Wouter van Gouthoeven

06-09-1577 (Dordrecht)  -  1623 (Dordrecht)

De kwartieren van Bartouts of Van Gouthoeven, folio 98 uit het werkapparaat (Regionaal Archief Dordrecht 150-3487).

Geboren te Dordrecht op 6 september 1577, begraven aldaar in mei 1623. Oudste zoon van Arend Bartouts (later Van Gouthoeven genoemd), dijkgraaf van Dubbeldam (overleden 10 april 1622) en Machteld Schrevel, dochter van Schrevel Ockers, thesaurier van Dordrecht en Wilhelmina Drencwaert. Zelf schreef Wouter dat hij op 23 april 1614 in ondertrouw was gegaan met Maria van Bemont, (Beaumont) Jansdr, een eerbaar meisje van 21 jaar met een mooie bruidsschat. Ze trouwden 9 mei 1614. Uit dit huwelijk werden op ‘Blijenburg’, het zogenaamde Reuzenhuis aan de Wijnstraat waar het gezin toen gewoond zal hebben, vijf kinderen geboren: Machtild 10 maart 1615, Cornelia 29 september 1616, Arent 1 juni 1618, Joanna 18 maart 1620, Jan 25 oktober 1621.

Wouter van Gouthoeven was dijktoezichthouder (waardsman) van de Zwijndrechtse Waard, geschiedkundige en genealoog. Als historicus schreef hij een Beschryvinge ende chronycxken der stede Dordrecht dat in 1618 persklaar was maar niet werd uitgegeven. In 1620 publiceerde hij in folio D’oude chronijcke ende historien van Holland bij drukker Peter Verhaghen te Dordrecht. Het was een sterk ingekorte versie van de bekende oude Divisiekroniek. Hij vulde het boek aan met geslachtslijsten van voorname Hollandse geslachten. Die zijn voor een groot deel terug te vinden in de Beschryvinge der stad Dordrecht (1677) van Matthijs Balen en in Batavia Illustrate van Simon van Leeuwen (1685). Vooral daardoor heeft hij zich verdienstelijk gemaakt. Als genealoog was hij ook een belangrijke schakel tussen de Zuidelijke- en Noordelijke Nederlanden.

Wouter van Gouthoeven (in zijn Latijnse brieven ook wel Walterus of Valerius Gouthouvius) bleef katholiek, waardoor zijn familie, hoewel oud en aanzienlijk, van overheidsfuncties was uitgesloten. Zijn vader woonde eerst bij de Grote Kerk en later in het huis van zijn schoonvader tegenover de Wijnbrug, bestaande uit twee gevels: Hemelrijck en de Draeck. Volgens Boxhorn (1632) studeerde Wouter in Utrecht (waarschijnlijk aan de Latijnse school), in Keulen, Leuven en Dole, maar schijnt hij geen studie afgerond te hebben. Naar Dordrecht teruggekeerd, kreeg hij een functie als dijktoezichthouder, maar evenals zijn vader verdiende hij vooral de kost als administrateur of rentmeester van particulieren. Uit zijn brieven aan de Utrechtse historicus Arnoldus Buchelius (1565-1641) blijkt dat hij het daar steeds de eerste vier, vijf maanden van het jaar druk mee had, waarna hij de rest van het jaar weer tijd had voor zijn studie. Toen zijn vader in 1622 overleed, had hij zijn handen vol aan het nakijken en doorrekenen van diens administratie. Een jaar later, in mei, is hij zelf ‘subyt op straet’ overleden.

Twee broers en twee zusters waren kloosterlingen in Leuven. Zijn broer Schrevel (1589-1622), kartuizer met kloosternaam Bruno, werd in 1614 priester gewijd. Broer Willem (1592), minderbroeder, ontving zijn wijding in oktober 1616. Zijn zusters Elizabeth (1579-1621) en Agniet (1585) waren beide non in het annunciaten-klooster. Een derde zus, Willemine (1580) was ‘begijnken’ in Haarlem. Margriet (1582) trouwde als enige zus en wel in 1607 met Mr. Willem Boucquet.

Wouter van Gouthoeven heeft jarenlang historische en genealogische gegevens verzameld en in een groot formaat boek opgeschreven. Zijn eerste doel was een Beschryvinge ende chronycxken der stede Dordrecht. Begin 1614 stuurde hij het manuscript naar Buchelius in Utrecht, die een gunstig oordeel gaf met het advies om het te laten drukken. Hij wilde het eerst in het Nederlands uitgeven in de hoop van derden nog ontbrekende gegevens los te krijgen die hij daarna in het Latijn kon publiceren. In de vier jaar daarna schreef hij er vijfmaal over en bleef hij het herlezen en verbeteren. Op 30 maart 1618 schreef hij dat hij Dordracum Meum deze lente nog wilde nakijken en dan publiceren. Maar de drukker had andere plannen en het manuscript is sindsdien onvindbaar. Het had de eerste gedrukte geschiedenis van Dordrecht kunnen zijn.

Van Gouthoeven had nog een ander idee dat op niets uitliep. In 1617 was hij helemaal begeesterd van de oude kroniek van Reinier Snoy uit 1519. Die wilde hij opnieuw uitgeven, maar vermoedelijk heeft hij op tijd te horen gekregen dat een ander hem voor was en die haar in 1620 in Frankfurt uitgaf. Maar nauwelijks had Van Gouthoeven begin 1618 zijn Dordtse kroniek ingeleverd (of misschien al opgegeven), of hij kon aan Buchelius schrijven: ‘Ik heb de hele zomer hard gewerkt aan het corrigeren van D’oude chronijcke ende historien van Holland, ze ligt nu bij de drukker en zal, naar ik hoop, over enkele maanden uitkomen’.

