Verzetsstrijders

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn burgers in en uit Dordrecht actief geweest in het verzet tegen de Duitse bezetter.  Voor de tentoonstelling Dordtenaren in VERZET (2019) is met dank aan de Max van Pelt Stichting een aantal korte levensbeschrijvingen gemaakt. Gelet op de geheimzinnigheid rond en het gevaar van het verzetswerk is dit overzicht verre van compleet. Mocht u iemand missen, meld het ons dan (studiezaal@dordrecht.nl), zodat we de naam aan deze lijst kunnen toevoegen.

Alblas, Aart Hendrik (1918 – 1944)

Aart Hendrik Alblas wordt op 20 september 1918 te Middelharnis geboren. Al snel verhuist het gezin naar de Prinsenstraat in Dordrecht. Na het behalen van zijn diploma op de Christelijke HBS aan de Wijnstraat wordt hij adelborst bij de marine in Den Helder. Een jaar later meldt Alblas zich bij de Zeevaartschool in Rotterdam. Als leerling-stuurman maakt hij reizen naar China en Japan.

De Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 zorgt voor een ommekeer in zijn leven. Alblas begint met het verzamelen van militaire gegevens. In maart 1941 ontsnapt hij naar Engeland om de informatie af te leveren. Alblas krijgt bij de Britse inlichtingendienst een opleiding in coderen, morse en het omgaan met zendapparatuur. In juli 1941 droppen de Engelsen hem in de omgeving van Groningen. Met zijn meegebrachte zender reist hij door naar Den Haag.

Aart Alblas, schuilnaam Klaas de Waard, houdt zich door het hele land bezig met het (de)coderen van berichten en het inwinnen van inlichtingen. In juli 1942 loopt hij tegen de lamp en wordt hij door de Duitsers gearresteerd. Via het Oranjehotel in Scheveningen en Haaren komt hij in kamp Mauthausen (Oostenrijk) terecht. Daar wordt Aart Alblas op 6 september 1944 gefusilleerd. Alblas is de meest gedecoreerde Dordtse verzetsman: postuum wordt hij met de Militaire Willemsorde onderscheiden.

Ammerlaan, Antonius Wilhelmus (1899 – 1945)

Willy Ammerlaan is chef-inkoper manufacturen bij Vroom & Dreesmann. Vanaf eind 1943 maakt hij deel uit van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers. Daarnaast is hij lid van de Ordedienst. Eind 1944 sluit Ammerlaan zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 3e Compagnie. Hij voorziet onderduikers van bonkaarten en brengt geld bij stakende spoorwegmannen en hun gezinnen.

Als gevolg van verraad door een onderduiker wordt Ammerlaan op 28 november 1944 om vier uur in de ochtend in zijn woning door drie leden van de Feldgendarmerie en een Nederlands lid van de Sicherheitspolizei gearresteerd. Tijdens het eerste verhoor wordt hij zwaar mishandeld. Hij verblijft vervolgens ruim twee maanden in gevangenschap in Dordrecht, Rotterdam en Utrecht. Uiteindelijk wordt hij overgebracht naar het huis van bewaring in Amsterdam. Hier wordt hij op de lijst van Todeskandidaten gezet die in aanmerking komen voor fusillering bij represailles.

Op 6 februari 1945 wordt Ammerlaan samen met vier andere verzetsmensen in Hoogkarspel doodgeschoten. De fusillade is een represaille voor de gewelddadige bevrijding van een aantal mensen uit de omgeving van Hoogkarspel die illegaal bomen heeft gerooid om aan brandstof te komen. De lichamen worden in een massagraf in de duinen bij Overveen provisorisch begraven. Ammerlaan wordt herbegraven op de Erebegraafplaats van Bloemendaal.

Beekman, Jacobus Andreas (1912 – 1945)

Jacob Beekman woont in de Van Baerlestraat en werkt als ingenieur bij de Meterfabriek. Zijn huis dient als een verzamelpunt voor het verzet. Beekman is betrokken bij verzetsgroep ‘Paul’ en gebruikt verschillende schuilnamen. Hij is het brein achter de bevrijding van Lenie Dicke uit het huis van bewaring. Ruim een maand later pleegt Jacob een aanslag op de plaatselijke Gestapo-commandant in het Sicherheitsdienst-kantoor aan de Singel.

