Wijberig (Wijnie) Jabaaij

13-04-1939 (Dordrecht)  -  07-07-1995 (Dordrecht)

Portretfoto van Wijnie Jabaaij door Hans van Dijk/Anefo, 1980 (Nationaal Archief).

Geboren te Dordrecht op 13 april 1939, overleden aldaar op 7 juni 1995. Een van de vier dochters van manegehouder en paardenhandelaar Leendert Jan (Leen) Jabaaij (Rotterdam 24 juli 1903, Dordrecht 16 april 1977) en Hendrika (Henny) Hartman (Dordrecht 17 februari 1899, Rotterdam 27 november 1971), eigenaresse van een hoedenwinkel. Huwelijk te Dordrecht op 5 juli 1961 met Robert Leo Giphart, ambtenaar bij het gemeentelijk woningbedrijf (Dordrecht 1933 – Soest 2 december 2006). Hij was de zoon van Marius Johannes Giphart (1902-1957) en Trijntje Severijn (1908/1910 -1997). Uit het huwelijk van Robert en Wijnie twee kinderen: Ronald Edgar Giphart (Dordrecht, 17 december 1965) schrijver en Karin Ellen Giphart (Dordrecht 29 oktober 1968) schrijver en singer-songwriter. Het gezin Giphart was uitgesproken links en humanistisch georiënteerd. De scheiding van Robert Giphart en Wijnie Jabaaij werd uitgesproken in 1978. Wijnie en Robert hadden dezelfde advocaat en de zorg voor de kinderen werd gedeeld. Ronald ging met zijn vader mee naar Soest en Karin bleef bij Wijnie in Dordrecht. De ouders zorgden er voor dat broer en zus regelmatig contact hadden met elkaar.

Wijnie Jabaaij was twaalf jaar werkzaam als onderwijzeres en daarna als assistente van de districtskinderarts. Ze was politiek zeer actief in de gemeente. Wijnie Jabaaij was overtuigd sociaal-democraat en een onorthodoxe politica, tegendraads en met een kleurrijke eigen stijl. Haar visie op de rol van de overheid bleek bijvoorbeeld uit het feit dat zij principieel niets gaf aan collectes. Zij vond het een taak van de overheid om geld ter beschikking te stellen voor instellingen zoals bijvoorbeeld de kankerbestrijding. Humor en zelfspot waren haar niet vreemd. Zij was geruime tijd lid van de Tweede Kamer. Ook was ze maatschappelijk actief en vervulde een aantal afgeleide- en nevenfuncties. Wijnie Jabaaij was een zeer zelfstandige en onafhankelijke vrouw en die zoveel als mogelijk de regie over haar eigen leven behield. Haar voornaamste aandachtsgebieden waren de vrouwenemancipatie, het minderhedenbeleid, de Nederlandse Antillen en ontwikkelingssamenwerking. Wijnie werd in Dordrecht door haar partij zeer gewaardeerd. Dat bleek uit het feit dat men de Wijnbrug tijdens een verkiezingscampagne omdoopte in ‘De Wijnie Jabaaijbrug’.

Na het voltooien van de lagere school en de hbs werd Wijnie Jabaaij opgeleid tot onderwijzeres aan de Gemeentelijke Kweekschool aan de Binnen Walevest in haar geboortestad Dordrecht en was geruime tijd werkzaam in het lager onderwijs. De politiek trok haar al vroeg en zij werd in 1970 kandidaat gesteld voor de gemeenteraad door de afdeling Dordrecht van de Partij van de Arbeid. Zij werd gekozen en nam haar zetel in op 1 september 1970. Jabaaij was gemeenteraadslid tot 5 september 1978. Zij verzette zich onder meer tegen de vestiging van Shell Chemie in Moerdijk. De gemeente Dordrecht was lang onwetend gehouden over de plannen van Shell. Kort voor het beëindigen van haar raadlidmaatschap op 15 september 1977 werd zij gekozen tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de PvdA. Deze functie zou zij vervullen tot 14 september 1989. In de Kamer werd zij door de fractie belast met de portefeuilles minderhedenbeleid, emancipatiezaken, de Nederlandse Antillen en ontwikkelingssamenwerking.

Zij had soms moeite met de ijzeren fractiediscipline. Een enkele keer onttrok zij zich aan stemmingen door zich te ‘verbergen’ achter het bekende groene gordijn dat achterin de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer hing. Ook stemde zij soms met de oppositie mee zoals bijvoorbeeld in 1980 bij de stemming over de motie Jansen (PPR). Daarin werd de regering gevraagd om de kerncentrales in Borssele en Dodewaard te sluiten. De motie werd tot haar spijt verworpen. Jabaaij vervulde ook een aantal met haar werk als Kamerlid samenhangende functies. Zo was zij van 30 september 1981 tot eind 1982 en van 18 september 1986 tot 14 september 1989 ondervoorzitter van de vaste Kamercommissie voor de relaties met de Nederlandse Antillen en Aruba.

