De bark Lutina

In 1220 krijgt Dordrecht, als eerste in Holland, stadsrechten. Vanaf die tijd mag het stadsbestuur eigen wetten opstellen die voor de stad gelden. Die wetten worden keuren genoemd, naar het Middelnederlandse voltooid deelwoord gekoren = gekozen.

De keuren worden in boeken geschreven en in de loop van de tijd uitgebreid en aangepast. Allerlei akten staan door elkaar: regels voor openbare orde, wapenbezit, maatschappelijk leven, branden, brandpreventie, handel en nijverheid, geldwezen, rechten en plichten, maar ook rechten verleend door allerlei graven en hertogen en keuren van het baljuwschap (het rechtsgebied waar- in de baljuw recht sprak) Zuid-Holland. Soms zelfs historische kronieken.

Van het keurboek van 1564 tot 1572 kennen we de naam van de klerk die het heeft op- en overgeschreven: hij noemt zich Cornelius Cloott Cornelisz. of ook wel Cornelis Cornelisz. Kloot. Hij heeft een prachtig, goed leesbaar handschrift en gebruikt rode inkt voor de titels van de akten. Maar hij doet nog iets anders. Hij versiert. Hij voorziet soms, misschien als afleiding bij het eindeloze schoonschrijven, de beginkapitalen van grafelijke en hertogelijke handvesten (oorkonden met verleende voorrechten) van een menselijk gezicht, als een carnavalsmasker of narrenkap. Die handvesten beginnen met een I: ‘Ick Margriet bider genaden goedts keiserinne van Romen’ en hier vertoont de I een vrouwengezicht; ‘Ick aelbrecht bider goedts genaden pallans Grave’ heeft een I met baardje. Op het titelblad voorziet hij de D van ‘Dit is het koer boeck…’ ook van zo’n masker en tekent er bovendien een uilskuiken bij.

Merkwaardiger wordt het, als hij voorin het boek op een lege bladzijde een geharnaste ridder tekent met het wapen en het vaandel van de Duitse stad Bamberg. Die ridder komt verderop terug, maar daar voorzien van het wapen van Dordrecht. Ook ontmoeten we een roodharige dame in rode kledij waaraan zich een bloot jongetje vastklampt. Blijkens het onderschrift is het Charitas, de verpersoonlijking van de liefdadigheid. Er is geen enkel verband te vinden tussen de naastgelegen tekst en de illustratie.

Dat geldt ook voor een viertal schepen die Kloot in het keurboek tekende: tweemaal een Dordtse boeier, een galeischip met een kanon en een Portugees oorlogsschip, de Lutina. Het is een viermaster en uit de zijwand steken dreigend 12 kanonslopen. Op die wand staat geschreven La barque de portugael/dit schip sij gode bequaem De bercke lutina is sinen naem 1569. Merkwaardig detail: aan de achterste ra hangt een halve zeemeermin.

Dat klerk Kloot hier wel eens een Dordtse boeier in de haven heeft gezien, is niet onwaarschijnlijk. Maar een Portugees oorlogsschip? De zee- en handelsoorlog die de Nederlanden met Portugal uitvecht, begint pas rond 1588. En tijdens die oor- log zal de Lutina zich niet in een Dordtse haven hebben durven wagen. Vreemd.

Pieter Breman

Sluit het Verborgen Museum