Na de bevrijding wordt Beekman commandant bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 8 juni 1945 komt hij op 32-jarige leeftijd om het leven. Jacob probeert op de Oranjelaan een Duitse pantservuist onschadelijk te maken, maar een ontploffing is het gevolg. Beekman wordt postuum onderscheiden met het Verzetskruis 1940-1945. Tevens is er in Dordrecht een straat naar hem vernoemd.

Beinema, Sytze Roelof (1894 – 1944)

Sytze Roelof Beinema is een van de grondleggers van het verzet in Dordrecht. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werkt Roel Beinema als technisch opzichter eerste klasse bij het Dordtse Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf. Hij woont in Dordrecht op het adres Singel 104c, drie deuren van hem vandaan huist de politieke politie. In april 1942 wordt hij betrokken bij de verzorging van de zogenaamde zeemanspot; het gaat hier om het inzamelen van geld voor zeemansvrouwen wier mannen op zee zijn. Beinema is een gelovig mens en verbonden aan de Wilhelminakerk aan de Blekersdijk. Als opzichter in de bui­tendienst van het elektriciteitsbedrijf komt Beinema in aanraking met veel mensen in de Alblasserwaard. Doordat hij over een auto beschikt, lukt het hem levensmiddelen voor onderduikers naar de stad te brengen.

Beinema wordt in 1943 districtsleider van de Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers, afdeling Dordrecht. Op 18 april 1944 wordt Beinema in zijn huis gearresteerd. Enkele andere leden van het verzet worden elders opgepakt. Een afdeling van de LKP wordt benaderd voor een bevrijdingspoging, maar voordat zij kunnen ingrijpen, is Beinema verplaatst naar het hoofdbureau van politie in Rotterdam. Hij wordt van daaruit naar Kamp Vught gebracht, waar hij op 11 augustus 1944 is gefusilleerd.

Bemmelen, Gijsbertus Gerardus van (1898 – 1944)

Gijs van Bemmelen is sergeant-majoor bij de Dordtse gemeentepolitie. Hij is in tegenstelling tot veel van zijn collega’s anti-Duits en sluit zich aan bij het verzet. Als opperwachtmeester mag hij zich ’s avonds na de avondklok nog op straat begeven. Samen met zijn oudste zoon verspreidt hij voedselbonnen. Daarnaast verleent hij hulp aan Joden bij het onderduiken. Op 25 oktober 1943 wordt hij gearresteerd en overgebracht naar het hoofdbureau van politie.

Op 10 november volgt zijn transport naar Kamp Vught en vervolgens op 25 mei 1944 naar het concentratiekamp in Natzweiler in de Elzas. Daar wordt Gijs van Bemmelen op 20 juli 1944 doodgeknuppeld. Postuum wordt hem het Verzetsherdenkingskruis toegekend.

Bilderbeek, Jan Dirk van (1919 – 1945)

Jan Dirk van Bilderbeek woont aan de Buiten Walevest, studeert bij het uitbreken van de oorlog tandheelkunde en raakt betrokken bij het verzet. Begin januari 1945 probeert hij met Dirk Geerlings en Hugo van Lennep het Hollandsch Diep over te steken om bevrijd Nederland te bereiken. Ze worden in de Biesbosch bij Dubbeldam door de Duitsers gearresteerd en in Dordrecht opgesloten. Vervolgens wordt hij naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Op 17 februari 1945 wordt Jan Dirk daar zonder uitleg weggehaald, naar de Waalsdorpervlakte gebracht en geëxecuteerd.

Breugel, Johannes van (1913 – 1945)

Johannes van Breugel is lid van de Binnenlandse Strijdkrachten en woont in de Brikstraat. Hij is kok van beroep. Johannes wordt met negentien anderen op 3 april 1945 aan de Oostzeedijk te Rotterdam vermoord als represaille voor de aanslag op politieofficier Jacobus Tetenburg.

