Jan van Harthals

15-01-1730 (Dubbeldam)  -  26-03-1800 (Dubbeldam)

Jan van Harthals voerde als beëdigd landmeter in augustus/september 1787 de opdracht uit van W. Buck om diens Huijs te Dubbeldam in het Oudeland van Dubbeldam met de bijbehorende gronden kadastraal vast te leggen. Van linksonder naar middenboven loopt de Dubbeldamseweg. De weg die linksonder naar rechts gaat, is de Markettenweg. Bovenaan naar rechts de latere Mariastraat. Het zuiden ligt boven (Regionaal Archief Dordrecht, 551-35965).

Geboren Dubbeldam en gedoopt aldaar 15 januari 1730, overleden 26 maart 1800 in Dubbeldam. Zoon van Abraham van Harthals (1689-1750) en Annetje van Pelt (1697-na 1769). Trouwt 14 december 1755 in Dubbeldam met Huibertje in ’t Veld uit Dubbeldam (1728-1800). Uit dit huwelijk 11 kinderen.

Jan van Harthals zette de onderwijstraditie voort die met zijn vader in 1711 in Dubbeldam een aanvang nam. Die kwam als onderwijzer uit Wijngaarden (Alblasserwaard) en was geboren in Groot-Ammers waar zijn grootvader Isaack Jacobsz van Harthals onderwijzer was. Overgrootvader Jacob Adriaensz van Harthals was afkomstig uit Utrecht en in 1640 schoolmeester in Jutphaas, later in Meerkerk. Toen in 1711 de Dubbeldamse onderwijzer Nicolaas van Bree overleed, stelde de Dubbeldamse ambachtsheer De Raet vanuit zijn woonplaats Den Haag op 2 oktober Abraham van Harthals aan als de nieuwe schoolmeester. Onlosmakelijk daarmee verbonden waren er werkzaamheden voor en in de hervormde kerk naast de school. De belangrijkste functies van een dorpsonderwijzer waren die van schoolmeester, koster en voorzanger. Gezien het zware stempel dat de Dubbeldamse kerkenraad met steun van de Dordtse kerkenraad na 1650 uitoefende op de dorpssamenleving, ging bij een sollicitatie naar het schoolmeestersambt de meeste aandacht uit naar de kwaliteit van de kandidaat in het openbaar lezen en zingen, gevolgd door het toetsen van diens kennis van de ‘hoofdwaarheden van de godsdienst’. Vaardigheid in het cijferen en schrijven en didactische kwaliteiten waren minder belangrijk.

Abraham van Harthals had bij zijn overlijden in 1750 de diverse ambten 38 jaar vervuld. Zoon Jan had bij hem als ondermeester het vak geleerd en zou het schoolmeestersambt vanaf 1749 vijftig jaar in Dubbeldamse dienst uitoefenen. Jan van Harthals was een opmerkelijk figuur in het Dubbeldamse (900 inwoners) vanwege de vele functies die hij niet alleen in het dorp, maar eveneens op andere plaatsen op het Eiland van Dordrecht bekleedde, zoals in Wieldrecht en de Mijl. Naast onderwijzer was hij koster, voorlezer, voorzanger, grafdelver, aanzegger, klokkenluider, gerechtsbode, polderbode en collecteur van diverse belastingen.

Hoewel de vele activiteiten kenmerkend waren voor een dorpsonderwijzer, wilde hij meer en kon hij ook meer. Het was al opmerkelijk dat hij voor diverse dorpen gerechtsbode en collecteur van belastingen was, maar opvallender was het feit dat hij in Dubbeldam bovendien kerkmeester en boekhouder voor de kerk was. In die eerste functie was hij als kerkenraadslid boven de koster en voorzanger geplaatst, functies die hij zelf vervulde! Jan van Harthals was bovendien een verdienstelijk landmeter. Het waterschap De Vierpolders op het Eiland van Dordrecht gaf hem in de periode 1770-1790 regelmatig opdracht rapporten op te stellen en kadastrale kaarten te tekenen. Deze veelheid van ambten verschaften Jan van Harthals een positie met aanzien.

Van Harthals volgde de politieke ontwikkelingen in de Republiek en voelde zich aangetrokken tot het patriottische streven stadhouder Willem V af te zetten en democratische bestuursvormen in te voeren. In de sterk oranjegezinde en vrijwel geheel hervormde Dubbeldamse samenleving viel de schoolmeester als patriot op, want hij was daarmee een vreemde eend in de bijt. Dat wordt onderschreven door de dorpsbeschrijver Van Ollefen die in 1793 vaststelde dat er in de periode 1780-1787 louter Oranje- en Staatsgezinde Dubbeldammers waren.

