Ludovicus Roelandus Marie ten Bosch

21-05-1923 (Rotterdam - Kralingen)  -  05-01-2018 (Warnsveld)

Lou ten Bosch in 1984 in zijn atelier (foto Ad Molendijk, Regionaal Archief Dordrecht 552_308682)

Ludovicus Roelandus Marie ten Bosch, roepnaam Lou, werd op 21 mei 1923 geboren in Rotterdam-Kralingen. Hij overleed op landgoed ’t Waliën te Warnsveld (Gld.) op 5 januari 2018. Zoon uit het in Dordrecht op 2 augustus 1911 gesloten huwelijk van Ludovicus Wilhelmus Maria Anthonius ten Bosch, manufacturier, (Den Bosch 14 februari 1877-Dordrecht 6 juni 1960) en Henriëtte Bernardina Marie Linders (Dordrecht 24 juni 1880-Dordrecht 6 januari 1958). Huwelijk te Dordrecht op 21 mei 1954 met Joanna Magdalena Maria (Ank) Stumpel (Dordrecht 22 augustus 1920 -Warnsveld 3 november 2017). Ank was de dochter van Lambertus Josephus Maria Stumpel (Hoorn 19 november 1888-Dordrecht 5 september 1957), handelaar in kantoorbenodigdheden, en Josephina Hendrica van den Berg (Etten-Leur 1 maart 1892-Dordrecht 25 juli 1989). Uit het huwelijk van Lou en Ank vijf kinderen, allen geboren te Dordrecht: Maria Clara (roepnaam Marionet, later: Maricée, 3 maart 1956) de tweeling Judith Maria en Simone Maria (26 april 1957) , Geerten Maria (21 april 1959) en Lodewijk Emmanuel Marie (25 december 1960).

Lou ten Bosch was docent, mimespeler, poppenspeler, tekenaar, schilder, cabaretier en theatermaker. Humor, spel en speelsheid vormden voorname aspecten in zijn werk. Na zijn opleiding in Rotterdam vestigde hij zich in Dordrecht en later in Warnsveld. Zijn vermogen tot improvisatie was naast zijn veelzijdigheid een van zijn sterkste kanten. Aanvankelijk werkte hij in zijn beeldend werk vooral figuratief. Belangrijke inspiratiebronnen waren daarbij de wereld van het circus, de kindertekening en het theater. Na 1984, in de periode te Warnsveld, ontwikkelde hij een meer abstracte teken- en schilderstijl en werkte hij dagelijks aan zijn bospad.

Na de middelbare school in Rotterdam schreef Ten Bosch zich in 1940 als student in aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam. Aanvankelijk studeerde hij aan de afdeling Publiciteit maar na een jaar koos hij voor Tekenen en Schilderen. Op de Academie sloot hij vriendschap met onder anderen schilder Antoon Winkel (1923-1989), tekenaar Philip Kouwen (1922-2002), beeldhouwster Toos Neger (1910-1986), beeldhouwer Hans Petri (1919-1996) en schilder Leo Marchand (1913-1996) . In 1946 studeerde hij af. In het gebombardeerde Rotterdam was moeilijk aan atelierruimte te komen. In Dordrecht bleek dat eenvoudiger en deze Rotterdamse kunstenaars, aangevuld met onder anderen schilder Bouke IJlstra (1933-2006), vestigden zich in Dordrecht. Zij werden vrijwel allen lid van het oude Dordtse Teekengenootschap Pictura. Ten Bosch zou talloze malen deelnemen aan de ledententoonstellingen van Pictura. Hij trad als werkend lid toe in 1948. Hun komst was een verrijking voor de stad en voor Pictura, maar deze ‘Rotterdamse invasie’ verstoorde aanvankelijk het evenwicht in het genootschap.

Ten Bosch woonde in zijn atelier aan het Steegoversloot 60. Voor het Gemeente Archief Dordrecht maakte hij, evenals andere Dordtse kunstenaars, tot ongeveer 1950, wekelijks een topografische tekening, tegen een honorarium van dertig gulden. Eind jaren veertig kwam hij in contact met de uit Suriname afkomstige leraar, regisseur en poppenspeler Henk Zoutendijk (overleden Suriname 20 september 1986), lid van de kring van Nederlandse Poppenspelers. Hij leerde diens assistente Ank Stumpel kennen met wie hij in 1954 zou trouwen.

Lou was de ziel van het in 1950 opgerichte kunstenaarscabaret ‘De Pepper’ dat optrad in Pictura en waarvan de latere professionele cabaretier Jaap van de Merwe (1924-1989) enige tijd deel uitmaakte. Ten Bosch raakte in deze periode gefascineerd door de mime-kunst en volgde in 1953 een mimecursus bij Rob van Houten (1939). Met vriend en studiegenoot Antoon Winkel ondernam hij in 1954 een studiereis naar Parijs en Bretagne. Ze bekostigden hun reis mede door in kloosters te verblijven en daar muurschilderingen aan te brengen of te restaureren. Na terugkeer speelde hij onder meer in Den Haag straatpoppenkast. In hetzelfde jaar trouwde hij met Ank Stumpel. Het paar vestigde zich in de Schuitenmakersstraat 16.

Ten Bosch maakte in zijn loopbaan een groot aantal studiereizen, meestal met collega’s, onder andere naar Domrémy in Frankrijk (1957), Londen (1960 en 1978), de Dordogne (1962), de Auvergne (1964), de Provence (1966), Hongarije (1972), Angers (Frankrijk 1978), Peru en Salagnac (Frankrijk 1980), Toscane (1984), de Eifel (1988), Umbrië (1990) en de Ardennen (1991). Die reizen leverden een schat aan werk op.