Dicke, Leni (1922 – 2000)

Leni Dicke is voor het verzet actief als koerierster onder de schuilnaam Lize. Door verraad wordt zij op 3 januari door de Duitsers opgepakt en overgebracht naar het bureau van de Sicherheitsdienst aan de Singel. Haar bevrijding is noodzakelijk, want zij weet veel en men vreest dat zij onder marteling zal doorslaan. Een van de meest memorabele verzetsacties wordt daarom op 8 januari 1945 gepleegd. Het huis van bewaring in de Doelstraat wordt overvallen en met een list worden alle gevangenen, waaronder dus Leni bevrijd.

Leni Dicke en haar familie twijfelen geen moment en duiken na haar bevrijding direct onder. De Duitsers nemen wraak door het huis van de familie Dicke aan de Prinsenstraat in brand te steken. De complete woning wordt verwoest. Anders dan vele verzetsstrijders overleeft Leni de oorlog. Ze overlijdt in 2000 op 78-jarige leeftijd.

Dubbeldam, Pleunis (1914 – 1945)

Pleunis Dubbeldam is in Dordrecht geboren. Hij is technisch ambtenaar bij de PTT in Hoogeveen en sluit zich daar aan bij de Ordedienst en de Centrale Inlichtingendienst. Hij helpt het verzet door geheime telefoonaansluitingen te maken en telefoongesprekken af te luisteren. Zo voorkomt hij een aantal arrestaties. Pleunis is ook zendamateur en onderhoudt de districtszender in Hoogeveen.

Door het verraad van Geessien Bleeker wordt de hele zendorganisatie opgerold. Pleunis wordt op 10 februari 1945 gearresteerd en gevangen gezet in het huis van bewaring in Assen. Hij wordt op 8 maart 1945 bij Woeste Hoeve met 116 anderen gefusilleerd. Het is een vergelding voor de mislukte aanslag op de SS-generaal H.A. Rauter.

Duuren, Lodewijk van (1917 – 1944)

Lodewijk van Duuren verhuist in 1920 van Tilburg naar Dordrecht. In 1935 gaat hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam wis- en natuurkunde studeren. Tijdens de meidagen van 1940 vecht Van Duuren als dienstplichtig soldaat in de buurt van Dordrecht. Na de demobilisatie vat hij zijn studie weer op. Hij raakt via Wiet Dijkman betrokken bij de verspreiding van het verzetsblad Vrij Nederland. Begin 1943 gaat Lodewijk naar de groep die Trouw uitgeeft en wordt verspreider in Amsterdam-Oost en het centrum.

Op 23 december 1943 overvalt de Sicherheitsdienst het hoofdkwartier van de Trouw-groep. Dijkman wordt gegrepen maar Van Duuren weet te ontkomen. Hij gaat naar Dijkmans ouderlijk huis om belastend materiaal weg te werken. De Sicherheitsdienst is er echter al gearriveerd. Van Duuren probeert weg te komen, maar een schot in zijn been eindigt zijn vlucht.

De gewonde Van Duuren wordt naar het ziekenhuis in Den Bosch gebracht. Na zijn herstel  belandt hij in de gevangenis in Haaren, waar ook de andere Trouw-gevangenen vastzitten. De groep van 39 wordt eind juli 1944 naar Kamp Vught overgebracht. De 24 verspreiders van Trouw worden op 5 augustus ter dood veroordeeld. Vier dagen later, op 9 augustus 1944, wordt het vonnis aan zes van hen, onder wie Lodewijk van Duuren voltrokken.

Eijsden, Gommair Joannes Alphonsius Franciscus van (1890 – 1945)

Gommair van Eijsden woont in de Hendrikstraat en werkt op het distributiekantoor in Dordrecht. Hij is actief voor de zogenaamde zeemanspot; het inzamelen van geld voor zeemansvrouwen wier mannen op zee zijn. Op 20 oktober 1943 wordt hij met Gijs van Bemmelen en enkele anderen in Dordrecht gearresteerd vanwege de hulp aan Joden. Van Eijsden overlijdt op 5 februari 1945 in het concentratiekamp van Dachau. In oktober 1981 wordt hij postuum onderscheiden met het Verzetskruis.

Faasen, Willem (1887 – 1944)

 Willem Faasen is actief in het verzet in Dordrecht. Hij wordt op 14 september 1944 in Rotterdam gefusilleerd, samen met enkele andere verzetsmensen in de tuin van de Sicherheitsdienst aan de Heemraadsingel.

