Jacobus Lips

21-09-1847 (Rotterdam)  -  20-10-1921 (Dordrecht)

Portret van Jacobus Lips, circa 1910 (Wikipedia).

Jacobus Lips Bzn (roepnaam Koos) werd op 21 september 1847 te Rotterdam geboren en overleed te Dordrecht op 20 oktober 1921. Hij werd begraven op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Reeweg Oost 118 in Dordrecht. Jacobus was het zesde van negen kinderen uit het huwelijk van Bernardus Lips (1819-1906), meestersmid uit Rotterdam en Helena Christina Abel (1822-1906), afkomstig uit Delft. Hij trad op 15 augustus 1872 te Dordrecht in het huwelijk met Maria Johanna Francisca Teeuwen (1850-1941), afkomstig uit Dordrecht. Zij was de dochter van Hendrikus Ferdinandus Teeuwen (1817-1893) eigenaar van een wasserij te Dordrecht en Anna Barbara Sibenthal of Sebedal (1821-1893), afkomstig uit Maastricht.

Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren van wie er drie jong overleden: Helena (1877-1877), Bernardus Henricus Maria (Bert) (1878-1949), Anna Helena Maria (Annie) (1880-1966), Johannes Petrus Maria (1882-1884), Johannes Petrus Maria (Jan) (1885-1983), Henricus Ferdinand Maria (1887-1888), Henricus Johannes Josephus Maria (Han) (1889-1961) en Elisabeth Anna Maria (Els) (1891-1943).

Jacobus (Koos) Lips begon in 1871 in Dordrecht met een kleine smederij die na ruim 130 jaar was uitgegroeid tot een multinational van wereldfaam. De merknaam Lips staat voor vakmanschap, betrouwbaarheid en soliditeit en is over de hele wereld bekend. De belangrijkste producten van de Lipsfabrieken zoals safes, brandkasten en sloten zijn over de hele wereld in gebruik. Lips, zijn zonen en schoonzoon wisten het bedrijf voortdurend uit te breiden door overnames en door de introductie van nieuwe producten. Meest recent voegde Lips de productie en installatie van elektronische beveiligingssystemen toe aan haar assortiment. De laatste vestiging van Lips verdween in 2007 uit Dordrecht.

Koos Lips was afkomstig uit een katholieke Rotterdamse familie van smeden en trad als veertienjarige knaap bij zijn vader in dienst als leerling smid. Na zijn leertijd ging hij werken bij de scheepswerf Feijenoord in Rotterdam-Zuid. De strakke organisatie van het werk daar deed hem echter terugkeren naar de smederij van zijn vader. Koos begon een kleine smederij in Dordrecht aan de Botgensstraat die zijn vader in december 1870 voor 4500 gulden voor hem kocht van J. van den Boom. Koos had alleen een ‘halfwasknecht’ en een loopjongen in dienst. Begin 1871 begon hij met de productie van onder meer kachels, fornuizen en haarden maar bijvoorbeeld ook kinderwagens en hoefijzers. Aanvankelijk leed de smederij verlies maar na een half jaar werd er winst gemaakt zodat hij zijn vader kon terugbetalen.

Naar het voorbeeld van zijn vader breidde hij het assortiment in 1872 uit en voegde hij kluisdeuren en brandkasten aan het handels- en productieprogramma toe. Hij had inmiddels vier man in dienst. De ruimte aan de Botgensstraat werd te klein en in 1883 werd een nieuwe fabriek gebouwd aan de Varkenmarkt 40 met een toonkamer en winkel aan de Groenmarkt 22. Het bedrijf bood werk aan 22 mensen. De brandkasten waren zo succesvol dat besloten werd zich daarin te specialiseren. De fabricage van haarden, kachels en dergelijke werd daarom afgestoten. Lips richtte zich vanaf dat moment voornamelijk op de productie van brandkasten, safeloketten en kluisdeuren. Vanaf 1895 werkte Koos’ oudste zoon Bert, dan zestien jaar oud, mee in het bedrijf.

