Oost/West

Het thema van de Maand van de Geschiedenis (oktober) is in 2020 Oost/West, een onderwerp waarmee men alle kanten op kan. U kunt denken aan Oost west, thuis best maar natuurlijk ook aan de Oost (Nederlands-Indië) en de West (Suriname en de Nederlandse Antillen) of Turkije en de Verenigde Staten. Uit de collectie van het Regionaal Archief Dordrecht hebben we een aantal topstukken gelicht die aan dit thema gekoppeld kunnen worden.

 

Portret van François Valentijn in ambtsgewaad op 38-jarige leeftijd, 1694 (RAD 551_15740).

Franꞔois Valentijn

Een van de eerste bekende Dordtenaren die naar de Oost vertrekt, is Franꞔois Valentijn (1666–1727). Hij groeit op in Dordrecht en studeert theologie in Utrecht en Leiden. In 1684 wordt hij benoemd tot predikant in Oost-Indië en arriveert een jaar later in zijn standplaats op Ambon. Valentijn wil de complete Bijbel vertalen in het Ambon-Maleis, maar komt hierover in conflict met de kerkenraad in Batavia. Na negen jaar keert Valentijn met zijn gezin terug naar Dordrecht. In 1706 vertrekt hij echter opnieuw naar Indië. Na een meningsverschil met de gouverneur van Ambon keert hij uiteindelijk in 1713 voorgoed naar Nederland terug en koopt in Dordrecht een huis aan de Wolwevershaven.

 

Vanaf 1719 richt Valentijn zich als ambteloos burger volledig op zijn levenswerk, het schrijven van het boek Oud en Nieuw Oost-Indiën. Het is samengesteld uit zijn eigen aantekeningen, observaties, tekstdelen van boeken uit zijn persoonlijke bibliotheek en materiaal dat hem was toevertrouwd door voormalige koloniale ambtenaren. In 1724 worden de eerste twee delen gepubliceerd in Dordrecht en Amsterdam, gevolgd door nog drie delen in 1726. Het werk bestaat uit geografische en etnologische beschrijvingen van de Molukken en de handelscontacten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Azië. Lange tijd was Valentijns werk het enige betrouwbare standaardwerk over Azië.

 

Kaart van de eilanden Manipa en Honimoa met een krijger en een man in Manipese dracht uit Oud en Nieuw Oost-Indië.

Valentijn is opgenomen in het digitale Dordts Biografisch Woordenboek. U kunt daar een uitgebreidere levensgeschiedenis van hem lezen.

Brief van Franꞔois Valentijn aan de Amsterdamse kaartenmaker Joannes Deur over cartografische opmetingen, 1723 (RAD 150_1218).

Paskaart van de Javazee ter hoogte van Batavia en Bantam, 1712 (RAD 552_290143).

Oost-Indië

In de zeventiende en achttiende eeuw varen talloze Dordtse schepen op Oost-Indië. Desondanks heeft de stad nooit een Kamer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie gehad. Het is dan ook raadselachtig dat zich in de beeldcollectie van het Regionaal Archief Dordrecht twee V.O.C.-kaarten bevinden. Het zijn zogenaamde paskaarten ten behoeve van de navigatie op zee. Ze geven kustlijnen, rivieren en eilanden weer en zijn voorzien van een netwerk van kompaslijnen en soms van dieptecijfers. Een van de kaarten is in 1712 getekend door Isaäk de Graaf en toont de Javazee en de noordwestelijke kust van Java met de steden Batavia en Bantam.

 

V.O.C.-kaarten hadden een strategisch belang, waardoor de topografische informatie die ze bevatten niet in handen van concurrenten zoals Portugezen en Engelsen mocht vallen. Daarom kregen de kapiteins van de V.O.C. pas bij vertrek de benodigde kaarten mee, op perkament getekend en opgerold in een metalen koker. Bij terugkomst moesten ze de kaarten weer inleveren in het Oost-Indisch Huis in Amsterdam, het hoofdkwartier van de V.O.C. En daarom werden de kaarten ook niet gedrukt, ter voorkoming van gemakkelijke verspreiding.