Franzen, Louis Johan Marie (1924 – 1945)

Louis Franzen is politieagent in opleiding en lid van de inlichtingendienst ‘Wim’ in Dordrecht. Deze houdt zich bezig met het verzamelen van inlichtingen, het overbrengen van berichten en het naar veilig gebied brengen van (Joodse) onderduikers en geallieerde piloten. Halverwege de oorlog duikt hij onder bij de familie Oolbekkink in Nijmegen. Na de mislukte liquidatie van de verrader Van der Burgh op 24 september 1943 door de verzetsgroep Poelen in Nijmegen wordt H. Oolbekkink nog dezelfde dag op zijn huisadres opgepakt. Bij de arrestatie wordt de jonge onderduiker Louis Franzen ontdekt en meegenomen.

Hij komt uiteindelijk terecht in het concentratiekamp van Hameln. Op 6 april 1945, net voor de komst van de Amerikanen, wordt Franzen met zijn medegevangenen in een dodenmars naar het concentratiekamp van Holzen gedreven. Strompelend naar Holzen zakt hij in elkaar en wordt door een SS-er bij Dohnsen doodgeschoten. Na het einde van de oorlog wordt hij herbegraven op het Ereveld in Loenen.

Gerritse, Cornelis (1914 – 1945)

 Cornelis is wachtmeester in Dordrecht en lid van de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 1e Compagnie. Op 8 juni 1945 komt hij om het leven. Samen met Jacob Beekman en Klaas aan de Wiel probeert hij op de Oranjelaan een Duitse pantservuist onschadelijk te maken, maar een ontploffing is het gevolg.

Graaf, Aart de (1920 – 1945)

Aart de Graaf is expeditieknecht en woont in de Soembastraat. Hij verzorgt het transport van piloten naar het vrije zuiden. Op 16 januari 1945 wordt hij gearresteerd na het gebruik van een revolver bij de diefstal van Duitse brandstof. Aart wordt overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen. Op 12 maart 1945 wordt hij op de Pleinweg in Rotterdam gefusilleerd als represaille voor het doodschieten van twee SS’ers.

Hamburger, Emanuel (1901 – 1945)

Emanuel Hamburger woont in de Christiaan de Wetstraat en is leraar aan de Dordtse HBS. Daarnaast is hij meester in de rechten, voorzitter van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in Dordrecht en lid van de Provinciale Staten. Als Joodse man moet hij in 1941 gedwongen ontslag nemen.

Emanuel duikt onder en gaat in het verzet. Hij is actief bij de hulp aan onderduikers en de verspreiding van illegale kranten. Een oud-leerling die voor de Sicherheitsdienst werkt, verraadt hem. Na zijn arrestatie op 6 december 1944 wordt hij via het Rotterdamse politiebureau aan het Haagsche Veer overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen. Als represaille voor een aanslag op de NSB-burgemeester van Nieuw-Beijerland, wordt Emanuel Hamburger op 18 februari 1945 op de Blaaksedijk in Heinenoord met negen anderen gefusilleerd.

Hoogewerff, Gerard (1918 – 1945)

Gerard Hoogewerff is bloemist in Dordrecht en lid van het verzet. Hij komt op 7 mei 1945 in Utrecht om bij een gewapend treffen tussen de Binnenlandse Strijdkrachten en Duitse militairen.

Hornsveld, Cornelis Samuel (1907 – 1945)

 Cornelis Hornsveld is ambtenaar bij de Centrale Controledienst en is lid van het verzet. Hij sluit zich aan bij de Binnenlandse strijdkrachten – strijdend Gedeelte, 2e Compagnie. Op 14 april 1945 komt hij in Dordrecht om het leven bij het transport van handgranaten die spontaan ontploffen.

Kappelhoff, Cornelis (1920 – 1945)

Cornelis Kappelhoff is student en woont aan de Singel. Hij wordt lid van de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 1e Compagnie. Hij komt op 11 maart 1945 in Dubbeldam om het leven bij een ontploffing in een door hem betreden munitiebunker op het landgoed Amstelwijck.