Toen de revolutie van 1787 door de tussenkomst van de Pruisische legers mislukt was, werden alle voorschriften weer als vanouds. Dat betekende onder meer dat op de verjaardag van de stadhouder (8 maart) de kerkklokken driemaal per dag een uur moesten worden geluid. Die richtlijn was ook van toepassing op klokkenluider Jan van Harthals. Zodra Dordrecht met luiden begon, moesten de omliggende dorpen volgen. Jan van Harthals weigerde echter deze opdracht uit te voeren. Er kwam een rechtszaak tegen de weigerachtige schoolmeester. De Dordtse Vierschaar veroordeelde hem tot het aanschaffen van een nieuwe vlag met stok met de opdracht die zes weken achtereen van zijn woonhuis uit te steken. Bovendien werd hem een boete van vier Zeeuwse rijksdaalders opgelegd (ruim tien gulden), gezien het inkomen van de schoolmeester een fors bedrag.

Zijn inkomen beliep enkele honderden guldens per jaar, waarvan de 72 gulden die het Dordtse stadsbestuur hem jaarlijks voor het kosterschap betaalde een belangrijk deel uitmaakte. De stad Dordrecht betaalde namelijk een bedrag aan de koster/schoolmeester van de ‘dorpen van de halve mijl’: Dubbeldam, Zwijndrecht, De Lint, Papendrecht en Hendrik-Ido-Ambacht. Deze dorpen lagen hemelsbreed ongeveer binnen een halve mijl (aanvankelijk ongeveer drie kilometer, in 1776 vastgesteld op ruim 2.600 meter) van Dordrecht en zij betaalden de stad belasting over de wijn en het bier die er werden verhandeld. De ‘sponsoring’ van de koster/schoolmeester was een in 1594 op aandringen van de Classis Dordrecht gestart initiatief om armlastige kerkdorpen van een schoolmeester te voorzien die de hervormde religie zou verkondigen. Deze ondersteuning eindigde in 1809 toen Lodewijk Napoleon alle betalingen aan predikanten en andere kerkelijke ‘bedienden’ ten laste van de openbare kas verbood.

Jan van Harthals ontving van zijn leerlingen schoolgeld en waar het kinderen van armlastige ouders betrof, leverde de diaconie een bijdrage. De andere werkzaamheden bij begrafenissen, het innen van belastingen en zijn bodediensten leverden eveneens een inkomen op, maar het werken als ‘geswooren’ landmeter was lucratiever. Bovendien was er zijn door vererving rijk geworden echtgenote. Jan van Harthals kon de boete dus overzien en zal het er voor over hebben gehad. Van een steunbetuiging in 1788 aan de in zijn rechten bevestigde stadhouder is niets gebleken. Wel legde Jan op 6 januari 1796 de gevraagde eed af toen hij tegenover zijn broer Jacobus, intussen tot schout van Dubbeldam benoemd, zijn steun betuigde aan de nieuwe orde van de Bataafse Republiek!

De vele werkzaamheden van Jan van Harthals konden niet alle buiten schooltijd worden verricht. Zijn zoon Dirk (*1766) was bij hem als ondermeester actief en nam met grote regelmaat onder meer zijn taken als schoolmeester waar. Jan van Harthals overleed in 1800 en in hetzelfde jaar stierf zijn echtgenote. Uit de hoogte van de begrafenisrechten kan worden afgeleid dat hij in dat jaar beschikte over een vermogen tussen de 6.000 en 12.000 gulden, destijds voor hem 30 tot 40 jaarsalarissen. Zoon Dirk nam de onderwijs- en kerkelijke verplichtingen van zijn vader over.

Abraham van Harthals (*1734), een jongere broer van Jan, was aanvankelijk ondermeester in het Dordtse Nieuw Armhuis, maar werd in november 1759 op aandringen van Dordrecht (eigenaar van de ambachtsheerlijkheid) benoemd tot onderwijzer in ‘s-Gravendeel. Diens zoon Jan volgde hem na zijn overlijden in december 1794 op in de schoolse en kerkelijke functies. De schoolmeestersdynastie was dus niet alleen in Dubbeldam honderd jaar aanwezig met Jan van Harthals als belangrijkste, maar leverde eveneens schoolmeesters in Dordrecht, ‘s-Gravendeel en Puttershoek. De dynastie wortelt in de Alblasserwaard, waar het schoolmeestersambt in de zeventiende eeuw in Meerkerk door de betovergrootvader van Jan, Jacob Adriaensz van Harthals werd uitgeoefend.

Bronnen en literatuur
Rijksarchief Utrecht: Ambachtsheerlijkheidarchief Van Boetselaer.
Regionaal Archief Dordrecht: archief 785.
L. van Ollefen, De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver deel 1, (Amsterdam 1793).
C. Esseboom, Onderwysinghe der Jeught (Dordrecht 1995).
C. Esseboom, Bieraccijns en geloof, hand in hand, in: Jaarboek Oud-Dordrecht 2007 (Dordrecht 2008), p. 70-78.
Het Regionaal Archief Dordrecht bezit een zestal kadastrale kaarten van de hand van Jan van Harthals uit de periode 1772-1787 onder de nummers 1100-235004; 1100-240010; 1100-245002; 551-35965; 551-35966; 551-35967.

Cees Esseboom (september 2012)

Sluit het Verborgen Museum