Jan Kloos & Dina (Diet) Barendregt

07-05-1919 / 29-05-1924 (Dordrecht)  -  30-01-1945 / 03-04-2015 (Amsterdam / Elden)

 

Portret van Jan Kloos en Dina Barendregt

Jan Kloos werd op 7 mei 1919 in Dordrecht geboren en werd op 30 januari 1945 in Amsterdam gefusilleerd. Hij werd begraven in de duinen van Kennemerland en is na de bevrijding herbegraven op de Erebegraafplaats Bloemendaal in Overveen. Hij was het enig kind uit het op 23 juli 1914 te Dordrecht gesloten tweede huwelijk van leraar Ir. Abraham Willem Kloos (Wormerveer 10 april 1880- Dordrecht 3 juni 1952) en Dirkje Blijstra (Franeker 17 februari 1885-Oegstgeest 17 februari 1968).

Uit het eerste huwelijk van zijn vader met Antje Eisma (Dokkum 19 november 1885-Alkmaar 4 februari 1948) dat werd gesloten te Goes op 5 december 1907 en ontbonden te Dordrecht op 29 januari 1913, had Jan twee halfzusters: Johanna Saakje Kloos (Goes 27 juni 1908-Alkmaar 9 augustus 1997) en Anna Kloos (Goes 20 mei 1909-17 mei 1956) en één halfbroer: Douwe Abraham Kloos (Goes 18 oktober 1910-Amsterdam 11 september 1945).

Jan Kloos trouwde op 22 november 1944 in Dordrecht met Dina Barendregt (Dordrecht 29 mei 1924-Elden bij Arnhem 3 april 2015), roepnaam Diet of Dientje, door Jan ‘Doesjka’ genoemd. Diet noemde Jan op haar beurt ‘Janosj’. Uit hun huwelijk geen nakomelingen. Diet was een van de twee kinderen uit het op 8 november 1916 te Haarlem gesloten huwelijk van onderwijzer Wouter Barendregt (Heinenoord 24 april 1882-Dordrecht 30 mei 1959) en onderwijzeres Johanna Maria Bijl (Dordrecht 6 oktober 1893-Dordrecht 4 oktober 1969). Diet had een oudere broer: Wouter Barendregt (Dordrecht 12 mei 1918-Dordrecht 6 augustus 1990).

Jan Kloos was amateurviolist, waterpoloër bij de Dordtse zwemvereniging Merwede, student, ornitholoog en verzetsman. Zowel in Wageningen waar hij werkte, als in zijn geboortestad Dordrecht, raakte hij betrokken bij het georganiseerde verzet. In Dordrecht werd hij lid van de OD (Ordedienst) en in oktober 1944 sloot hij zich aan bij de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) waar hij zich met name bezighield met het verzamelen van vooral militaire inlichtingen. Diet Barendregt was al in haar gymnasiumtijd actief in het verzet. Eind 1944 werden Jan en zijn vrouw Diet gearresteerd. Diet wordt na zeven weken vrijgelaten, maar Jan werd na te zijn gemarteld, gefusilleerd. Diet Barendregt volgde een klassieke opleiding zang en had na de oorlog een internationale zangcarrière.

Na de middelbare school studeerde Jan Kloos biologie. Aanvankelijk in Leiden, later in Utrecht. Hij hield zich bezig met ornithologie en vervolgens met huidtransplantatie. In Utrecht woonde hij op het adres Stadhouderslaan 34. Toen de Duitse bezetter in 1943 eiste dat alle studenten een verklaring zouden ondertekenen waarin zij beloofden niets tegen het Duitse Rijk te zullen ondernemen, weigerde Jan. Deze ‘loyaliteitsverklaring’ werd ingevoerd op 13 maart 1943. Men moest vóór 10 april tekenen. Wie weigerde werd uitgesloten van colleges en mocht geen tentamens meer afleggen en was verplicht zich te melden voor dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie (de zogenaamde Arbeitseinsatz). Zijn studie liep daarmee vast. Hij wist zich echter aan tewerkstelling te onttrekken door een betrekking te bemachtigen als assistent-ornitholoog bij de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen. In deze periode raakte hij betrokken bij het georganiseerde verzet.