Bert had toen al stages in Duitsland en Engeland gelopen. Lips investeerde steeds in kennisontwikkeling en trok steeds vakbekwaam personeel aan. Ook leidde hij zijn verkopers op. Hij stelde werkmeesters aan die met de leiding van het bedrijf moesten meedenken over de ontwikkeling van nieuwe producten. Ook deed hij mee aan wedstrijden waarbij de brandkasten werden beoordeeld op inbraak- en brandbestendigheid. Zijn producten eindigden eerst nog in de middenmoot maar later won hij grote prijzen. In 1907 beconcurreerde Lips met succes de meest gerenommeerde brandkastenfabrikanten zoals Adolphs & Co uit Düsseldorf en hij organiseerde een ‘brandproef’ tussen brandkasten van beide firma’s. Adolphs zelf komt niet opdagen. De kast van de Duitse concurrent brandde volledig uit terwijl in de Lips’ brandkast alle documenten gaaf bewaard bleven, al is er twijfel aan de correcte uitvoering van de proef.

Vincent Josephus Maria Eras (1877-1958) afkomstig uit een bekende welgestelde Tilburgse textielfamilie zorgde voor een kapitaalinjectie en in 1899 werd hij als medefirmant in het bedrijf opgenomen. Het bedrijf handelde vanaf dat moment verder als Vennootschap onder Firma J. Lips Bzn. In 1903 trouwde Eras met Koos’ dochter Anna Helena Lips. De groei van het bedrijf zette na de komst van Eras goed door zodat in 1900 een grote nieuwe fabriek met de modernste machines aan de Spuiweg betrokken kon worden, gunstig gelegen aan de spoorlijn Dordrecht-Rotterdam. De nieuwe fabriek bood bij de opening werk aan bijna 50 werknemers. De door Koos Lips en zijn gezin bewoonde villa stond vrijwel naast de fabriek. Later zou de familie villa Singelborgh aan de Singel 105 betrekken, ontworpen door architect Paul du Rieu (1859-1901).

Er bleek in Nederland een sterk groeiende behoefte aan goede en betrouwbare sloten. Die werden tot dan toe geïmporteerd. De Nederlandse markt bood daarom voor Lips aantrekkelijke mogelijkheden. In 1902 werd besloten een gespecialiseerde slotenfabriek te openen die onder leiding kwam van Lips’ schoonzoon Vincent Eras. Die ontwikkelde zich tot een uitstekend manager en deskundige op het gebied van sloten. Eras publiceerde daarover in 1941 een standaardwerk en bouwde een grote verzameling op van zaken met betrekking tot brandkasten, sloten enzovoort. Dat leidde tot het Lips museum. Naast sloten en sleutels werden er in de fabriek onder meer handboeien vervaardigd. De officiële opening van de fabriek, gelegen aan de Burgemeester De Raadtsingel, eveneens gelegen naast de spoorlijn, vond plaats in 1903.

De tweede zoon van Koos, ir. Jan Lips, had werktuigbouwkunde gestudeerd en trad in 1906 als medefirmant toe tot het bedrijf. Vier jaar later werd de Vennootschap onder Firma omgezet in een naamloze vennootschap: Lips’ Brandkasten- en Slotenfabriek NV. Het bedrijf had inmiddels 350 personeelsleden in dienst en sloeg nu ook de vleugels uit in het buitenland want gelijktijdig met de oprichting van de vennootschap in Dordrecht werd ook in België een vennootschap opgericht. Lips nam voorts in Italië de al lang bestaande brandkastenfabriek over van Vago S.P.A, gevestigd in Milaan. Over deze vestiging kreeg Hendrik Lips de leiding. Het bedrijf maakte een stormachtige ontwikkeling door, mede door de export van haar producten naar onder meer Latijns-Amerika en Nederlands-Indië. Dit maakte het opzetten van verkoopkantoren in het buitenland noodzakelijk. Die werden onder meer gevestigd in Spanje, Roemenië en Engeland.