Keesmaat, Leendert (1911 – 1941)

Leendert Keesmaat is de oudste zoon van een gereformeerd gezin in Dordrecht. Zijn vader is ouderling in de Wilhelminakerk. Als onderwijzer verhuist Keesmaat naar Rotterdam en sluit zich aan bij de Geuzengroep. Na zijn arrestatie in november 1940 tot zijn dood zit Keesmaat vast in het huis van bewaring van Scheveningen, ook bekend als het Oranjehotel. Tegelijkertijd worden ook zijn broers Arie en Wim gearresteerd. Leendert en Wim Keesmaat slaan ondanks de mishandelingen tijdens hun verhoren niet door en worden uiteindelijk tijdens het Geuzenproces veroordeeld tot drie respectievelijk twee keer de doodstraf.

Keesmaat is een van de achttien in het gedicht Het lied der achttien doden van Jan Campert. Leendert Keesmaat wordt op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd, de straf van de nog minderjarige Wim Keesmaat wordt omgezet in levenslang. Tijdens zijn gevangenschap houdt Leendert een dagboek bij, dat hij op closetpapier schrijft. Een medegevangene draagt dit dagboek over aan de familie. Hij is in 1945 herbegraven op de Essenhof in Dordrecht.

Kloos, Jan (1919 – 1945) en Dina Kloos-Barendregt (1924 – 2015)

Jan Kloos gaat in oktober 1944 werken voor de inlichtingendienst van de Binnenlandse Strijdkrachten in Dordrecht. Samen met zijn vriendin en latere echtgenote Dina (Diet) Barendregt verzamelt hij inlichtingen over troepenbewegingen, opstellingen van afweergeschut, treintransporten enz. Zijn werk als ornitholoog en hun wandelingen en boottochtjes door de natuur als jong verliefd stel bieden hem en Diet een goede dekmantel om zich vrij in het terrein te bewegen.

Diet is al vanaf 1941 bij het verzet betrokken. Begin december 1944 wordt Jans Dordtse vriend en verzetsman Leendert Reidsma door verraad gearresteerd. Volgens sommige bronnen worden Jan en Diet in zijn zakboekje genoemd. Dat wordt hen noodlottig. Twee weken na hun huwelijk worden Diet en Jan in de nacht van 8 op 9 december 1944 door de politie van hun bed gelicht. Ze worden ingesloten in het huis van bewaring aan de Doelstraat en twee dagen later overgebracht naar de strafgevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht.

Vanaf 14 december worden beiden langdurig door de Sicherheitsdienst verhoord. Diet is getuige van ernstige martelingen die Jan ondergaat. Hij laat echter niets los. Op 15 december 1944 wordt het doodvonnis wegens spionage tegen Jan Kloos uitgesproken. Diet wordt eind januari vrijgelaten en pakt haar illegale werk weer op, onder meer als hoofdkoerierster van de sectie Jacob van de Binnenlandse Strijdkrachten in Dordrecht. Op 30 januari 1945 worden Jan Kloos en Leendert Reidsma in Amsterdam gefusilleerd. Diet overleeft de oorlog en overlijdt in 2015.

Kooiman, Pieter Leendert (1913 – 1990)

Pieter Kooiman woont aan de Nieuwe Haven en is bedrijfsleider. Eind 1943 wordt hij actief in het verzet en leidt de verzetsgroep ‘Paul’. Na de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten gaan alle leden van de verzetsgroep over naar het Strijdend Gedeelte. Kooiman wordt dan districtscommandant.

Koopman, Anne Willem Arie (1911 – 1944)

Anne Koopman is kantoorbediende en sluit zich aan bij het verzet. Hij is leider van De Waarheid. Na verraad wordt hij gearresteerd en op 13 november 1944 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Kriek, Abraham de (1903 – 1944)

Abraham de Kriek verhuist naar Rotterdam en is daar conducteur. Hij sluit zich aan bij het verzet. Hij wordt op 20 mei 1944 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Linden, Gerrit David van der (1913 – 1942)

Gerrit van der Linden is ambtenaar en sluit zich aan bij het verzet. Hij wordt op 20 oktober 1942 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Lodder, Anne Willem (1914 – 1945)

Anne Willem Lodder is brandwacht in Dordrecht en woont aan de Waalstraat. Hij sluit zich aan bij het verzet. Hij wordt op 12 maart 1945 met negentien anderen op het Hofplein in Rotterdam terecht gesteld als represaille voor de moord op de Duitser Dietrich Desselberger.

