Canin-Bijbel

Dit allervroegste exemplaar van een Nederlandstalige bijbel in de Noordelijke Nederlanden na de Reformatie, met de eerste druk van de beroemde psalmen van Datheen, wordt met Dordrecht in verband gebracht, al roept dat vragen op.

Tijdens de Nationale Synode van Dordrecht in 1618-1619 wordt besloten de bijbel in het Nederlands te vertalen. De vertaling duurt tot 1637 en vervolgens verlenen de Staten-Generaal voor de eerste uitgave ervan octrooi aan de Leidse weduwe Van Wouw en drukker Paulus van Ravesteyn. De bekendste Statenbijbels worden echter pas later, tussen 1666 en 1758, uitgegeven door de Dordtse gebroeders Jacob en Hendrik Keur en hun nazaten.

Dit exemplaar dateert van daarvoor. Sommige titelbladen, die van het Oude Testament, de Prophecien der Propheten, de Boecken genoemt Apocryphi, het Nieuwe Testament, de Psalmen Davids en de Cathechismus, vermelden geen drukkersnaam. Toch wordt algemeen aangenomen dat Jan Canin de uitgever en drukker is. Op de titelbladen van de eerste vier boeken komt zijn drukkersmerk, de leeuw van Juda, namelijk wel voor. Canin, geboren rond 1534 in Gent, moet in 1568 Breda ontvluchten vanwege zijn aandeel in de Beeldenstorm. Het jaar daarop wordt hij na het drukken van een verboden boek de stad Wesel uitgezet. Daarna verblijft hij mogelijk te Altena in Duitsland.

In deze zogeheten Canin-Bijbel komen meer dan 50 watermerken voor, die bijna allemaal naar Duitsland wijzen, hetgeen in overeenstemming lijkt met zijn verblijf aldaar. Of Canin deze bijbel in Dordrecht drukte, is niet alleen gezien die Duitse watermerken onzeker. Het Oude Testament is 1571 gedateerd en het Nieuwe Testament en de Psalmen Davids 1572, terwijl Dordrecht pas op 25 juni 1572 de zijde van de Opstand en de Reformatie kiest. Het drukken van een Nederlandstalige bijbel vóór die datum in Dordrecht moet dan ook zeer onwaarschijnlijk worden geacht. Canin is bovendien pas vanaf april 1573 traceerbaar in Dordrecht. Kort daarop wordt hij ouderling van de jonge gereformeerde gemeente.

De eerste uitgaven met zijn naam én Dordrecht als plaats van uitgave dateren uit 1573. Dat zijn echter kleinere werkjes. Het drukken van een bijbel was een grote onderneming, waarvoor naast personeel ook meer drukpersen nodig waren. En die waren in 1571 in Dordrecht, dat toen nog geen drukkers kende, nog niet voorhanden. Mogelijk heeft Canin zijn boek dus wel in Dordrecht gedrukt, maar later en dit exemplaar geantedateerd. Maar dan is weer vreemd dat hij zichzelf niet als drukker vermeldt.

Wat betreft de inhoud van deze bijbel heeft Canin het zich niet al te moeilijk gemaakt. Het was een nadruk van het exemplaar dat Gillis van der Erven in 1565 in Emden uitgaf, een zogeheten deux-aesbijbel (een vertaling genoemd naar een specifieke vertalersnoot ‘deux-aes’).

Hoe het ook zij, Canin is de eerste van een reeks boekdrukkers die de Zuidelijke Nederlanden ontvlucht om aan geloofsvervolging te ontkomen. Die immigranten en hun nazaten zouden tot ver in de 17de eeuw hun stempel drukken op de Dordtse boekdrukmarkt.

Jan Alleblas

Sluit het Verborgen Museum