Als werkgever kwam Koos Lips de sociale wetgeving na, maar ook niet meer dan dat. Toch lijkt hij een sociaal hart te hebben gehad: eerst ondersteunde hij vooral individuele personen met kleine bedragen (5-10 gulden). Later werd er vaker en meer geschonken, vooral aan instellingen en na zijn overlijden bleken de rooms-katholieke kerk en de armenzorg van die kerk aanzienlijke legaten te ontvangen.

Inmiddels had zich in Dordrecht een nieuw industriegebied ontwikkeld in de wijk De Staart (voor Dordtenaren: ‘op de Staart’). Dit gebied bood een uitstekende infrastructuur: een fabrieksspoor, goede uitvalswegen, nabije snelwegen en de rivier de Merwede achter de fabriek. Lips besloot rond 1920 de brandkasten- en slotenfabriek in de stad te verlaten en deze onder te brengen in een groot en nieuw gebouwencomplex aan de Merwedestraat op De Staart dat ruimte moest bieden aan ongeveer 1200 werknemers en dat ook expansie mogelijk moest maken. Aan de overzijde van de Merwedestraat stonden veel woningen voor de arbeiders van het bedrijf.

Die expansie kwam er eind jaren 1920 door het in productie nemen van nieuwe producten zoals stalen kantoormeubelen. Dit deel van de activiteiten werd enthousiast geleid door Koos’ derde zoon Hendrik Lips die tot dan toe de directie van Lips-Vago in Milaan had gevoerd. Als Koos Lips in 1921 overlijdt wordt het bedrijf voortgezet door de tweede generatie; zijn zonen Bert, Jan en Hendrik, alsmede hun zwager Vincent Eras.

Na het overlijden van stichter Koos Lips ontwikkelt het bedrijf zich verder, overleeft de crisis van de jaren dertig en overleeft ook het leegroven van het bedrijf door de Duitsers aan het einde van de bezetting om na de bevrijding met een nieuw machinepark weer gestaag te groeien. Lips wisselde door onvermijdelijke overnames meermaals van eigenaar maar de merknaam bleef bekend. Het bedrijf is nu onderdeel van het Zweedse Assa Abloy, thans gevestigd in Raamsdonksveer.

Varia
Bekende reclameteksten waren onder andere:
Hij loert…. Geen kans! Lips sluit alles veilig en… goed! (Affiche over het hele land verspreid).
Ik ben de grootste inbreker ter wereld en open alle sloten, behalve de Lipssloten, want die zijn zelfs mij te machtig!

Vernoeming
Jacobus Lipsweg te Dordrecht

Archieven
Regionaal Archief Dordrecht, Naamloze vennootschap ‘Lips’ brandkasten en slotenfabrieken nv’ en haar rechtsvoorgangers en -opvolgers, toegang 422.
De bedrijfsbibliotheek is ondergebracht in het Regionaal Archief Dordrecht.

Literatuur
Lips fabrieken 1870-1910 (Dordrecht 1910). Jubileumuitgave t.g.v. het 40-jarig bestaan.
V.J.M. Eras, Sloten en sleutels door de eeuwen heen (Dordrecht 1941). Jubileumuitgave t.g.v. het 70-jarig bestaan.
800 jaar Dordrecht, de Dordtenaren en hun nijverheid (Gemeentearchief Dordrecht & Zwolle 1986). Deel 8 van Ach lieve tijd.
J. Visser e.a. (red.), Nederlandse ondernemers 1850-1950 deel IV: Noord- Holland en Zuid-Holland (Zutphen 2014).
http://www.lipsbrandkasten.nl/

Roel Leentvaar (november 2016)

Sluit het Verborgen Museum