Monshouwer, Simon Cornelis (1917 – 1945)

Simon Monshouwer is slager en woont aan de Cornelis de Wittstraat. Hij sluit zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 2e Compagnie. Op 12 juli 1945 komt hij bij een ongeval in Dordrecht om het leven.

Oversier, Cornelis Laurens (1920 – 2019)

Kees Oversier treedt in 1938 in dienst bij Unilever als leerling-verkoper. Het vervullen van de dienstplicht brengt hem in 1939 naar de opleiding voor reserveofficieren infanterie in Kampen. Na zijn opleiding wordt hij als vaandrig geplaatst bij het Garderegiment Grenadiers in Den Haag. Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 heeft Oversier het commando over een sectie van het 1e Bataljon Grenadiers en verdedigt de rond Den Haag gelegen vliegvelden Ypenburg, Valkenburg en Ockenburg.

Na de capitulatie keert Oversier terug bij Unilever, maar treedt in 1942 in dienst bij de verzekeringsmaatschappij De Holland van 1859 in Dordrecht. Vanwege zijn weigering zich te melden als krijgsgevangene duikt hij in maart 1943 onder bij boer Peer Neggers in Middelbeers op het Brabantse platteland. Begin 1944 keert hij terug naar Dordrecht. Hij wordt luchtwachter bij de luchtbescherming en ontmoet er verzetsstrijders, waardoor hij in het verzetswerk terecht komt.

Oversier sluit zich in 1944 aan bij de Binnenlandse Strijdkracht – Strijdend Gedeelte, 3e Compagnie onder leiding van Paul Leendert Kooiman. Hij neemt deel aan allerhande verzetswerk, zoals wapentransporten en het verzamelen van voedsel en brandstof. Op verzoek van Paul Kooiman biedt Oversier de Amerikaanse 1e luitenant-vlieger Grover Paul Parker een schuilplaats in zijn woning. Ook weet Kees een Pool die uit het Duitse leger gedeserteerd is in de Biesbosch in veiligheid te brengen. Na de bevrijding neemt Oversier ontslag bij De Holland en is hij enige tijd werkzaam als tolk voor de Engelse Field Security en als zuiveringsofficier. In 2019 overlijdt hij op bijna 100-jarige leeftijd.

Pelt, Marcus van (1918 - ..)

Max Van Pelt is al vroeg actief in het verzet en wordt lid van de Ordedienst. Hij krijgt de opdracht om een soortgelijke organisatie in de regio Dordrecht op te zetten. Dit leidt in 1941 tot zijn arrestatie vanwege spionage tegen Duitsland. Na zijn vrijlating wegens gebrek aan bewijs zet hij zijn werk voort en richt in Dordrecht de 17e Divisie op. Deze organisatie richt zich vooral op de hulp aan onderduikers en armlastige gezinnen en het aanleggen van wapen- en medicijnvoorraden.

Van Pelt ondersteunt alle om hulp vragende verzetsgroepen met wapens, kleding, voedsel en wat hij maar missen kan. Ook de Binnenlandse Strijdkrachten kunnen op zijn steun rekenen. Daarnaast weet Max vele geheime inlichtingen te verzamelen en door te geven aan de geallieerden. In 1945 infiltreert hij bij de Duitse geheime dienst die een zogenaamd Weerwolven-netwerk wil opbouwen in de regio Dordrecht. Hij vertrekt voor een opleiding naar Amsterdam. Hoewel Van Pelt met toestemming van Pieter Kooiman bij de Duitse geheime dienst is geïnfiltreerd, wordt hij kort na de bevrijding gearresteerd en beschuldigd van spionage voor de Duitsers.