In 1957 richtte beeldend kunstenaar Cor de Nobel (1929-2012) Galerie .31 (Punt Eenendertig) op. De naam was een samentrekking van ‘trefpunt’ en het huisnummer van de galerie in de Schuitenmakersstraat. De Nobel was enkele keren het lidmaatschap van Pictura geweigerd vanwege zijn abstracte werk en ongebruikelijke materiaalgebruik (gips, zand, gaas enz.). De galerie werd een proeftuin voor abstracte of informele kunst. Naast De Nobel waren bij de oprichting Lou ten Bosch, schilder en graficus Theo Kemp (1933-2008) en Bouke IJlstra betrokken. Ten Bosch gaf er af en toe pantomimevoorstellingen. Geestverwante kunstenaars als Armando (1929) en Jan Schoonhoven (1914-1994), maar ook schrijvers als C. Buddingh’ (1918-1985), Simon Vinkenoog (1928-2009) en jazzliefhebbers troffen elkaar hier.

In 1960 werd hij benoemd als docent tekenen aan de Dordtse Gemeentelijke Kweekschool aan de Binnen Walevest. Dat leverde een regelmatig inkomen op. Het werk deed hij met veel inzet maar het belette hem niet buiten zijn docentschap creatief te blijven. Hij werd gewaardeerd door studenten en collega’s en was de ziel van bijeenkomsten en schoolfeesten. Twee jaar na zijn benoeming betrok het gezin Ten Bosch een groter pand uit 1733 aan de Hoge Nieuwstraat 55.

Het poppenspel kreeg na 1960 veel aandacht. Hij trad toe tot de Nederlandse Vereniging voor het Poppenspel waar hij in contact kwam met de bekende clown en poppenspeler Henk Abbing (1929-2016). Met Bouke IJlstra ondernam hij experimenten met de combinatie van poppenkast en beeld. Hij had een actief aandeel in de oprichting van de Stichting Poppenspelcentrum waarvan hij bestuurslid werd. Ten Bosch gaf eveneens les aan de Akademie van het Poppenspelcentrum.  Lou trad in 1968 met enkele collega’s op tijdens de Dordtse manifestatie ‘Expressospul’. Dit optreden leidde tot een modern poppen- en objectenspel: Tejater OEI. De gekozen theatervorm was geïnspireerd op het ‘Zwarte Theater’ zoals dat te zien was in Praag. In het donker, tegen een zwarte achtergrond, werd door in het zwart geklede artiesten de illusie gewekt dat objecten in de ruimte zweefden.

Naast talloze exposities met Picturaleden exposeerde Ten Bosch ook veel in België, in Galerie Els Brandsma en Galerie Bint in Dordrecht, waarvan eenmaal samen met dochter Judith. Toen Lou en Ank ten Bosch in 1984 verhuisden naar Warnsveld vond een afscheidstentoonstelling plaats in de galerie van keramiste Margreet Huisman (1940). Pictura benoemde hem bij zijn vertrek tot erelid. In Warnsveld betrok hij met een aantal anderen villa ’t Waliën waar zij een kunstzinnig georiënteerde woongemeenschap vormden.  Op 29 september 1984 bracht hij een groot deel van zijn kunstcollectie in Warnsveld onder de hamer. Voor deze veiling was veel belangstelling.

Het bosrijke gebied te midden waarvan ‘t Waliën was gelegen, bood Ten Bosch nieuwe mogelijkheden. Hij ontwikkelde zich tot ‘bosjutter’. Hij legde achter de villa een bospad (Het Pad) van honderd meter aan, aan weerskanten waarvan hij gevonden stammetjes, takken en andere voorwerpen tot objecten maakte. Het ging vooral om ritme en om ‘samenwerking met de natuur’. Bijna dagelijks heeft hij tot kort voor zijn dood aan zijn pad gewerkt. Het werken er aan maakte zijn geest vrij, zo zei hij zelf. In Warnsveld kwam er ook een verandering in zijn schilderstijl; hij ging meer abstract schilderen. Een andere mogelijkheid zijn creativiteit te uiten deed zich voor toen bij het vernieuwen van een leistenen dak talloze leien en scherven daarvan beschikbaar kwamen. Zij werden beschilderd met eenvoudige figuren terwijl de scherven veelal werden bekrast met kleine tekeningen, korte teksten of woorden.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag toonde het Historisch Museum Rotterdam een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Uniek was de familie-expositie ‘Bloei en vergankelijkheid’ in 2004. Alle vijf kinderen hadden gekozen voor kunstzinnige beroepen en zij droegen allen aan de expositie bij.

In 2016 verzorgde Ten Bosch op hoge leeftijd (93) in ‘Het Bruishuis’ in Zutphen een creatieve workshop ‘Het wonder van de eenvoud’. Doel was ‘de deelnemers te laten ervaren hoe zij met minimale middelen in contact kunnen worden gebracht met de essentie van creativiteit’. Hoe actief en creatief ook, toen zijn vrouw Ank in november 2017 overleed, was het genoeg geweest. Hij gaf het op en overleed twee maanden later.

Varia
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (2003).

 Literatuur
RKD artists 11o35.
http://theaterencyclopedie.nl
Hans Bollebakker e.a., Theater uit handen, Historisch Museum Rotterdam/Stichting Poppenspelcollecties voorheen Poppenspelcentrum (Rotterdam 1992).
Hans Bollebakker, Lou ten Bosch (PSC-cahier nr. 15, Dordrecht 1998).
Pieter A. Scheen, Lexicon van Nederlandse kunstenaars 1750-1950, deel 2 (‘s- Gravenhage 1979), p. 431.

Roel Leentvaar (januari 2018)

 

Sluit het Verborgen Museum