Johannes Philip Laurens Petri

01-12-1919 (Weerselo)  -  13-02-1996 (Dordrecht)

Borstbeeld van Hans Petri

Johannes Philip Laurens Petri (roepnaam Hans) werd op 1 december 1919 geboren in Weerselo (gemeente Denekamp, Overijssel) en overleed in Dordrecht op 13 februari 1996. Hij werd op 17 februari 1996 begraven op algemene begraafplaats De Essenhof te Dordrecht.

Hij was de jongste van twee kinderen, geboren uit het op 20 februari 1917 te Wonseradeel (Friesland) gesloten huwelijk van Jacob Petri, Nederlands Hervormd predikant (Amsterdam 19 juni 1884-Baarn 10 mei 1971) en Dieuweke Maas (Makkum 14 december 1886-Arnhem 16 juli 1946). Hans Petri trouwde te Dordrecht op 18 mei 1949 met Greetje Huibertje Eijskoot, keramist (Dordrecht 2 juli 1922-Dordrecht 2 januari 2012). Uit dit huwelijk geen nakomelingen. Greetje was een dochter van de Dordtse musicus en dansleraar Hendrik Adrianus Eijskoot (1902-1957) en Jannetje Faasse (1903-1990).

Hans Petri was een veelzijdig kunstenaar. Hij was beeldhouwer, tekenaar, schilder en graficus. Voorts was hij penningkunstenaar en poppenmaker. Ook vervaardigde hij maskers. Aanvankelijk was zijn werk figuratief maar hij ontwikkelde zich tot een overwegend abstract werkend kunstenaar. Petri was eigenzinnig en had een uitgesproken hekel aan regels, formulieren en bureaucratie. Soms leverde dat problemen op. Hij was een van de grondleggers van de zogenoemde ‘omgevingskunst’. Dit is een integrale vormgevingsaanpak waarin naast gebouwen en landschap, elementen kunnen worden toegevoegd zoals beplanting, water, zwerfkeien, vormen van beeldhouwkunst enz. Hij zocht hier naar organische vormen als contrast met de geometrie van de gebouwde omgeving. Petri ontving vele opdrachten, zowel uit Dordrecht als van andere gemeenten, alsook van bedrijven en instellingen.

In 1923 werd zijn vader, Jacob Petri, Nederlands Hervormd predikant in Eck en Wiel (Gelderland), beroepen naar Dordrecht. Hij aanvaardde dit beroep en vestigde zich met zijn gezin in Dordrecht. Hans’ ouders, en ook hun kunstzinnige vrienden, brachten hem belangstelling bij voor de natuur en de beeldende kunst. Zijn lagere schooltijd verliep moeizaam. Petri kon zich moeilijk voegen en werd letterlijk en figuurlijk langdurig geïsoleerd doordat hij een ernstige besmettelijke ziekte kreeg (difterie). Hij bezocht meerdere lagere scholen. Toch behaalde hij na het lager onderwijs het diploma HBS-b met tienen voor scheikunde, plant- en dierkunde, mechanica, stereometrie en meetkunde. Petri schreef zich in 1941 in als student biologie aan de Gemeente Universiteit Amsterdam. Hij brak zijn studie echter na een jaar af, vooral omdat de kunst hem steeds meer aantrok.

Petri volgde als spoorstudent vanaf 1942 de opleiding beeldhouwen aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam. Hij kreeg les van graficus, tekenaar en schilder Antoon Derkzen van Angeren (1878-1961), tevens een huisvriend van de familie Petri, en van beeldhouwer Gerard Hoppen (1885- 1959). Zijn belangstelling ging uit naar grafisch werk, maar vooral naar de beeldhouwkunst. Over de academie was hij uiterst kritisch en ook met Hoppen had hij niet veel op. De relatie met Van Angeren was veel beter en deze had al sedert Hans’ vroege jeugd grote invloed op hem en stimuleerde hem tot tekenen. Petri was moeilijk in het gareel te krijgen en er werd hem een ultimatum gesteld: de lessen volgen of de opleiding verlaten. Hij koos voor het laatste en verliet de opleiding zonder diploma om zich als zelfstandig kunstenaar te vestigen (1944). In het laatste oorlogsjaar (1944-1945) moest hij om aan dwangarbeid te ontkomen, onderduiken bij zijn ouders in Didam (Gelderland), waar zijn vader als predikant stond.

In 1942 had hij een atelier weten te bemachtigen in het gebouw van Teekengenootschap Pictura op de Voorstraat. Drie jaar later werd dit zijn woning en betrok hij een atelier in de voormalige Middelbare Meisjes School (MMS) aan het Steegoversloot, om vervolgens een atelier te betrekken in het gebouwencomplex van het Dordrechts Museum. Evenals andere kunstenaars ontving hij van het Dordtse Gemeentearchief opdracht om tekeningen, aquarellen en gouaches te maken van straten en plekjes in Dordrecht. Deze opdracht had naast een topografisch oogmerk ook het ondersteunen van de kunstenaars ten doel (1946).

De gemeente Dordrecht verleende hem in 1948 opdracht voor het ontwerpen van een oorlogs- en bevrijdingsmonument. Dit monument, getiteld Levensboom, kreeg een plaats in Park Merwestein, vrijwel op de plek waar op 24 oktober 1944 een door de Royal Air Force uitgevoerd bombardement plaatsvond op het hoofdkwartier van het Duitse 15e leger dat zich in het park bevond. Door gebrek aan precisie kwamen ook tientallen Dordtenaren om het leven en werden vele woningen verwoest. Het monument werd onthuld op 10 september 1952. Later ontstonden problemen rond het onderhoud van het beeldhouwwerk. Naar het oordeel van Petri deed de gemeente dat niet zorgvuldig genoeg. Uiteindelijk zag een stichting toe op het onderhoud. Tot op heden is dit monument de herdenkingsplek op 5 mei, bevrijdingsdag.