Ook zijn halfbroer Wouter Abraham Kloos was actief in het verzet. In Dordrecht trad Jan toe tot de Ordedienst (de OD). Tot de oprichting in 1942 van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (de LO), was de Ordedienst een van de belangrijkste illegale organisaties. Aan de OD waren veelal (ex)-militairen verbonden. In oktober 1944 ging Jan werken voor de inlichtingendienst van de Binnenlandse Strijdkrachten (SG: Strijdend Gedeelte) en voor de inlichtingendienst ‘Groep Albrecht’. Dit was gedurende de oorlog de belangrijkste groep voor het verzamelen van vooral militaire inlichtingen, opgericht door legerofficier Hendrik Geert (Henk) de Jonge (1916-2011), die door het Bureau Inlichtingen in Londen op 11 maart 1943 boven Drenthe was geparachuteerd. De Jonge werd voor zijn werk na de oorlog onderscheiden met de Militaire Willemsorde 4e klasse.

Samen met zijn vriendin en latere echtgenote Diet Barendregt, verzamelde Jan Kloos waardevolle inlichtingen over troepenbewegingen, opstellingen van afweergeschut, treintransporten enz. Zijn werk als ornitholoog en hun wandelingen en boottochtjes door de natuur als jong verliefd stel boden hem en Diet een goede dekmantel om zich in het terrein vrij te bewegen. Jan noteerde wat hij zag in code. Soms werden geen notities gemaakt maar onthield Diet wat Jan waarnam. De door hen verzamelde gegevens werden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de Dordtse huisarts J.F. Heroma (1906-1962) die via-via in contact stond met Londen.

Diet Barendregt groeide op in een sociaal geëngageerd en (net als Jan) niet-godsdienstig gezin. Zij slaagde in 1942 in Dordrecht voor het eindexamen gymnasium Alfa en Bèta en was al sedert 1941 bij het verzet betrokken. Aanvankelijk wilde zij dierenarts worden, maar zij kreeg geen beurs. Diet was muzikaal en organiseerde met haar broer Wouter, die uitstekend piano speelde, vanaf februari 1941 huisconcerten waardoor ontslagen joodse musici een bescheiden boterham konden verdienen. De woning van dokter Oscar Cahen (Leiden 1874-Sobibor 1943) aan de Singel 196 (thans 274) in Dordrecht deed daartoe dienst, maar er waren er meer die hun huis voor dit doel ter beschikking stelden. Zelf trad zij bij zulke gelegenheden regelmatig op als zangeres. Diet beschikte over een fraaie mezzo-alt en zij droomde van een carrière als klassiek zangeres. Die wens zou na de oorlog in vervulling gaan.

Eind 1946 zette Diet haar zangopleiding voort en voltooide in 1951 haar zangstudie (diploma C2) bij de gerenommeerde componist en docent prof. Hendrik Andriessen (1892-1981) aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, met niet eerder verleende ‘onderscheiding voor voordracht’ zoals Andriessen in een aanbevelingsbrief van 19 mei 1953 schreef. Hierna volgde een internationale zangcarrière. Zij schitterde vooral in oratoria, met name in de Mattheus Passion. Na haar loopbaan als zangeres werd zij zangpedagoge aan het Tilburgs conservatorium, waar zij tal van jonge mensen begeleidde, ook na haar voortijdig pensioen, haar onder meer verleend vanwege gezondheidsklachten, mede te wijten aan haar ervaringen tijdens de oorlogsjaren. Oud-student Hans Smout getuigde: ‘Daarnaast is me toch vooral bijgebleven haar betrokkenheid bij leerlingen die veel dieper reikte dan de muziek alleen’.

