De Grotekerkstoren

Ooit droomden Dordtenaren van een Grote Kerkstoren die tot ver in de omtrek een baken zou zijn voor de zoekende mens, geografisch of religieus. Een elegante toren die fier de hemel instak, zo verheven dat hij nauwelijks de grond leek te raken.

Maar tussen droom en werkelijkheid staan wetten in de weg en praktische bezwaren. In dit geval viel het met de wetten wel mee, maar praktische bezwaren waren er genoeg. De stadsrekeningen van 1284 en 1285 vermelden al uitgaven voor de bouw van een toren, een voorloper van de huidige toren en op een andere plek. Stadshistoricus Matthijs Balen vermeldt in zijn tijd, 300 jaar later, een steen aan de noordzijde van de huidige toren waarop staat: ‘ik ben gesticht in het jaar van Jezus 1339 juni 16.’ De steen is verloren gegaan, maar vaststaat dat er tussen 1439 en 1448 aan de toren is gebouwd.

De toren die 108 meter hoog had moeten worden, begint al tijdens de bouw te verzakken. De fundering staat op een kleilaag die rust op een zandlaag. Omdat de kleilaag niet overal even dik is, zakt de toren op sommige plekken verder weg en komt daardoor scheef te staan. De bouwmeesters zien hun droom bijna letterlijk in het water tuimelen en besluiten om de al in aanbouw zijnde spits in 1624 weer af te breken en te vervangen door vier wijzerplaten. En zo staat de Dordtse Dom er nog bij, met een stevige vierkante toren, een beetje scheef, zonder de gedroomde spits, maar daarom niet minder geliefd. Een baken voor toerist en forens.

Deze tekening werd in 1745 gemaakt door Aert Schouman naar een voorbeeld in Balens Beschrijvinghe van Dordrecht uit 1677. Schouman fotoshopt er lustig op los. De toren is nog iets slanker en langer dan op de oudere tekening. De spits steekt zelfs door het kader van zijn tekening heen. Volgens Balen is de kerk ‘Onvolmaakt gebleven, toch zoo hoog … geworden datmen bij klaar en helder weer, door hulp van verkijker, daar af, Utrechts hoofdkerk … gemakkelijk kan beoogen.’

Helen Stroosma

Sluit het Verborgen Museum