
Johan vander Houck.
In margine stondt:
In kennisse van mij, encde ter ordonnantie van die van de reeckeninge voornoemt, doch met die reserve, dat het laetsbovenstaende artijckel, sprekende vanden trecdam, die vande reeckeninge nergens in sal preiudicieren, ofte dat eenige novatie tegens de contracten dies aengaende voor desen gemaeckt, hiermede verstaen werdt geleijt te werden, ende was wijder geteijckent:
D. Buijs;
M. van Bekercken;
F. van der Meer;
J. Welborn.

Tussenschrift in marge:
"Dese last staert tot charge van mijn landt ende men will mijn "het commodum nemen ende laeten mijn het incommodum.
"Ende hebbe de genotieerde penningen uijt mijn goedt afgeleijt "ende is het landt alsnoch beswaert met ettelijcke duijsenden "opgelichte penningen. Ende men heeft mij genomen de vruchten "vant gors, ende nu wil men het Capitael nemen, ende mijn de "laste laten.
"Ad iure an iniuriae (hetgeen betekent: terecht of onterecht)

"t'habeat incommodum qui vult commodum. (hetgeen betekent:
Hij die het tot een gerechtelijk onderzoek wil brengen, laat hij dat maar doen!, of: Hij die het vruchtgebruik hiervan heeft, mag het hebben.
Einde tussenschrift. ??
Kenmerken
Datering:
1648 - 1974
Auteur:
G. Timmerman (1995)
Titel inventaris:
Waterschap 'De Boezem loozende door Strijensas' en zijn rechtsvoorgangers
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS
Sluit het Verborgen Museum