Voor het verzet en voor joden regelde zij onderduikadressen en zorgde voor voedselbonnen, kleding enz. Veel later, op woensdag 25 oktober 2017 zou Diet postuum geëerd worden met de Yad Vashem-onderscheiding van de staat Israël, voor ‘De rechtvaardigen onder de volken’, vanwege de hulp die zij aan Joodse landgenoten had geboden. Ook verspreidde zij illegale kranten en wapens. Via haar oudere broer Wout leerde zij in 1944 Jan Kloos kennen. Zij werden verliefd, trouwden al snel en vestigden zich in een woning aan de Nieuweweg 40.

Toen op 17 september 1944 bij Arnhem Britse luchtlandingen plaatsvonden (Operatie Market Garden: De slag om Arnhem), spoedde Jan zich op de fiets naar Wageningen en meldde zich om te zien wat hij kon doen. Omdat Wageningen werd geëvacueerd en de geallieerde actie op een bloedig fiasco uitliep, keerde hij onverrichterzake naar Dordrecht terug.

Begin december 1944 werd Jans Dordtse vriend, student en verzetsman Leendert Reidsma (1919-1945) door verraad gearresteerd. Leendert was eveneens lid van de spionagegroep Albrecht en ook lid van het strijdend gedeelte van de Binnenlandse strijdkrachten. Volgens sommige bronnen werden Jan en Diet in diens zakboekje genoemd. Dat zou hen noodlottig geworden zijn. Leendert werd in Utrecht door de SD ernstig mishandeld en ter dood veroordeeld. Twee weken na hun huwelijk werden Diet en Jan in de nacht van 8 op 9 december 1944 in Dordrecht door de Nederlandse politie van hun bed gelicht. Politieman en jodenjager Harry Evers (1918-1991), na de oorlog veroordeeld als oorlogsmisdadiger, was bij de arrestatie van alle drie betrokken. Diet en Jan werden ingesloten in het huis van bewaring aan de Doelstraat in Dordrecht en vandaar twee dagen later overgebracht naar de strafgevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht. Vanaf 14 december werden beiden langdurig door de Sicherheitsdienst (SD) verhoord. Diet was daarbij getuige van de ernstige martelingen die Jan moest ondergaan en waarbij hij meermaals het bewustzijn verloor. Hij liet desondanks niets los. Een traumatische gebeurtenis die Diet haar hele leven met zich mee zou dragen.  Op 15 december 1944 werd het doodvonnis wegens spionage tegen Jan uitgesproken en hij werd op de lijst met ‘Todeskandidaten’ gezet. Wie op die lijst stond kon als represaille worden gefusilleerd.

In zijn laatste brief van 20 januari 1945, die Diet haar leven lang bij zich zou dragen, moedigt Jan haar aan om alles uit het leven te halen en vooral om te zingen. De herinnering aan hem mocht geen belemmering vormen voor een nieuwe liefde, zo schreef hij. Die nieuwe liefde kwam er na de oorlog. In 1949 leerde Diet in Parijs bij toeval de Duitstalige joods-Roemeense dichter Paul Ancel kennen, beter bekend onder het pseudoniem Paul Celan (1920-1970), die in Diet onmiddellijk een zielsverwant herkende en die zou uitgroeien tot een van de belangrijke dichters van de tweede helft van de 20e eeuw. Beroemd werd Celan met name door zijn gedicht Todesfuge (1948). Zijn ouders waren door de nazi’s vermoord en zelf ontsnapte hij in een Duits werkkamp ternauwernood aan de dood. Hun beider oorlogservaringen schiepen een band tussen hen en er ontstond een korte liefdesrelatie. Celan maakte omstreeks 20 april 1970 door verdrinking een einde aan zijn leven. Op 1 mei werd hij door een visser in de Seine gevonden.

Direct na de oorlog werd Diet ingeschakeld bij de bewaking van NSB-leden en ‘moffenhoertjes’. Ze nam na een dag al ontslag. Het soms sadistische gedrag van bepaalde ‘goede Hollanders’ vond zij verwerpelijk. Schaamteloze opportunisten die geen vinger hadden uitgestoken tijdens de bezetting presenteerden zich nu als helden. Ze walgde daarvan.