Vanuit haar feminisme en haar betrokkenheid bij de Nederlandse Antillen had zij veel aandacht voor de positie van vrouwen aldaar. Terugkijkend op haar tijd als Kamerlid meende ze dat het een ‘hard bedrijf’ was. Ze voelde zich soms beschadigd door het politieke handwerk. In het VPRO-marathoninterview uit 1991, citeerde ze een dichtregel van Albert Verwey (1865-1937) die zij zich te binnen bracht op moeilijke momenten: ‘Wie waarlijk leeft heeft in zijn hart een onvernietigbare veer, een stille kracht die iedere weerstand tart’. Toen de PvdA tijdens de kabinetten Lubbers I en II in de oppositie zat, verscheen zij in rouwkleding in de Kamer. De PvdA kreeg weer regeringsverantwoordelijkheid in het kabinet Lubbers III. Wijnie betrad de vergaderzaal nu in een vuurrood jasje. Tussen 1975 en 1977 was ze lid van de partijraad.

Zij was de eerste die tot ontsteltenis van vele Kamerleden hardop “kut” zei in een commissievergadering. Niet als scheldwoord of als uiting van boosheid of teleurstelling maar omdat een aantal voornamelijk mannelijke Kamerleden een debat voerde over de toestemming voor vaginale visitatie van in dit geval zigeunervrouwen. In die groep wilden wel eens paspoorten ‘zoekraken’. De dames zouden misschien haar paspoorten in hun vagina kunnen bewaren meende een Kamerlid. ‘Jongens, jongens, jullie denken toch niet echt dat je een paspoort in je kut kunt steken’ reageerde een boze Jabaaij.

Op het terrein van de vrouwenemancipatie was zij zeer actief, onder meer in de Rooie Vrouwen in de Partij van de Arbeid. Zij was geruime tijd bestuurslid en voorzitter van de Rooie Vrouwen van het gewest Zuid-Holland. In het land hield zij talloze spreekbeurten en liet zich daarbij vaak vergezellen door een aangeklede etalagepop, soms Marie geheten, soms Willemijn. Beide hadden een tas met eigen attributen bij zich en beide werden tijdens spreekbeurten laag voor laag ontkleed. Samen met de voorwerpen uit de tas illustreerde Wijnie de rollen, eisen en verwachtingen die ten aanzien van de vrouw bestonden. Willemijn kwam uit wat ‘betere’ kringen en was met een agoog getrouwd wat weer aanleiding gaf tot andere analyses dan bij Marie, een wat volkser type. Wijnie zette zich in voor het feminisme maar hield haar eigen stijl: goed gekleed en gekapt, opgemaakt en zoals ze zelf zei: ‘het liefst gehuld in een wolk Chanel no.5’. Sommige feministes hadden daarvoor weinig begrip. In een tuinbroek verschijnen achtte Jabaaij echter een vorm van minachting voor haar publiek. Naast het Kamerlidmaatschap en de daarmee samenhangende functies vervulde zij ook onbetaalde nevenfuncties. Zo was zij onder meer lid van het bestuur van het Gemeenteziekenhuis in Dordrecht en bestuurslid en vice-voorzitter van het bestuur van theater ‘De Appel’ in Den Haag.

In 1989 werd bij haar de diagnose multiple sclerose gesteld. Deze ziekte zou haar in een rolstoel doen belanden. Dat dwong haar het Kamerlidmaatschap op te geven. Langzamerhand raakte zij linkszijdig verlamd. (‘ik ben vast te links geweest’) De ziekte maakte haar langzaam steeds meer afhankelijk van de hulp en zorg van anderen. Die zorg werd haar geboden door professionals maar ook door haar vrienden en familie. Zij beijverde zich voor de oprichting van een centrum voor multiple sclerose patiënten en research waaraan grote behoefte was. Dat centrum kwam er ook, maar dat heeft Wijnie niet meer meegemaakt. Ze was woedend op haar PvdA toen die instemde met een korting op de voorzieningen voor gehandicapten. Toch bleef zij positief en voor zover mogelijk ook actief en haar gevoel voor humor verliet haar niet.

Toen zij ook nog een hersenbloeding kreeg vond zij dat het genoeg was geweest en koos voor euthanasie. Tot het eind voerde zij zelf de regie. Op 7 juni 1995 stierf Wijnie Jabaaij rustig en sereen in aanwezigheid van haar kinderen. Op haar crematie gebeurde iets bijzonders. VVD- Kamerlid Erica Terpstra, met wie Wijnie goed bevriend was, zong daar de Internationale zoals zij Wijnie had beloofd te zullen doen.

Onderscheiding
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. (1990). Minister Ien Dales kwam haar die thuis persoonlijk uitreiken. Ze was daar trots op en zette de medaille onder een glazen stolp.

Vernoeming
Het Wijnie Jabaaij Centrum(WJC) in Dordrecht. Dit centrum biedt opvang aan vrouwen uit Zuid-Holland die geconfronteerd worden met meervoudige problematiek waaronder huiselijk geweld. In het Dordtse Stadskantoor is een vergaderzaal naar haar genoemd.

Bronnen en literatuur
http://www.parlement.com/id/vg09lli83lzo/w_wijnie_jabaaij
H. Visser, Wie is wie in de Tweede Kamer (Amersfoort 1983).
T. van Rijckevorsel en H. Enklaar, Wie is wie in de Tweede Kamer (Amersfoort 1988).
VPRO Marathon-interview, 2 augustus 1991.
Ronald Giphart, Ik omhels je met duizend armen (Amsterdam 2000).

Roel Leentvaar (september 2014)

Sluit het Verborgen Museum