Mattheus van Nispen

circa 1622 (Dordrecht)  -  23-07-1717 (Dordrecht)

Frontispice in de eerste en tweede druk van de door Mattheus van Nispen uitgegeven maar door Nicolaes de Vries gedrukte Beknopte-lant-meet-konst. Op de gravure een landmeter (Van Nispen zelf?) met kaart, winkelkruis, meetkettingen, stokken, meetpennen en tekengereedschap en naast hem twee meethulpen. Op de achtergrond landmeters te velde, mogelijk in de omgeving van Dordrecht (Regionaal Archief Dordrecht 489-24413).

Vermoedelijk in 1622 in Dordrecht gedoopt als zoon van Jacob Hendricxzn (1583- ?) en Aalke Matthijsen (?-1664). Overleden op 23 juli 1717 te Dordrecht en begraven in de Grote Kerk. Huwde op 24 april 1657 te Dordrecht Maria van der Eijck (1626-1703). Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: Sara (1658), Hendrica (1660), Maria (1663) en Jakob (1666).

Mattheus van Nispen was landmeter, onderwijzer in de landmeetkunst, uitgever en boekverkoper. Op 4 november 1660 werd hij door het Hof van Holland benoemd tot landmeter waarna hij snel naam maakte als kundig vervaardiger van kaarten. Zijn leerboek De beknopte lant-meet-konst (1662) werd een standaardwerk dat vijf herdrukken beleefde. De laatste druk verscheen in 1744, ruim 25 jaar na zijn overlijden. Zijn oudste dochter Sara trouwde in 1680 met Abel de Vries (1658-1732) die ook landmeter was, bij zijn schoonvader in de leer ging en hem later opvolgde. Van Nispen produceerde vele en belangrijke kaarten, waaronder enkele van het Eiland van Dordrecht, de Biesbosch, IJsselmonde en de Hoeksche Waard. De grote waterschapskaart van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden uit 1681 vormt de kroon op zijn werk.

Over zijn geboortedatum en afkomst bestaat onzekerheid. In zijn boek De beknopte lant-meet-konst, beschrijving van het leven en werk van de Dordtse landmeter Mattheus van Nispen (1978) stelt Th.W. Harmsen dat Mattheus van Nispen stamt uit een aanzienlijk geslacht waarvan telgen te Antwerpen, Breda en Dordrecht hoge ambten bekleedden. Maar wie zijn ouders waren, is ongewis. Harmsen noemt – met een slag om de arm – Markus van Nispen als vader, terwijl G.D.J. Schotel (1807-1892) in zijn Jaarboekje van Dordrecht 1840 bij de beschrijving van de familie Van Nispen Abel van Nispen (1580-1638) en Kornelia van Eerrijcke (1592-na 1677) als ouders noemt. In de Dordtse doopregisters komen echter nog twee Mattheussen voor die ook in aanmerking komen om ‘de’ Mattheus te zijn. Allereerst komt het op 6 januari 1629 ten doop gehouden jongetje met als ouders Claes Claessensz en Marritgen Roemers in aanmerking. En wel omdat deze Mattheus bij zijn overlijden in 1717 de weliswaar respectabele, maar nog ‘acceptabele’ leeftijd van 88 jaar zou hebben bereikt. Toch komt volgens Meta de Vries, een rechtstreekse afstammeling van landmeter Abel de Vries en Sara van Nispen, het zoontje van Jacob Hendricxzn en Aalke Matthijsen eerder in aanmerking, ook al is deze Mattheus al in 1622 geboren en zou hij dus 95 jaar zijn geworden. Wat vóór hem pleit is dat deze Mattheus vernoemd is naar de vader van Aalke. In het geval dat Claes Claessensz en Marritgen Roemers de ouders van Mattheus van Nispen zijn geweest, vernoemden Maria van der Eijck en hijzelf geen van hun kinderen naar de grootouders.

Er van uitgaande dat Mattheus stamt uit een aanzienlijk geslacht, is het niet onlogisch te veronderstellen dat hij de Latijnse school in Dordrecht bezocht, temeer daar een zekere Carel van Nispen van 1634 tot 1638 als preceptor (leraar klassieke talen) aan deze school was verbonden. Of deze Carel familie was, is echter al evenmin zeker. Doordat het archief van de Latijnse school in de negentiende eeuw grotendeels is vernietigd, is niet met zekerheid te zeggen of Mattheus deze school heeft bezocht. Evenmin is duidelijk of Mattheus in Leiden studeerde, al is daar wel een aanwijzing voor te vinden in zijn eigen boek De beknopte lant-meet-konst, dat hij in 1662 uitgaf. Daarin stak Van Nispen namelijk de loftrompet over Frans van Schooten (1615-1660), professor Matheseos (in de wiskunde) aan de universiteit van Leiden (en leermeester van onder anderen Johan de Witt en Christiaan Huygens). Aan deze universiteit bestond sinds 1600 een Nederlandstalige ingenieursschool, die ook de onderdelen landmeten en kaarteren omvatte. Het is onzeker of Mattheus van Nispen deze opleiding volgde. In het archief van de Leidse universiteit komt zijn naam niet voor. Slechts een deel van de studenten van deze opleiding heeft zich laten inschrijven in het Album Studiosorum van de universiteit, terwijl er geen eigen inschrijvingsboeken van de Ingenieursschool bestonden. Alleen als hij toevallig een rekest of brief zou hebben geschreven, had zijn naam kunnen opduiken, maar ook dat is niet het geval.

