Kommer Kleijn

12-06-1893 (Dordrecht)  -  12-09-1982 (Hilversum)

Portret van Kommer Kleijn in 1928 (foto Stadsarchief Amsterdam)

Kommer Kleijn werd geboren in Dordrecht op 12 juni 1893 en daar op 16 juni Nederlands Hervormd gedoopt. Later zou hij zich evenals zijn broer aansluiten bij de Remonstrantse Broederschap. Hij overleed in Hilversum op 12 september 1982. Kommer was een zoon uit het op 26 november 1885 in Dordrecht gesloten huwelijk van Machiel Kleijn, handelsreiziger, slijter en distillateur (Dubbeldam 27 januari 1861- Dordrecht 12 februari 1907) en Adriana Maria Schellenbach (Dordrecht 5 januari1857-Hilversum 21 januari 1943). Uit dit huwelijk werd een drietal kinderen geboren, waarvan Kommer de jongste was. Zijn zuster was Antonia Kleijn (Dordrecht 15 augustus 1886-Dordrecht 15 juni 1923), zijn broer was de latere remonstrants predikant dr. h.c. François Kleijn (Dordrecht 22 november 1887-Den Haag 19 oktober 1970).

Op 11 juni 1919 trad Kommer Kleijn in Dordrecht in het huwelijk met Wilhelmina Schnabel (Dordrecht 8 april 1894-Hilversum 9 maart 1963). Zij was een dochter van Anthonij Hermanus Schnabel, juwelier en horlogemaker, (Dordrecht 20 mei 1856-Dordrecht 7 juli 1928) en Wilhelmina Johanna van der Veer de Bondt (Dordrecht 11 september 1864-Dordrecht 1 juni 1917). Uit het huwelijk van Kommer en Wilhelmina twee nakomelingen: ir. Anthonij Hermanus Kleijn (Amsterdam 10 april 1920-Rolde 5 april 2000) en Ariana Maria Kleijn (Den Haag 20 september 1921-Hilversum 9 april 1994). Enkele jaren na het overlijden van Kommers echtgenote ontstond een relatie met Arendina Theodora (Do) van Kooy-Roodenburg (geboren Den Haag 28 januari 1904).

Kommer Kleijn was voordrachtskunstenaar, toneel-, film-, televisie- en hoorspelacteur, dramaturg en regisseur. Hij is vooral bekend als regisseur en bewerker/vertaler van hoorspelen. Op het terrein van het hoorspel, ook wel luisterspel genoemd, verrichtte hij pionierswerk. Hij maakte dankbaar gebruik van de nieuwe mogelijkheden die de radiotechniek vanaf 1934 bood. Hij was een kundig en hardwerkend vakman. Zijn hoffelijke en opgewekte karakter maakten hem gezien bij collega’s en radiomedewerkers. Kommer Kleijn was ook een man die genoot van de goede dingen van het leven.

Zijn ouders vestigden zich in januari 1886 vanuit Dubbeldam in Dordrecht, waar zij de wijnhandel en distilleerderij ‘Het Vergulde Paard’ exploiteerden. Kommer doorliep de school voor bijzonder-neutraal lager onderwijs aan het Stek die onder leiding stond van ‘bovenmeesters’ De Koning en Van der Want. In 1906 deed hij met succes toelatingsexamen voor de HBS aan de Nieuwstraat waar rector dr. A. van Oven de scepter zwaaide. Na drie jaar besloot Kommer de Zeevaartschool in Amsterdam te volgen, maar hij werd afgekeurd wegens gebrekkig kleuren zien.  Vervolgens trad hij in dienst van Assurantiekantoor Boonen en Vriesendorp aan de Groenmarkt te Dordrecht, maar het kantoorleven beviel hem niet.

Bij het Dordtse amateurtoneelgezelschap TONEGIDO (Tot Ons Nut En Genoegen Is Deze Opgericht) deed hij zijn eerste toneelervaringen op. Nadat hij in de Dordtse schouwburg de opvoering van het toneelstuk Schakels van Herman Heijermans (1864-1924) had bijgewoond, besloot hij acteur te worden. Hij vroeg de Dordtse schrijfster en toneelrecensente Top Naeff (1878-1953) om advies omdat zij goede contacten had in de toneelwereld. Zij legde de kwestie voor aan de bekende acteur, regisseur en toneelleider Willem Royaards (1867-1929) die wel mogelijkheden zag. Kleijn meldde zich in 1911 bij de Toneelschool in Amsterdam die onder de directie stond van S.J. Bouberg Wilson (1848-1923) en slaagde voor het toelatingsexamen. Hij doorliep de opleiding zonder problemen en in juni 1914 deed hij met succes eindexamen. Direct daarna moest hij zijn militaire dienstplicht vervullen en werd vrijwel onmiddellijk gemobiliseerd vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hij werd gelegerd bij de kustwacht in IJmuiden waar hij diende tot september 1915, waarna hij verlof kreeg. Door een administratief misverstand zonden de autoriteiten hem definitief naar huis.

Kleijn maakte zijn toneeldebuut nog tijdens zijn toneelopleiding met twee kleine rollen in De belachelijke hoofse juffers (Les précieuses ridicules) van de Franse toneelschrijver Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin, 1622-1673).  Zijn eerste engagement kreeg hij per 1 oktober 1915 bij De Haghespelers, een toneelgroep onder leiding van acteur, regisseur en toneelleider Eduard Verkade (1878-1961). In 1917 en 1918 speelde Kleijn bij toneelgezelschap De Rotterdammers. Alvorens in 1921 terug te keren naar De Haghespelers van Verkade, speelde hij bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Toneel die actief was van 1876 tot 1930. Bij deze gezelschappen speelde hij met bekende acteurs zoals Louis Bouwmeester (1842-1925), Ko van Dijk sr. (1881-1937) en Mary Dresselhuys (1907-2004). Enkele grote rollen die hij speelde in die tijd waren: Orlando in Naar het U lijkt (As you like it) van William Shakespeare (1564-1616) en de rol van Don Carlos in het gelijknamige stuk van Friedrich Schiller (1759-1805). Tijdens zijn opleiding, maar ook later, trad hij graag op in zijn geboortestad.

