Ontwikkeling van het Eiland van Dordrecht

Alsof er geen verwoestende oorlog woedt, organiseert de VVV in 1942 van 1 juli tot 13 september de tentoonstelling Groeiend Dordrecht. Onderwerp is de uitbreiding van het eiland en de toename van de bebouwing in de loop der tijden. Doel is ‘de liefde voor onze stad bij zijn bewoners aan te kweeken en haar bij anderen grooter bekendheid te verschaffen’.

In zaal 1 van het Dordrechts Museum ligt de nadruk op de juist dan plaatsvindende opgravingen bij Huis te Merwede, onder leiding van professor Renaud. Er wordt in de zaal zelfs een deel van de ruïne opgemetseld met stenen van de opgraving. Door een door kunstschilder Cor Noltee nagebouwd Melkpoortje bereikt men zaal 2, waar het historische Dordrecht centraal staat met afbeeldingen uit het stadsarchief. Ook is er een maquette van de stad in 1544 te bewonderen, speciaal voor deze gelegenheid door timmerlieden van openbare werken vervaardigd. Zaal 3 tenslotte toont de nieuwere uitbreidingen met de 19de-eeuwse schil, Krispijn, de Staart en het Land van Valk. Trekpleister hier zijn de maquettes van de stad in 1942 en het in de crisistijd aangelegde Wantijbad en Wantijpark. De expositie is met bijna 15.500 betalende bezoekers uiterst succesvol.

De maquette van 1544 komt later in het bezit van het Regionaal Archief Dordrecht. En dat geldt ook voor een andere publiekstrekker van de tentoonstelling: deze kaart van het Eiland van Dordrecht in glas-in-lood, gemaakt door de bekende Dordtse glazenier Toon Berg.

Het raam toont de herovering op het water door inpoldering van delen van de tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1421 verdronken Groote Waard. Dordrecht kwam toen op een eilandje in een binnenzee te liggen. In de 17de eeuw was de grond door voortdurende opslibbing rijp voor bedijkingen. Bovendien was het economische tij gunstig door de aanwezigheid van rijke kooplieden die hun geld graag in inpolderingen willen investeren. In een periode van nog geen 60 jaar ontstaan dan het Oude Land van Dubbeldam (1603), de Noordpolder (1616), de Zuidpolder (1617), de Alloyzenpolder (1652) en de Polder Wieldrecht (1659). Daarna volgen nog wat kleinere indijkingen.

Pas in de crisisjaren krijgt het Eiland van Dordrecht met de inpoldering van de Dordtse Biesbosch als werkverschaffingsproject zijn afronding. Rond de kaart zijn wapen en zegel van de stad aangebracht en afbeeldingen van een overstroming en een waterwezen met een hoorn des overvloeds. En onderaan dit versje van Joh. van Meurs:

Neem Neerlands boer zijn landen af,
dan houdt hij nog zijn water.
Daar maakt hij toch weer land uit op,
wat vroeger of wat later.

Jan Alleblas

Sluit het Verborgen Museum