Waar hij zijn opleiding ook volgde, in 1660 voelde hij zich voldoende bekwaam om een verzoek te richten aan het Hof van Holland om hem te benoemen tot landmeter. Daartoe deed hij een examen dat hem datzelfde jaar werd afgenomen door de mathematicus en opzichter van ’s lands fortificatiën Genesis Paen. Deze achtte hem voldoende bekwaam om hem als landmeter te admitteren, waarna mr. Hugo Block (1590-1661) hem de beroepseed afnam zodat Van Nispen zijn kaarten voortaan mocht ondertekenen als ‘gesworen’ (beëdigd) landmeter. Sindsdien werkte hij voor particulieren en voor waterschappen, kreeg opdrachten van het stadsbestuur van Dordrecht en verkreeg na enkele jaren een vaste aanstelling bij de Rekenkamer van Holland, die de domeinen van Holland beheerde. Van Nispen wordt als landmeter genoemd in de periode tussen 1660 en 1715, hoewel hij zich na de eeuwwisseling hoofdzakelijk beperkte tot het kopiëren en collationeren (vergelijken) van kaarten.

Behalve land opmeten en kaarten maken, gaf Van Nispen ook les aan jongeren (onder wie zijn schoonzoon Abel de Vries) die het vak wilden leren. Zijn kleinzoon en achterkleinzoon, respectievelijk Mattheus de Vries sr. en jr. werden eveneens landmeter. Daarnaast was Van Nispen ook boekverkoper. Zijn winkel – en waarschijnlijk dus ook zijn woonhuis – stond op de hoek van de Wijnstraat en de Nieuwbrug en heette In de Sonne-wijser.

Twee jaar na zijn Beknopte lant-meet-konst, in 1664,gaf hij een nieuw boek uit, in feite de bewerkte versie van een populair werk over landmeten van Jan Pietersz Dou (1572/73-1635): Tractaet van de roeden en landtmaten, door Hollandt, Zeelandt ende andere daer omtrent leggende plaetsen gebruycklick: De selve by roeden-lengte, roeden-quadraet, ende morgens, elcx in hare rechte proportie jegens den anderen gecalculeert. Door Jan Pietersz. Dou in syn leven landtmeter tot Leyden (een boekje dat in 1629 het licht zag). Het Tractaetje van de landtmaten, gemaeckt door C. Fr. Eversdyk, reeken mr. ’s landts en graefflyckheit van Zeelandt. Van nieuws gedruckt en met eenige dingen ter saken dienende vermeerdert nam hij in1669 in de tweede druk van De beknopte lant-meet-konst op.

Toen eind 1680 en begin 1681 de verschijning van een grote komeet overal in West-Europa tot veel ophef leidde en een intensieve wetenschappelijke discussie teweegbracht over de oude vraag of kometen al dan niet onheil voorspelden, mengde Van Nispen zich hierin met zijn pamflet: Comeet-gespreck, tusschen mr. Abraham ende Justinus: aengaende de hedendaeghsche steert-sterre, waer inne oock verhandelt wort van den loop der cometen, of steert-sterre: van hare menighvuldige verschijninge, grootheden, distantien, toeneminge en afneminge: mitsgaders of men uyt de selver yets voorseggen kan. Zijn gedetailleerde antwoord op deze vraag vormde een ondubbelzinnig beroep op exacte waarneming en op het gezond verstand van de lezers. Twintig jaar later deed hij opnieuw een beroep op de rede in zijn kritische pamflet Aenmerckinge, op en tegens de eerste en tweede nieuwe geinventeerde almanacken van mr. Andreas van Luchtenburgh, over de jaren 1699 en 1700.

Bronnen en literatuur
Simon van Leeuwen, Batavia Illustrata, ofte verhandelinge vanden oorspronk, voortgank, zeden, eere, staat en godtsdienst van Oud Batavien, mitsgarders van den adel en regeringe van Hollandt (‘s-Gravenhage 1685), p. 1025-1035.
G.D.J. Schotel, Abel, Karel, Adriaen, Mattheus en Maria van Nispen, in: Jaarboekje voor Dordrecht 1840 (Dordrecht 1839), p. 12-20.
Th.W. Harmsen, Beknopte lant-meet-konst, beschrijving van het leven en werk van de Dordtse landmeter Mattheus van Nispen (Delft 1978).
E. Muller en K. Zandvliet (red.), Admissies als landmeter in Nederland voor 1811 (Alphen aan de Rijn 1987).
Meta de Vries, Genealogisch onderzoek (nog niet gepubliceerd).

Wim van Wijk

Sluit het Verborgen Museum