Schepenbrief

Een stukje perkament met een tekst, meer dan zeven eeuwen oud. Om precies te zijn uit 1296. De tekst is in het Nederlands. Anders geschreven dan nu, dat wel. Maar wie goed kijkt, ontdekt al snel vertrouwde woorden: ‘den ghenen die desen brief brenghet … in goeden trouwen … int jaer ons heren.’

Alle ambtenaren schrijven in de 13de eeuw in Latijn, ook hier op het stadhuis. Dordrecht is dan de belangrijkste stad van Holland. Dat manifesteert zich onder- meer in de toestemming van graaf Floris V in 1271 om ter versterking van de stad een gracht te graven; in 1284 bevestigt hij dat nog eens en toont het nieuwe stadszegel een ommuurde toren die de stad symboliseert.

In die tijd valt ook de beslissing de ambtelijke stukken voortaan in het Nederlands op te stellen. De groeiende activiteiten nopen tot meer schriftelijke vastleg- ging. Tot dan was dat een neventaak van de geestelijkheid die Latijn hanteerde. In de jonge stad Dordrecht namen beroepsambtenaren dat werk over en zij gaven de voorkeur aan voor iedereen begrijpelijk Nederlands, ‘naar de burger toe’, zeg maar. Dordrecht ontwikkelt zich vervolgens tot het belangrijkste stede- lijk schrijfcentrum van Holland met een eigen lokale schrijfstijl. Ze staat daarmee model voor andere steden en speelt een belangrijke rol bij de vorming van de Nederlandse standaardtaal.

De schrijver van de hier getoonde tekst is bekend. Onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om Melis Stoke. Als klerk dient hij Floris V, graaf van Holland, tot deze op 27 juni 1296 wordt vermoord. Stoke treedt dan in dienst van het stads- bestuur van Dordrecht en blijft dat tot oktober 1299. Dit is de oudst bewaard ge- bleven Dordtse tekst van zijn hand. Daarna treedt Stoke in dienst van de nieuw aangetreden graaf Jan II en gaat daarnaast werken aan een Rijmkroniek van Holland: een ambtenaar die van poëzie houdt.

De Rijmkroniek is een ruim 14.000 verzen tellende geschiedenis op rijm van het graafschap Holland en Zeeland. Literaire non-fictie zou je het kunnen noemen. Vooral de ontregeling van het dagelijks leven tengevolge van politieke moorden en militaire acties in de jaren 1296-1304 vormen het onderwerp. De ontketende machtsstrijd en de moord op graaf Floris V komen ruim aan bod. De gebeurtenis- sen worden in de volkstaal weergegeven met behulp van literaire middelen zoals beeldspraak, dialoog en ritme. Een groot dichter is Stoke niet, maar zijn beschrijvingen zijn levendig, met aansprekende details en hij weet emoties over te brengen. Zo vertelt hij het verhaal van de twee hazewindhonden van graaf Floris V die hem bij leven overal volgden en die, als hij ligt opgebaard, niet van zijn zijde willen wijken. Stoke geeft een ooggetuigenverslag, zo blijkt, want hij sluit af met: ‘Ic sach se beide sitten daer’. Boeiend is ook zijn verslag van het bezoek van Willem, de zoon van graaf Jan II, in 1304 aan Dordrecht. De hele stad staat op z’n kop, want: ‘Dat volc was over blide. Men riep: Wellecomen! Te stride!’ En dat alles tegen het decor van een uitbundige feestverlichting: er is geen huis zonder ‘tortise of lanteerne’.

Riny Benschop

Sluit het Verborgen Museum