 

Meetinstrumenten van Abraham Crena, stadsijkmeester te Batavia, 1706.

Ook in de negentiende eeuw wordt er volop vanuit Dordrecht op Nederlands-Indië gevaren. In de stad zijn niet alleen verschillende scheepswerven die Indiëvaarders bouwen maar ook rederijen die de schepen uitrusten om allerlei goederen uit de kolonie te halen. Een van de schepen is het fregat Bato dat in 1836 op de scheepswerf van Jan Schouten aan het Achterhakkers van de helling loopt. Het is gebouwd in opdracht van de Maatschappij van Dordrechtsche Scheepsreederij. Het vaart in ieder geval nog in 1860 op Batavia.

 

Scheepsportret van bakboordzijde van het fregat Bato, zeilende voor de wind met de En-gelse kust in het verschiet, 1840 (RAD 551_40116).

Bladzijde uit het logboek van het fregat Bato, varende onder kapitein Cornelis van der Burgh vanuit Portsmouth via Hongkong naar Nederlands-Indië, 1860-1861 (RAD 150_1673).

Java

Ook veel Dordtse ondernemingen zijn actief in Nederlands-Indië en dan met name op Java. Een van die bedrijven is de Biscuit- en Chocoladefabriek Victoria. Het bedrijf maakt onder andere uitgebreid reclame voor zijn producten, zoals in Simpang. Maar de nauwe contacten blijken ook uit het bezoek van een aantal vorsten uit Solo. Ze worden in 1923 hartelijk ontvangen in de woning van directeur J.C. Redelé aan de Singel. In de Dordrechtsche Courant wordt uitgebreid verslag gedaan van dit bezoek.

 

 

Lichtreclame voor Victoria-biscuit op de gevel van een apotheek in Simpang op Java, circa 1935 (RAD 552_330839).

Indische vorsten uit Solo, Djokjakarta en Boeleongan brengen een bezoek aan directeur J.C. Redelé in Dordrecht, 1923 (RAD 552_305353).

Plattegrond van de kajuiten en hutten van de klipper Kosmopoliet III, circa 1873 (RAD 551_ 20159).

Een van de schepen die een geregelde verbinding met Java onderhield, was de klipper Kosmopoliet III. Het schip was in opdracht van Rederij Gebroeders Blussé in 1871 bij C. Gips en Zonen aan het Wilgenbosch gebouwd. Het hoogtepunt van dit soort schepen was toen eigenlijk al voorbij. Zeilschepen werden steeds meer vervangen door stoomschepen, hout werd vervangen door staal.

 

De Dordtse kinderarts Jan Lebret, die van december 1913 tot april 1914 een bezoek aan Java bracht, heeft vast en zeker geen gebruik meer van dit soort zeilschepen gemaakt. Hij reisde eerst per trein geheel Europa door om vervolgens via het Suezkanaal per schip zijn reis voort te zetten, richting Nederlands-Indië. Van zijn reis hield hij een uitgebreid reisverslag bij.

 

Bladzijde uit het reisverslag van Jan Lebret van zijn tocht naar Java, 1913-1914 (RAD 150_4443).

Jan Pieter Veth

Ook de Dordtse schilder Jan Pieter Veth (1864-1925) maakte een reis naar Nederlands-Indië. In 1921 vertrekt hij naar Java en keert pas in 1922 in Nederland terug. Hij geniet er van het landschap, maakt schetsen van onder andere de Borobudur (waarvan hij later een schilderij vervaardigt) en een uitgebreide fotoreportage.

 

Indische Nederlanders

In de periode van 1945 tot 1965 migreren ruim 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. De directe aanleiding hiervoor is de proclamatie van de onafhankelijkheid van Indonesië in augustus 1945 door Soekarno. Na vier jaar politieke en militaire strijd vindt in 1949 de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië plaats waarmee het koloniale bewind beëindigd is.

