Samuel Dasberg

31-03-1872 (Rotterdam)  -  02-04-1933 (Amsterdam)

Portretfoto van Samuel Dasberg, rabbijn van de Dordtse joodse gemeente, circa 1905 (Regionaal Archief Dordrecht 552-305171).

Samuel Dasberg werd geboren in Rotterdam op 31 maart 1872. Hij overleed op 2 april 1933 te Amsterdam en werd begraven op 4 april 1933 op de Joodse Begraafplaats aan de Achterweg te Dordrecht (rij L nummer 7). Samuel was het achtste kind van Isaac Dasberg (Rotterdam 10 mei 1828- Dordrecht 6 februari 1902), koopman en handelaar in scheepsbenodigdheden en Jette Lutraan (Zwolle 27 juni 1831- Rotterdam 12 juli 1906). Op 13 augustus 1895 trad hij in Borculo in het huwelijk met Dina de Vries (Neede 1875- Amsterdam 5 november 1956). Zij was de dochter van Manuel de Vries, veehandelaar en thuiswever (Neede 4 september 1829- Borculo 22 januari 1893) en Rosette Spier (Arnhem 11 april 1841- Borculo 17 augustus 1926). Uit dit huwelijk zes kinderen, allen geboren te Dordrecht: Jette Geertruida (1896-1900), Rozette (1897-1975), Manuel (1899-1943), Isaac (1900-1956), Simon (1902-1945) en Nathan (1907-1992).Van hen werden Manuel en Simon in de Shoa vermoord. Een groot deel van de familie vestigde zich na de bevrijding in Israël.

De orthodox-joodse familie Dasberg bracht meerdere (opper)rabbijnen en geleerden voort. (Lea Dasberg geboren in 1930 is de kleindochter van Samuel en de dochter van diens zoon, de arts Isaac. Zij is een vooraanstaand historisch pedagoge). Samuel was van 1894 tot 1932 voorzanger, joods leraar, hoofd van de joodse school, secretaris van het kerkbestuur en orthodox rabbijn van de joodse gemeente in Dordrecht. Zevenendertig jaar was hij maatschappelijk zeer actief in vele joodse en niet-joodse organisaties en verenigingen. Dasberg doceerde Hebreeuws aan het Dordts gymnasium en aan enkele gymnasia in de omgeving. Hij publiceerde artikelen – veelal over onderwijs- in verschillende media. Zoals veel mensen uit joodse kring was hij een trouwe Oranjeklant. Samuel Dasberg was zowel in joodse als in niet-joodse kring een zeer gewaardeerde Dordtenaar.

Zijn jeugdjaren bracht Samuel door rond de gezinswoning in de Sleutelsteeg in Rotterdam. Deze lag voor het bombardement op Rotterdam in mei 1940 op de plek van de huidige kruising van Coolsingel, Westblaak, Blaak en Schiedamse dijk. Aan de Boompjes bevond zich sedert 1725 een synagoge die de familie bezocht. De familie kerkte later zeker ook in de grote synagoge aan de Gedempte Botersloot die werd ingewijd in 1891. Bij het bombardement op Rotterdam in 1940 werd deze verwoest. De “sjoel” aan de Boompjes bleef ook na 1891 in gebruik.

Op de openbare lagere school werd al snel duidelijk dat Samuel een intelligente en goede leerling was. Zijn onderwijzer in de zesde klas maakte vader Isaac Dasberg duidelijk dat Samuel de capaciteiten had om te studeren. Die zag daar weinig in; met zijn grote gezin en zijn kleine inkomen zou hij dat niet kunnen bekostigen. Zoals vrijwel alle joodse jongens bezocht Samuel eveneens de joodse school. Deze vorm van onderwijs liep parallel aan de openbare lagere school. Voor en na de lestijden van de openbare lagere school en ook op zondagen, kreeg Samuel les in Hebreeuws en in de kennis van de Thora (de eerste vijf boeken van de Tenach, het heilige boek van de joden). De Tenach omvat dezelfde boeken als de protestantse versie van het Oude Testament. De vijf bedoelde boeken zijn: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium).