Na haar zangcarrière en docentschap vestigde Diet zich in Zwijndrecht en Dordrecht en tenslotte in Elden (Gld.) waar zij overleed. Ze werd op 10 april 2015 gecremeerd in crematorium Slingerbos in Ede na een afscheidsbijeenkomst waar enkele oud-collega’s in aanwezigheid van enkele oud-leerlingen liederen van Bach en Brahms ten gehore brachten.

Jan werd op 6 januari 1945 van het Wolvenplein in Utrecht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam overgebracht. Diet werd op 25 januari 1945 na zeven weken detentie in Utrecht vrijgelaten. Gedurende haar opsluiting werd een vrijwillige Nederlandse spionne bij haar in de cel geplaatst. Maar Diet liet niets los. De achtergrond van haar vrijlating is niet helemaal duidelijk. De tot op heden meest plausibele verklaring is wellicht, zoals Diet ook zelf veronderstelde dat zij als vrouw van de inmiddels op gebrekkig bewijs veroordeelde Jan Kloos ‘slechts’ als handlanger gold en dat de executie van een vrouw voor de nazi’s op dat moment (januari 1945) geen meerwaarde opleverde. De SD ging ervan uit dat deze verzetsgroep was uitgeschakeld. Na haar vrijlating pakte Diet haar illegale werk weer op, onder meer als hoofdkoerierster van de ‘sectie Jacob’ van de Binnenlandse Strijdkrachten in Dordrecht.

Op 30 januari 1945 werden Jan Kloos en Leendert Reidsma samen met Pieter Hartog (geboren 9 oktober 1920), Jantjen Jan van Nijendaal (geboren 13 juni 1926) en Thomas Treffers (geboren 17 augustus 1916) op fusilladeplaats Rozenoord aan de Amsteldijk in Amsterdam gefusilleerd. Onduidelijk bleef of de fusillade een represaille was en zo ja voor welke verzetsdaad. Jan en Leendert werden met de drie anderen begraven in de duinen van Kennemerland om te voorkomen dat zij een eervol graf zouden krijgen. Na de bevrijding werden de vijf mannen met 417 andere vermoorde en in de duinen begraven verzetsmensen, onder wie Hannie Schaft (1920-1945), het ‘meisje met het rode haar’, herbegraven op de Erebegraafplaats Bloemendaal in Overveen.

Jans halfbroer Douwe Abraham Kloos, laborant en verzetsman, werd in Amsterdam op 6 maart 1945 door de SIPO (Sicherheitspolizei) gearresteerd en via kamp Amersfoort naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg overgebracht, waar hij op 18 maart 1945 wegens verzetsactiviteiten werd ingesloten. Hij werd op 3 mei 1945 door Britse troepen bevrijd en keerde terug naar Amsterdam, waar hij op 11 september 1945 alsnog overleed aan de gevolgen van de mishandeling in Neuengamme ondergaan.

Bronnen en literatuur
http://www.stolpersteine-dordrecht.nl/
www.eerebegraafplaatsbloemendaal.eu
www.ru.nl/jankloos/
M. Leentvaar, Jan Kloos 1919-1945, op: http://www.verzetinenomdordrecht.nl/
K. van Loon, Verzet in en om Dordt (Dordrecht 1947).
G.J. de Vries, De balans van het verzet in en om Dordt. (Dordrecht 1981).
P. Sars (ed.), Alles is te zwaar, omdat alles te licht is. De brieven van Paul Celan aan Diet Kloos-Barendregt.  (Amsterdam 1999). Vertalingen C.O. Jellema.
P. Broekema, Museum eert Dordtse verzetsheldin, uitzending van 4 mei 2011.

Met dank aan Maarten-Jan Leentvaar en prof. Paul Sars.

Roel Leentvaar (juni 2018)

Sluit het Verborgen Museum