 

Het passagiersschip Johan van Oldenbarnevelt is in gebruik als emigratieschip van Indische Nederlanders na de onafhankelijkheid van Indonesië, circa 1949 (RAD 552_802014).

Het Oranjehotel aan de Johan de Wittstraat, circa 1960 (RAD 947_1700).

Indische Nederlanders worden vanaf 1945 als vijanden beschouwd. Zij verliezen hun ambtelijke functies, hun bezittingen en zelfs het leven wordt er voor hen te gevaarlijk. Omdat de meesten het Indonesische staatsburgerschap weigeren, is emigratie naar Nederland de enige optie. In Dordrecht dient het Oranjehotel aan de Johan de Wittstraat in 1945 als een van de opvanglocaties voor gerepatrieerde Indische Nederlanders. Sommigen hebben familie in Dordrecht wonen, maar niet iedereen kan daar terecht. Vandaar dat het Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers gaat werken met contractpensions.

 

Geleidelijk weten de Indische Nederlanders hun plaats in de Dordtse samenleving gestalte te geven. Niet alleen in de vorm van Indische restaurants en toko’s maar ook door het maken van muziek en het organiseren van een jaarlijkse Pasar Malam.

 

De hoes van een single van het duo Jack en Bill, circa 1960 (RAD 552_801979).

Een Indisch Nederlands gezin bij de ingang van de Krispijntunnel, circa 1960 (RAD 552-801959).

Nederlandse Antillen

In Dordrecht wonen ongeveer 3.000 inwoners afkomstig van de Nederlandse Antillen, voornamelijk van de Benedenwindse Eilanden. In 2003 startte het Regionaal Archief Dordrecht het project ‘Nos Tesoro – Onze schatten’, waarin de Antilliaanse Dordtenaren centraal stonden. Het project leidde niet alleen tot twee tentoonstellingen maar ook tot het verwerven van allerlei archiefmateriaal.

 

Antilliaans carnaval voor de Grote Kerk, circa 2000 (RAD 741_1355).

Carnavalsgroep Maskarada di Bonaire tijdens de parade in Rotterdam, circa 2000 (RAD 741-1018).

Ontwerp van een carnavalskostuum (RAD 741_1099).

Aan een van de tentoonstellingen namen verschillende Antilliaanse carnavalsgroepen uit Dordrecht deel. De groepen getuigden van creativiteit, samenwerking en doorzettingsvermogen. Het jaarlijkse zomercarnaval is een van de culturele hoogtepunten voor de Antillianen in Nederland. Maanden van tevoren is men bezig met de voorbereidingen: het ontwerpen en maken van kostuums en een praalwagen. Niet alleen de straatparade, maar ook de voorbereidingen thuis werden door de groepsleden op foto en video vastgelegd. Een selectie ervan is opgenomen in de beeldcollectie. Veel van deze foto’s zijn nog niet beschreven, dus herkent u een persoon of een gebeurtenis, meldt het ons. Ook een aantal kostuums werden aan het archief geschonken.

 

Hoed behorend bij een van de geschonken kostuums.

Turkije

Op dit moment wonen er ongeveer 5.300 Turken in Dordrecht. De verhuizing van Turken naar Dordrecht kwam in 1967 op gang. Ze werden gehuisvest in pensions en werkten vooral in grote bedrijven in Dordrecht en de directe omgeving. Gastarbeiders uit andere landen, zoals Spanje, Italië en Griekenland gingen hen voor, maar al gauw nam het aantal Turken zo toe, dat zij in 1973 met zo’n 1.000 personen de grootste groep vormden. Dat de toestroom vanuit Turkije zo massaal was, had te maken met de slechte economische situatie in Turkije. Aanvankelijk kwamen vooral geschoolde arbeiders uit de steden, later gevolgd door ongeschoolde arbeiders van het platteland.