Van Pelt wordt meer dan een half jaar zonder aanklacht of verhoor vastgehouden in een gevangenis vol oorlogsmisdadigers en collaborateurs. Max wordt zwaar getekend door de ontberingen en vernederingen die hij als verzetsman moet doorstaan. De onterechte beschuldigingen blijven hem achtervolgen zijn dood. In 1984 wordt aan Max van Pelt het Verzetsherdenkingskruis verleend.

Plooij, Hendrik (1921 – 1945)

Hendrik Plooij is student en woont aan de Adriaan van Blijenburgstraat. Hij wordt lid van de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 17e divisie onder Max van Pelt. Hij wordt op 12 maart 1945 met negentien anderen op het Hofplein in Rotterdam terecht gesteld als represaille voor de moord op de Duitser Dietrich Desselberger.

Reidsma, Leendert (1919 – 1945)

Leen Reidsma studeert scheepsbouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft. In het voorjaar van 1943 eist de Duitse bezetter van studenten dat zij, om verder te studeren, een loyaliteitsverklaring ondertekenen. Leen weigert en duikt onder. Op 1 november 1943 wordt hij tijdens een controle op persoonsbewijzen gearresteerd en ingesloten in het Oranjehotel in Scheveningen. Na twaalf dagen wordt hij weer vrijgelaten en tewerkgesteld als calculator bij de afdeling scheepsbouw van Scheepswerf en Machinefabriek De Biesbosch in Dordrecht.

Reidsma wordt in de zomer van 1944 lid van de verzetsgroep ‘Albrecht’ die zich bezighoudt met militaire spionage voor het Nederlandse Bureau Inlichtingen in Londen. Als verkenner brengt hij militaire stellingen in kaart. In september 1944 sluit Leen zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 2e Compagnie. Vanaf half oktober verspreidt hij het illegale blad De Vrije Pers en zamelt geld in voor stakende en ondergedoken spoorweglieden.

Door verraad wordt Reidsma op 30 november 1944 in Dordrecht gearresteerd en overgebracht naar het huis van bewaring in Utrecht. Hij wordt tijdens de verhoren zwaar mishandeld. Vervolgens wordt hij overgebracht naar het huis van bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam en op de lijst van Todeskandidaten gezet. Op 30 januari 1945 wordt hij met vier andere verzetsmensen, onder wie Jan Kloos gefusilleerd bij de Amsteldijk. De aanleiding voor de fusillade is onduidelijk. In opdracht van de bezetter worden de vijf lichamen in een massagraf in de duinen bij Overveen begraven.

Rombout, Johannes (1913 – 1970)

Jan Rombout werkt bij de Belastingdienst in Dordrecht en is actief in het verzet. Zijn schuilnaam is Jan Staart. Vanaf september 1944 zet hij geallieerde soldaten en verzetsmensen via de Biesbosch over naar het bevrijde Noord-Brabant. Door deze crossings, redt hij verscheidene mensen het leven. Voor zijn verzetswerk wordt hij onderscheiden met de Bronzen Leeuw en de Medal of Freedom of the USA. In 1951 emigreert hij naar Australië en vandaaruit in 1961 naar de Verenigde Staten waar hij in 1970 overlijdt.

Roo, Bart de (1908 – 1942)

Bart de Roo verhuist van Dordrecht naar Den Haag en is daar broodbezorger en zuivelhandelaar. Hij wordt lid van het verzet en maakt deel uit van de Ordedienst. Op 6 juni 1941 wordt hij opgepakt. Op 26 oktober 1942 wordt hij samen met drie anderen gefusilleerd in het duingebied bij Overveen. Na de oorlog wordt zijn as bijgezet op het Ereveld in Loenen.

Ruyter, Franciscus de (1919 – 1945)

Frans de Ruyter sluit zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdende Gedeelte, 2e Compagnie. Hij komt op 23 april 1945 in Dordrecht om bij het demonteren van een landmijn.

Schotel, Borghardus Louis (1921 – 1957)

Borghardus Schotel is van 1943 – 1945 onder de werknaam Louis, later Lex, bureauhouder van de Geheime Dienst Nederland in Dordrecht. Na de oorlog wordt hij koninklijk onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Hij is dan stuurman bij de koopvaardij.