Dit boek was gebaseerd op de zogenaamde Divisie-kroniek van Cornelius Aurelius uit 1517, die tussen 1585-1595 driemaal werd herdrukt door de Dordtse drukker Peter Verhaghen. In 1618 vroeg Verhaghen Van Gouthoeven om hulp voor een ingrijpend gewijzigde herdruk. Die kortte de oude kroniek flink in (p. 1-74) en vervolgde met een bijvoegsel van stambomen en lijsten van allerlei functionarissen en met beschrijvingen van Hollandse steden die hij aan het werk van Guicciardini had ontleend (p. 75-226). Zonder de historicus Petrus Scriverius te raadplegen, nam hij diens Beschrijvinghe van out Batavien (1614) over. Scriverius was daarover verontwaardigd, hoewel zijn naam in de voorrede en op andere plaatsen met ere genoemd werd. Toch werd tot in 1994 gedacht dat Vondel zich voor zijn Gijsbrecht baseerde op Van Gouthoeven, terwijl het in werkelijkheid Scriverius was. De drukker had om een privilege verzocht, maar Hugo Muys van Holy (ca. 1562-1626) schout van Dordrecht en lid van de Raad van State, vertelde dat het boek veel te lovend was over Oldenbarnevelt, die kort tevoren terecht gesteld was.

Van Gouthoeven had een heel netwerk van informanten opgebouwd, zoals alle genealogen vroeger en nu. Het waren vaak familieleden en hij had een zeer uitgebreide familie met jonkers en juristen, maar er waren ook echte onderzoekers onder. In de voorrede van D’oude Chronijcke noemt hij jonkheer Hendrik van Serooskerke als een van zijn bronnen. Zijn genealogische aantekeningen zijn bewaard gebleven in het Utrechts Archief. Buchelius, die hij als tweede noemt, was een groot oudheidkundige en genealoog en de derde, Paullus Merula, afkomstig uit Dordrecht en familie van Wouter, doceerde geschiedenis in Leiden. Hij vermeldt ook Mr. Adriaen van Meusenbrouck, advocaat in Dordrecht en eveneens een familielid, als bezitter van oude documenten die in het boek waren opgenomen. Daarnaast kon hij gebruik maken van de grote bibliotheek van dominee Balthasar Lydius in Dordrecht. Ook in de Zuidelijke Nederlanden had Van Gouthoeven zijn contacten. De belangrijkste was jonker Carel Rietwijk, die regelmatig naar de Republiek kwam en door Van Gouthoeven met Buchelius in contact gebracht werd.

Publicatie en handschriften
W. van Gouthoeven,  D’oude chronijcke ende historien van Holland (met West-Vriesland) van Zeeland ende van Wtrecht, van nieus oversien, vermeerdert, Dordrecht bij Peeter Verhaghen 1620, in folio.
Van Gouthoeven schreef tussen 28 februari 1613 en 15 augustus 1622 34 brieven aan Buchelius in het Nederlands, Latijn en Frans (Universiteitsbibliotheek Utrecht, hs. 1322). Begin 2013 zijn ze gedigitaliseerd en op de website geplaatst. Een brief met een uitgebreide genealogie van Bemont maakt deel uit van hs. 1828.
Een ‘werkapparaat’ van 372 pagina’s van 54 x 29,5 cm bevat stambomen, wapentekeningen, en extracten uit thans verloren Dordtse stadsrekeningen (zie Dozy 1891). M.A. Beelaerts van Blokland 1983 geeft een gedetailleerde inhoudsopgave van het werkapparaat. In 2008 werd het aangekocht door Regionaal Archief Dordrecht, toegang 150-3487. Van Gouthoeven moet ook nog andere aantekenboeken gehad hebben, zie Beelaerts 1983, p. 3.

Literatuur
Simon van Leeuwen, Batavia Illustrata, … ten deele uyt W. van Gouthoven en andere schryvers… (Den Haag 1685).
Ch.M. Dozy (ed.), De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1284-1424 (Den Haag 1891), p. 78-126.
F. Beelaerts van Blokland, Wouter van Gouthoeven als genealoog, in: De Nederlandsche Leeuw  25 (1907), p. 232-241, 26 (1908), p. 3-4.
J.L. van Dalen, in: NNBW 7, p. 493-494. Zie verder http://www.biografischportaal.nl/persoon/21240584.
M.A. Beelaerts van Blokland, Wouter van Goudhoeven: de man, zijn historisch-genealogisch handschrift en zijn geslacht (Den Haag 1983).
Pierre Tuynman m.m.v. Michiel Roscam Abbing, Two history books that never appeared: Scriverius, Melis Stoke, the Widow van Wouw and Gouthoeven. Scriveriana I, in: Quærendo  27 (1997), p. 77-112.
Sandra Langereis, Geschiedenis als ambacht: oudheidkunde in de Gouden Eeuw, Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius (Hilversum 2001).
J. Alleblas en M.H. Benschop, Boter, kaas en eieren: Het handschrift van Wouter van Gouthoeven, in: De Nederlandsche Leeuw  126 (2009), p. 76-78.

Kees Smit (juni 2013)

Sluit het Verborgen Museum