Drieluik van het Sacramentsgasthuis

Met enige fantasie zou je dit drieluik in eigentijds Nederlands een sponsorvermelding kunnen noemen. Het komt uit het Sacramentsgasthuis en dateert uit de 16de eeuw. Het vermeldt de namen van schenkers en ook wat door hen mogelijk gemaakt wordt.

Het is niet exact bekend wanneer het Heilig Sacramentsgasthuis van Dordrecht is gesticht. In elk geval vóór 1284, want dan wordt het vermeld in de stadsrekening. Het gasthuis dankt zijn naam aan de jaarlijkse processie ter herdenking van de wonderbaarlijke redding van een hostie uit de vuurzee tijdens de stadsbrand van 1338.

Gevestigd aan de Visstraat omvat het een kapel, een ziekenhuis met bijgebouwen en een kruidentuin met wijngaard. De bedoeling is zieke, minvermogende Dordtse burgers op kosten van de gemeenschap te verzorgen. Er is plaats voor ongeveer 40 patiënten die verpleegd worden door de stadschirurgijn en de Magdalenazusters. Van een medische behandeling is overigens geen sprake. Patiënten worden hooguit ‘warm toegedekt bij zweten’, ‘ingewreven met azijn en zout’ of ‘besprenkeld met wat rozenwater ter verfrissing’. In het algemeen geldt goede voeding met wijn en bier – het water was toen ondrinkbaar – als beste medicijn. Logisch dus dat veel schenkingen aan het gasthuis bestaan uit voedsel en drank.

De belangrijkste inkomsten van het gasthuis komen uit verkoop van eigendom en onroerende goederen, renten op kapitaal en grond-, jacht- en visrechten en de bezittingen van overleden patiënten. Middeleeuwers die bij testament willen schenken, kunnen als tegenprestatie laten vastleggen dat ze jaarlijks herdacht worden met het opdragen van een mis.

Om ervoor te zorgen dat geen van de gulle gevers wordt vergeten, is het gebruikelijk hun namen op een drieluik als dit te vermelden. Het wordt bij het altaar in de kerk of kapel opgehangen en herinnert aan heiligen, weldoeners of anderszins gedenkwaardige personen. Vermoedelijk had dit drieluik die functie; er staat steeds keurig vermeld wat op welke dag namens wie moet worden uitgedeeld aan de patiënten en fungeert dus ook als rooster. Het drieluik bestaat uit eikenhouten luiken. De tekst op het linkerpaneel begint met een schenking van Beatris Willemsdochter van Coulster die bij testament bepaalt dat de zieken om de andere zondag een ‘stoop’ zoete wijn of rijnwijn krijgen. Een stoop is Zuid-Nederlands voor een kan, kruik of (bier)pul.

Op het middenpaneel staan de voedseluitdelingen gedurende het hele jaar. Op het rechterpaneel staat echter een handschrift uit de 20ste eeuw over de eerste steenlegging van het ziekenhuis aan de Bankastraat. Die tekst zou zijn aangebracht tijdens een restauratie in 1923. Wat daarvoor op het rechterluik te zien was, blijft gissen.

Het is maar goed dat de ziekenzorg niet meer aan de willekeur van de liefdadigheid wordt overgelaten, al is het wel de vraag of we met de snelle bonusjongens van het verzekeringswezen van nu beter af zijn.

Caris Bakker

 

Sluit het Verborgen Museum