Een heel andere beeldende activiteit van Petri was het vervaardigen van handpoppen uit perenhout voor poppenspelers. Dit deed hij samen met zijn echtgenote Greetje. Zij zorgde voor de goede kleuren, de kleding en de accessoires. Hij stopte om financiële redenen met dit werk in 1956. Men vond zijn poppen te duur. De religieus aangelegde Petri kreeg in 1959 opdracht een bronzen doopvont te ontwerpen voor de bij het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 ernstig beschadigde Laurenskerk. Om geld bijeen te brengen voor de restauratie van de kerk werden meerdere acties ondernomen. Petri ontwierp in dat kader in hetzelfde jaar de Laurensdukaat: door die te kopen droeg men bij aan de bekostiging van de restauratie.

Het bestuur van de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH, thans: EUR, Erasmus Universiteit Rotterdam) verleende hem in 1969 opdracht voor campus Woudenstein een omgevingsontwerp te maken. Dit kunstwerk – in de wandeling De Eieren genoemd –  kreeg algemeen veel waardering en werd tot een icoon van de NEH/EUR. Samen met het omgevingskunstwerk voor het Hoofd- en Districtskantoor van IBM in Amsterdam waaraan hij tussen 1975 en 1981 werkte, werd dit beschouwd als zijn belangrijkste werk. De Eieren werden uitgevoerd in spuitbeton, een toen nog vrijwel onbekend materiaal waarvan nog niet bekend was hoe het zich op lange termijn zou houden. In 1988 bleek een restauratie noodzakelijk. Ondanks de hoge kosten legde de universiteit de benodigde 80.000 gulden op tafel. Toen later de campus van de Erasmus Universiteit wegens voortdurende uitbreiding op de schop moest, werd het noodzakelijk het kunstwerk te verplaatsen. Onderzoek toonde echter aan dat het kunstwerk dit niet zou overleven. Daarmee ging dit kunstwerk verloren.

Petri kreeg landelijke bekendheid vanwege het krakeel dat ontstond rond het ontwerp dat hij in opdracht van de regering samen met architect Frans van Dillen (1932-1991) maakte voor een nationaal monument voor koningin Wilhelmina (1880-1962). Dit bestond uit een lint van rood-wit-blauwe mozaïekstenen, natuurstenen en keien door de binnenstad van Den Haag. Het kabinet en koningin Juliana (1909-2004) waren akkoord met het ontwerp. Juliana had als commentaar: “Mijn moeder was tenslotte een kei”. Bij de inspraakprocedure bleek echter dat er veel weerstand was. Tenslotte wees de Haagse gemeenteraad het ontwerp af (1970-1975).

Petri en zijn vrouw woonden sedert hun huwelijk in 1949 aan de Aardappelmarkt 15. In 1961 kochten ze de vervallen boerderij ’t Zand in Echteld (gemeente Kesteren, Gelderland) die aan beide kunstenaars atelierruimte bood. In 1967 vestigde Petri zich ook aan de  Rozenhof 42 (hoek Rozenhof-Havenstraat). De boerderij in Echteld werd in fasen verbouwd en werd samen met de tuin tot een omgevingskunstwerk herschapen. Zelf beschouwde Petri dit project als zijn belangrijkste kunstwerk. Omgevingskunst kwam in de jaren tachtig sterk in de aandacht. Een fraai voorbeeld is het door Petri ontworpen Fonteinlandschap bij het door de Dordtse architect ir. Gerard Gerritse (Dordrecht 1931) van Architecten- en Ingenieursbureau G. Gerritse ontworpen ziekenhuis Refaja aan het Van der Steenhovenplein in Dordrecht (1971-1974). “Graag werk ik mee aan pogingen het milieu menswaardiger, de openbare ruimte gemeenschappelijker te maken”, aldus Petri.

In 1992 werd Petri wegens zijn verslechterende gezondheid gedwongen de boerderij in Echteld te verlaten. Hij voelde dat als ‘de verdrijving uit het paradijs’. Het onderhoudswerk werd hem te zwaar en hij keerde terug naar Dordrecht. Vlak voor zijn dood sprak hij de wens uit afscheid te nemen van de Levensboom in Park Merwestein. Greetje reed hem er in zijn rolstoel heen. Daarmee benadrukte Petri de betekenis die dit kunstwerk – zijn eerste grote opdracht – voor hem had.

Enkele werken in Dordrecht
Levensboom (oorlogs- en bevrijdingsmonument, Park Merwestein, 1952).
Jonas in de walvis (gevelplastiek toenmalig Christelijk Lyceum aan het Halmaheiraplein, 1956).
Stoeiende jongens (voor het toenmalig Gemeentelijk Lyceum, Noordendijk, 1962).
Zonder titel, 6 objecten (Spirea, 1968).
Fonteinlandschap (Van de Steenhovenplein, 1971-1974).

Vernoeming
De Hans Petrischool aan de Anna van Saksenstraat te Dordrecht.

Literatuur
RKD-artists, bioportnummer 50248427.
J.J. Beljon, Hans Petri en Eugène Terwindt, Ruimte, vorm, functie; beeldende kunst in het maatschappelijk gebeuren (Maastricht 1973).
Philip Kouwen, Moniek Peters, Iris Knapen, e.a. Hans Petri (1919-1996), beeldhouwer-omgevingsvormgever (Dordrechts Museum 2001).
Sandra Smets, Tegen de rechtlijnigheid; omgevingsontwerp ‘de eieren’ van Hans Petri (Erasmusuniversiteit Rotterdam 2011).

Roel Leentvaar (juni 2017)

 

Sluit het Verborgen Museum