 

Voorzijde van het boek Gurbetçi: Kayapinar, migrantendorp in Turkije, 2001 (RAD 489_41285).

De Dordtse groep is voornamelijk afkomstig uit een klein gebied in centraal Anatolië, met name uit Kayapinar, een dorp met 3.700 inwoners. Zoals de meeste immigranten in die tijd hadden zij in eerste instantie helemaal niet de bedoeling om voorgoed te blijven. Vooral jonge mannen, meestal tussen de 20 en 30 jaar, gingen het grote avontuur aan, in de verwachting dat ze na een aantal jaren, als ze voldoende gespaard hadden, zouden terugkeren. Pas veel later werd hen duidelijk dat terugkeer moeilijk zou zijn: het leven in Nederland was duur, zodat ze onvoldoende konden sparen en de economische situatie in Turkije bleef weinig perspectief bieden. Gezinnen werden daarom naar Dordrecht gehaald maar het contact met de familieleden in Kayapinar bleef ook intact: ouderen wonen soms een deel van het jaar in Turkije en een deel van het jaar in Dordrecht. Hierdoor ontstond er een typisch leven in en tussen twee culturen, waarbij de tweede en derde generatie zich goed bewust zijn dat voor de meesten van hen het verblijf in Nederland definitief is.

 

Portret van Menduh Karapinar, 2001 (RAD 669_1098).

Interview met Menduh Karapinar, 2001 (RAD 669_16).

Gezicht op Kayapinar, 2001 (RAD 669_1061).

De vele gurbetçi, zoals mensen die naar het buitenland vertrekken genoemd worden, hielden en houden een sterke emotionele band met Kayapinar. In 2001 startte het Regionaal Archief Dordrecht een project om deze geschiedenis door middel van interviews, foto’s en film vast te leggen.

De Verenigde Staten van Amerika

Aan het eind van de negentiende eeuw reist een aantal Dordtenaren geregeld naar de Verenigde Staten. Een van hen is houthandelaar Elias Boonen die niet alleen voor zaken maar ook voor zijn plezier door het land trekt. Dordrecht is van ouds een stad die actief is in de houthandel. Eerst komt het hout vooral uit de landen rond de Oostzee en het Zwarte Woud. Het wordt onder andere gebruikt voor de scheepsbouw. Geleidelijk komen de ‘pine trees’ uit de States hiervoor in de plaats, omdat dit hout een stuk goedkoper is.

 

Uit het fotoalbum van Elias Boonen, 1904 – op Broadway in New York en radarschepen op de Mississippi (RAD 552_390618-002 en 552_390618-010).

De drie wereldreizigers bij de start van hun Tour du Monde, 1898 (RAD 552_730101).

In de beeldbank bevindt zich ook een foto van drie jonge mannen met een rood-witte band met de tekst Tour du Monde om hun arm. Het zijn de Belg Edmond Possoz, de Tilburger J. van Engelen en de Fransman Réné Barchelet. Dit drietal heeft het plan om een voetreis te maken, niet zozeer rondom de wereld als wel door alle werelddelen, waarbij zij alle steden van enige betekenis willen bezoeken. Het doel is om ‘merkwaardigheden’ te verzamelen en die in een boek met hun reisavonturen te verwerken. Na Duitsland staan Denemarken, Zweden, Noorwegen, Rusland, Hongaríje en Turkije op het programma. Vervolgens wordt Azië in allerlei richtingen doorkruist. Door Siberië gaat het via de Beringstraat naar Alaska en over het vaste land van Amerika in zijn volle lengte naar Buenos Aires. Om daarna via Afrika weer naar Europa terug te keren. Of de reis die tien jaar zou gaan duren ook succesvol is afgerond, is niet bekend.

 

Tenslotte willen wij u deze foto in deze bijzondere tijden uit de ‘roaring twenties’ niet onthouden.

 

The Hal Roach Girls van de filmstudio Roaring Twenties, circa 1930 (RAD 1252_5109).

Sluit het Verborgen Museum