De joodse school had in de negentiende eeuw een sterk godsdienstig karakter. Ook hier gaf Samuel er blijk van een vlotte en intelligente jongen te zijn en meester Elzas drong er eveneens op aan dat Samuel zou studeren. Samen met een aantal bestuursleden van de joodse gemeente in Rotterdam werd het besluit genomen Samuel naar het Nederlands Israelitisch Seminarium (NIS) in Amsterdam te sturen om daar te worden opgeleid tot joods leraar en rabbijn. Daartoe bracht de joodse gemeenschap geld bijeen. Hij begon zijn studie in 1885 en leerde er via zijn studiegenoot en vriend de latere rabbijn van Haarlem Simon Philip de Vries zijn vrouw Dina de Vries kennen. Toch kon Samuel geen afsluitend examen afleggen omdat zich problemen voordeden met betrekking tot de financiering van zijn studie. In 1893 vertrok hij naar Enschede om daar leraar te worden in de joodse gemeente. Waarschijnlijk stelde het bescheiden inkomen dat hij hiermee verwierf Samuel in staat het afsluitend examen alsnog met succes af te leggen.

In Dordrecht was op 15 februari 1894 een vacature ontstaan na het op 64-jarige leeftijd overlijden van leraar en rabbijn Aäron Salomon Norden. (Joodse begraafplaats, rij E nummer 34). Hoewel Samuel niet solliciteerde omdat hij nog verder wilde studeren, besliste de opperrabbijn van Rotterdam dr. Bernhard Löbel Ritter (1855-1935), dat Samuel Dasberg de leraar-rabbijn moest worden van de joodse gemeente in Dordrecht. Op 31 augustus 1894 werd Dasberg benoemd. De joodse gemeente was klein, ongeveer 400 zielen, en het inkomen van de rabbijn was navenant. Dasberg betrok met zijn vrouw de ambtswoning aan de Varkenmarkt 7 (thans nummer 9-11). Daar werd in 1896 hun eerste kind Jette Geertruida geboren. Tot groot verdriet van de ouders overleed hun dochtertje vier jaar later. De plek rond de ambtswoning staat symbool voor het kleine, verdwenen joodse stadsdeel dat zich in de directe omgeving ervan bevond. Rond deze plek waren naast het woonhuis van rabbijn Dasberg, ook de synagoge, het joodse badhuis en de joodse school gevestigd.

In 1907 volgde hij ds. Loeff op als docent Hebreeuws aan het Dordts gymnasium. Voor leerlingen die theologie wilden studeren verzorgde Dasberg voor de leerlingen van de 5e en 6e klas twee uur per week Hebreeuws. Later volgden benoemingen in dezelfde capaciteit aan het gymnasium te Gorinchem en het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam. Zijn aanstelling kwam zo op 12 lesuren per week hetgeen een welkome aanvulling vormde op het gezinsinkomen.  Dasberg stond daarnaast aan het hoofd van de joodse school waar kinderen van 6 tot 12 à 14 jaar per week zeven uur les kregen.

Dasberg voelde zich nauw betrokken bij de jongere rabbijnen uit de regio, met name die uit Gorinchem en Breda. Hij ontving hen in zijn ambtswoning om samen met hen te studeren. Ook gaf hij scholing in de kennis van de Talmoed aan collega’s in Rotterdam. Hij was een van de weinige voorgangers die daarvan uitgebreide kennis bezat. Onder de Talmoed is te verstaan: de Tenach, het heilige boek van de joden met inbegrip van de commentaren daarop. (Voor niet-joden: de Tenach = het Oude Testament).

Dordrecht kende meer dan tien joodse verenigingen. Dasberg vervulde in veel ervan een bestuurlijke functie. Hij bemoeide zich ook, hetzij als bestuurder, adviseur of als geestelijk raadsman met onder meer Talmud Thora (= het leren van de Thora), een instelling die schoolgeld bijeenbracht voor de armen en met Gemilus Gasodim (= het doen van weldaden) die hulp bood aan behoeftige kraamvrouwen.

Bij de Achawah (= broederschap), de op 27 februari 1894 opgerichte landelijke bond van joodse godsdienstonderwijzers, was hij als bestuurder, organisator en schrijver van artikelen over opvoeding en onderwijs nauw betrokken. Doel van de bond was de verbetering van het onderwijs en die van de ‘stand’ van de onderwijzers. Die genoten in het algemeen weinig aanzien en werden onderbetaald. Ook voor het reguliere openbare lager onderwijs had Dasberg belangstelling getuige zijn actieve lidmaatschap van de Dordtse Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs. Dasberg gaf zelf ook lessen over de Bijbel en de exegese (uitleg) ervan voor belangstellenden in zijn gemeente. Hij hield talloze lezingen, ook buiten Dordrecht en stond bekend als een bekwaam redenaar.