Sebes, Hendrik Johannes (1919 – 1944)

Henk Sebes is kleermaker en woont aan de Gevulde Gracht. Al snel na het uitbreken van de oorlog wordt hij lid van het verzet en vertrekt hij naar Engeland. Als geheim agent met de codenamen Leek en Salberg in de rang van sergeant, behoort Sebes tot de Special Operations Executive / Plan Holland. Op 5 april 1942 wordt hij boven bezet Nederlands gebied gedropt.

Op 9 mei 1942 wordt hij het slachtoffer van het Englandspiel en gearresteerd. Via Haaren wordt Sebes naar het Poolse Rawicz gedeporteerd en later naar het concentratiekamp Mauthausen. Daar wordt hij op 6 september 1944 gefusilleerd. Postuum wordt hem in 1953 het Bronzen Kruis verleend.

Straaten, Joseph Jacques van (1890 – 1941)

De Joodse Joseph van Straaten verhuist als zenuwarts naar Rotterdam. Daar sluit hij zich aan bij de verzetsgroep De Geuzen die eind 1940 wordt verraden. Op 9 april 1941 wordt hij met 155 andere leden naar het concentratiekamp Buchenwald gedeporteerd. Daar wordt Joseph op 5 mei 1941 vermoord.

Vogel, Adriaan (1902 – 1944)

Adriaan Vogel verdient de kost als kapitein op de binnenvaart. Hij zit een groot deel van de oorlog ondergedoken, omdat hij lid is van het verzet. Hij verspreidt onder andere het Parool in Dordrecht. Na een ongeluk waarbij zijn moeder, twee zusjes en een nichtje om het leven komen, gaat Adriaan terug naar huis. Waarschijnlijk wordt hij verraden. Op 16 juli 1944 doet de Sicherheitsdienst een inval en wordt Adriaan meegenomen. Op 30 augustus 1944 wordt Adriaan Vogel in Kamp Vught gefusilleerd.

Wapperom, Hugo Cornelis (1915 – 1942)

Hugo Wapperom vestigt zich na zijn schooltijd als groentehandelaar in Den Haag en wordt daar na de Duitse bezetting lid van het communistisch verzet. Hij verspreidt er onder andere verzetskrant De Vonk, een lokale editie van De Waarheid. Wapperom wordt echter door de Duitsers gearresteerd en naar het concentratiekamp Gross-Rosen gedeporteerd. Daar wordt hij op 7 augustus 1942 vermoord.

Wegerif, Cornelis (1920 – 1943)

Cornelis Wegerif verhuist naar Rotterdam en is controleur in de bibliotheek. Hij wordt vaandrig bij de luchtdoelartillerie en sluit zich na de Duitse bezetting aan bij de Ordedienst. Ook is hij actief bij de inlichtingendienst onder Jan van Hattum. Cornelis wordt opgepakt en in Kamp Amersfoort ondergebracht. Hij wordt op 20 juli 1943 op de Leusderheide gefusilleerd.

Werson, Reinier (1889 – 1945)

Reinier Werson is fabrikant van vlaggen en lid van het verzet. Hij is actief bij de illegale pers, zoals Het Nieuwsblad en Ons vrije Nederland. Hij wordt op 3 februari 1945 in Siegburg vermoord.

Wiel, Klaas aan de (1915 – 1945)

Klaas aan de Wiel is lid van de Binnenlandse Strijdkrachten – Strijdend Gedeelte, 1e Compagnie. Op 8 juni 1945 komt hij om het leven. Samen met Jacob Beekman en Cornelis Gerritse probeert hij op de Oranjelaan een Duitse pantservuist onschadelijk te maken, maar een ontploffing is het gevolg.

Wijnberg, Abraham (1913 – 1943)

De Joodse Abraham Wijnberg woont in Dordrecht en is van beroep lasser. In november 1941 sluit hij zich aan bij de Ordedienst onder de schuilnaam Bob. Hij is betrokken bij de aanslag op een WA-man op 20 april 1942 en wordt op 24 juli 1942 in Ede gearresteerd. Bij zijn arrestatie heeft hij twee revolvers bij zich. Via het Oranjehotel in Scheveningen komt hij in Kamp Amersfoort terecht. Abraham wordt op 29 juli 1943 op de Leusderheide gefusilleerd.

Sluit het Verborgen Museum