Zijn radiodebuut maakte Kommer Kleijn in de zomer van 1928 met de voordracht van een toneeltekst van ds. E.D. Spelberg (1898-1968), secretaris van de VPRO. Het jaar daarop nodigde omroeppionier en AVRO-directeur Willem Vogt (1888-1973) hem uit om ‘radiotoneel’ in de huiskamers te brengen en dat genre verder te ontwikkelen. Kleijn zag daartoe mogelijkheden en trad in 1929 in dienst van de AVRO. Het ging Vogt vooral om klassiek letterkundig repertoire. Zo werden onder andere Elckerlyc en kort daarop een Shakespeare- en een Molière-cyclus uitgezonden (1931 respectievelijk 1932), maar er werden ook lichtere luisterspelen gebracht. In 1931 volgde de eerste thriller en vanaf 1933 werden hoorspelen uitgezonden gebaseerd op teksten uit de contemporaine internationale literatuur zoals bijvoorbeeld van John Galsworthy (1867-1933) en George Bernhard Shaw (1856-1950).

Vanaf 1934 werd het mogelijk uitzendingen tevoren vast te leggen op glasplaat, waardoor zich nieuwe mogelijkheden voordeden met betrekking tot de auditieve aspecten (zoals voetstappen, bliksem, storm, achtergrondgeluiden enz.), montage, uitvoering en afwerking. Eind jaren dertig maakt Kleijn kennis met de populaire Engelse thrillerserie Send for Temple van de Engelse schrijver en dramaturg Francis Durbridge (1912-1998). Kleijn vertaalde en bewerkte de serie voor de Nederlandse radio. Zo kwam de veel beluisterde detectiveserie Paul Vlaanderen tot stand die vanaf 1939 als hoorspel door de AVRO-radio in de ether werd gebracht. De serie werd tot 1959 herhaald uitgezonden en was een groot succes. Kleijn werd een warm pleitbezorger van het hoorspel en zou in totaal meer dan duizend hoorspelen op de radio brengen. Hij kreeg dan ook de eretitel ‘koning van het hoorspel’.

Behalve in toneel- en luisterspel acteerde Kleijn voor de Tweede Wereldoorlog ook in een aantal Nederlandse speelfilms. De bekendste waren Suikerfreule (1935) en Jonge Harten (1936). In deze laatste film speelde hij samen met beroemde acteurs als Lily Bouwmeester (1901-1993) en Paul Steenbergen (1907-1989).

Na de Duitse inval van 10 mei 1940, de Nederlandse capitulatie en de daaropvolgende bezetting had de bezetter in april 1941 de omroepen opgeheven en vervangen door één Rijksradio. Het was Kleijn onmogelijk te werken in een gelijkgeschakelde radiowereld en hij verliet de omroep in september 1941. Hij trad net als vele andere acteurs alleen nog op in besloten kring. Na de Duitse capitulatie in mei 1945 werkte Kleijn enige tijd bij Radio Herrijzend Nederland. Daarvoor gebruikte men een zender die gedurende de bezetting in het geheim bij Philips was gebouwd. Na de bevrijding van Zuid-Nederland in 1944 werden uitzendingen verzorgd vanuit Eindhoven. Het radiostation stond onder toezicht van het Militair Gezag. Kleijn keerde vervolgens terug in zijn oude functie bij de AVRO.

In de eerste jaren na de bevrijding werkte hij ook bij het radiotoneelgezelschap van acteur en regisseur Willem van der Capellen (1889-1976) en gaf daarnaast in die jaren leiding aan het toneelgezelschap dat op AVRO-avonden optrad en dat voornamelijk bestond uit hoorspel-acteurs. Vanaf 1952 werkte Kleijn samen met regisseur Dick van Putten (1918-2002). Toen Kommer Kleijn in 1959 met pensioen ging, nam van Putten diens functie over, maar Kleijn bleef niet stilzitten. Tot 1962 werkte hij als chef bij de ‘hoorspelkern’ van de Nederlandse Radio Unie (de NRU, de tegenwoordige NOS) die ten dienste van de verschillende omroepen in stand gehouden werd. In 1967 keerde hij terug naar zijn eerste liefde: het toneel. Hij werkte in gastrollen bij verschillende toneelgezelschappen.  Ook was hij enkele keren te zien in televisieproducties. Zijn laatste televisierol vervulde hij op 86-jarige leeftijd in de TROS-serie Lessen in liefde, een stuk gebaseerd op de Decamerone van de Italiaan Giovanni Bocaccio (1313-1375).

Onderscheidingen
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (5 juni 1973).

Bronnen en literatuur
Regionaal Archief Dordrecht, Toegang 150. Collectie van Handschriften, inv.nr. 2377: Biografische aantekeningen betreffende Kommer Kleijn, hoorspelacteur, geboren te Dordrecht op 12 juni 1893, samengesteld voor een uitzending van het programma ‘Dit is uw leven’.
H.W.A. Joosten, Kleijn, Kommer, in: Biografisch Woordenboek Nederland 1880-2000, deel 3.
Wikipedia: Kommer Kleijn.
R. Geraerds, De spelleiding … heeft Kommer Kleijn: een kwart eeuw hoorspel in Nederland (Hoorn 1954).

Roel Leentvaar (juli 2019)

 

Sluit het Verborgen Museum