Een grote rol speelde Dasberg bij de totstandkoming van de openbare bibliotheek in Dordrecht. De Dordtse leeszaal was in 1899 als eerste in ons land begonnen met het uitlenen van boeken en wordt daarom gezien als de eerste echte openbare bibliotheek. Jarenlang was hij de voorzitter van het bibliotheekbestuur.

Dasberg deed ook onderzoek naar de geschiedenis van de joden in Dordrecht en hield daarover lezingen. Zijn artikelen hierover verschenen in De Vrijdagavond, een populairwetenschappelijk joods weekblad. Lange tijd schreef Dasberg de teksten voor de toen bekende joodse Tals scheurkalender, uitgegeven door de firma Hagens uit Rotterdam.

Toen het zionisme begin 20ste eeuw opkwam leidde dat in joodse kring tot vele debatten, ook tussen Dasberg en zijn vriend en zwager Simon Philip de Vries, rabbijn te Haarlem en overtuigd zionist. De houding van Samuel Dasberg ten opzichte van het zionisme was dubbelzinnig. Volgens zoon Nathan had Dasberg ‘redenen geen zionist te zijn’ maar moedigde hij zijn kinderen aan het wel te zijn. Hij was zelfs leider van de zionistische jeugdvereniging in Dordrecht.

Het was voor Dasberg en zijn vrouw een grote vreugde toen hun zoon Simon Dasberg niet alleen rabbijn werd, maar op 26 september 1928 zelfs opperrabbijn, eerst van het kleine ressort Friesland en op 20 maart1932 van het veel grotere ressort Groningen. Simon werd op 22 februari 1945 vermoord in concentratiekamp Bergen-Belsen.

Zijn slechte gezondheid dwong Dasberg in 1932 zijn functies neer te leggen. Zijn afscheid werd op 1 april 1932 gevierd in Hotel Ponsen. Bij deze gelegenheid werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en ontving hij van opperrabbijn A.B.N. Davids (1895-1945) de Moré-titel, een hoge joodse religieuze onderscheiding, vergelijkbaar met een eredoctoraat. Na zijn afscheid vestigde Dasberg zich in 1932 Amsterdam om zich te wijden aan het bestuderen van de joodse wetenschap en al snel kwamen jeugdige studenten zich laven aan zijn uitgebreide kennis.

Op donderdagavond 30 maart 1933 werd een protestvergadering in de Amsterdamse RAI georganiseerd vanwege de zorgelijke ontwikkelingen in Hitler-Duitsland. Dasberg kwam diep geschokt thuis. Zondagnacht 2 april 1933, een jaar na zijn afscheid in Dordrecht, overleed Samuel Dasberg aan een hartaanval. Plaatselijke kranten besteedden uitvoerig aandacht aan zijn activiteiten in Dordrecht. Dat hij in aanzien stond bij de Dordtse bevolking bleek uit de grote belangstelling bij zijn uitvaart. Langs de route vanuit het centrum naar de Joodse begraafplaats stonden honderden Dordtenaren om hem de laatste eer te bewijzen.

Publicaties
Samuel Dasberg publiceerde vele artikelen in Achawah, het orgaan van de joodse onderwijzersvereniging waaronder:
Een uniform leerplan (1897).
Practisch godsdienstonderwijs (1900).
Onze kleine scholen (1908).

Literatuur
Database Joods Biografisch Woordenboek. Joden in Nederland in de twintigste eeuw. Bibliotheca Rosenthaliana en Menasseh ben Israël Instituut. (z.j.) (http://www.jodeninnederland.nl/).
A. Daum e.a.: Families Dasberg en de Vries. Kroniek van een Nederlandse Rabbijnenfamilie in de 20e eeuw, voor en na de Shoa (z.j.) (http://www.bestjewishstudies.com/).
M.H. Gans: Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 (Baarn 1971).
Dasberg, Herinneringen van Nathan Dasberg aan zijn vader Samuel Dasberg. In: Joods leven in Dordrecht. Kwartaal & Teken Extra 9 (Gemeentelijke Archiefdienst Dordrecht 1988).
V. Sleebe: De kerken, in: P. Kooij en V. Sleebe: Geschiedenis van Dordrecht 1813-2000 (Hilversum 2000).
N.L. Dodde, Joods onderwijs, een geschiedenis over het tijdvak 1200 tot 2000 (‘s-Gravenhage 2009, 2e herziene druk). 

Vernoeming
Samuel Dasberghof te Dordrecht (1984).

Roel Leentvaar (juni 2016)

Sluit het Verborgen Museum