Henricus Jacobus Tollens

13-06-1864 (Dordrecht)  -  29-07-1936 (Hillegersberg)

Portretfoto van Henricus Jacobus Tollens (Regionaal Archief Dordrecht).

Henricus Jacobus Tollens werd op 13 juni 1864 in Dordrecht geboren. Hij overleed op 29 juli 1936 te Hillegersberg en werd begraven in Dordrecht. Hij was de zoon van Carolus Henricus Tollens (Breda 3 september 1824-Dordrecht 1 juli 1886, kopergieter/koperdraaier) en Hendrina Willemina Stoffels (Budel 18 augustus 1826-Dordrecht 28 februari 1901, dienstbode). Hij trouwde 14 februari 1889 in Dordrecht met Geertruida Johanna Teeuwen (Delfshaven 9 februari 1859-Dordrecht 26 maart 1920), dochter van Cornelius Teeuwen, verificateur bij de Rijksbelastingen en Lucia Johanna Catharina van Leeuwen. Uit dit huwelijk zeven kinderen: zes meisjes en een jongen, allen te Dordrecht geboren. Henricus (18 november 1889-Semarang, Nederlands-Indië 6 september 1945, technicus, planter suikercultuur), Lucie (5 augustus 1891-Amsterdam 19 november 1964, lerares landbouweconomie), Willemina (17 mei 1893-Rotterdam 31 januari 1965, foto-laborante), Cornelia (10 november 1895-Amsterdam 14 november 1970), Carolina (18 november 1897-Heemstede 22 oktober 1984, onderwijzeres), Ida (6 april 1901-Rotterdam 12 juni 1966, bankbediende), Johanna (26 september 1903-Hilversum 15 februari 1975, directiesecretaresse).

Tussen de talrijke Dordtse beroepsfotografen die werkzaam waren in de periode 1885-1920 bekleedde Tollens een geheel eigen positie. Zijn degelijke opleiding, zijn talent en de oriëntatie op de Duitse fotografie zorgden voor een kennis en vaardigheden die door de Dordtse collegae niet werd geëvenaard. Tollens verrichtte in Nederland baanbrekend werk voor de kunst- en industriefotografie, waarbij hij door zijn Duitse contacten een hoog niveau realiseerde. Tollens toonde met zijn werk aan dat de fotografie een plaats verdiende binnen de kunst. Hij zocht en vond nieuwe toepassingen. Tot omstreeks 1910 ontwikkelde hij zich als fotograaf, daarna was hij vooral zakelijk actief. Hij pakte de zaken commercieel voortvarend aan, realiseerde een moderne eigen fotostudio en was eigenaar van een tweetal filialen. Door zijn vele topografische foto’s die bewaard zijn gebleven bestaat er een goed beeld van het Dordrecht rond 1900.

In het ouderlijk gezin van Henricus Jacobus was vader rooms-katholiek en moeder Nederlands-hervormd. De mannelijke kinderen werden katholiek gedoopt en de vrouwelijke hervormd. Henricus (Henk) Tollens werd dus katholiek. Ook hij zou een hervormde echtgenote hebben, maar zijn kinderen werden rooms-katholiek opgevoed. Als 17-jarige gaf Henk Tollens te kennen dat hij fotograaf wilde worden. Een beroepsopleiding voor fotograaf, zoals in Duitsland, kende Nederland nog niet. Hij deed zijn vakkennis en vaardigheden op bij twee Dordtse fotografen: Karel Le Grand (1850-1919) en Johann Georg Hameter (1838-1885). De familie Tollens woonde in de Visstraat kort bij de ateliers van Le Grand aan het Bagijnhof en Hameter op de Voorstraat. Le Grand was afkomstig uit Breda en had zich in 1874 in Dordrecht gevestigd. Hij was hoffotograaf van prinses Maria van Pruisen (de echtgenote van prins Hendrik, broer van koning Willem III) en had zich gespecialiseerd in kinderportretten. De leertijd bij Le Grand was van korte duur, want al vrij snel werd Hameter zijn leermeester. Deze was sinds 1873 hoffotograaf van koningin Sophie en zeer succesvol. De uit Beieren afkomstige Hameter verrichtte baanbrekend werk op fotografisch gebied: hij introduceerde de kooldruk in Nederland en werkte aan het produceren van droge platen voor de opnames. Hameter leerde Tollens alle facetten van het vak samen met een andere leerling, Carl Emil Mögle (1857-1934), afkomstig uit Stuttgart. Van Hameter nam Tollens het retoucheren van foto’s over, vooral het toevoegen van wolkenpartijen. Mögle verwierp dergelijke manipulaties, hij wilde een zuivere fotografische benadering.

Toen Hameter op 1 januari 1885 overleed, sloot diens echtgenote een overeenkomst voor ruim vijf jaar met de 21-jarige Tollens. Deze werd bedrijfsleider van de fotostudio, kreeg uitgebreide volmacht en de mogelijkheid na afloop van het contract de zaak over te nemen. Tollens nam de zaak in 1890 inderdaad over en nam de vrijheid te profiteren van de bekendheid van Hameter: H.J. Tollens, C.Hzn. *Fa. J.G. Hameter* Hoffotograaf van H.M. de Koningin der Nederlanden. Deze misleidende tekst werd pas rond 1895 vervangen door zijn eigen naam. Hij bezat toen filialen in Roermond (tot 1898) en in Eindhoven (tot 1913) waar bedrijfsleiders waren aangesteld.

In zijn fotografische werk gebruikte Tollens diverse technieken zoals de gomdruk, kooldruk, platinadruk en bromidedruk. Met toepassing van de gomdruk, die vooral in Duitsland werd gebruikt, was hij heel succesvol. Tollens was met zijn fotografie sterk georiënteerd op Duitsland waar hij lid was van de Deutsche Photographen Verein. Op een expositie van de DPV in 1888 werd zijn inzending ‘Aardappelschillen’ bekroond. Deze inzending gaf een nieuwe kijk op het esthetische aspect van een foto, wat als kunstzinnig werd beoordeeld. Tollens was daarmee de eerste Nederlander van wie een foto als kunstfoto werd aangemerkt. Het jaar 1888 wordt daarom wel het begin van de Nederlandse kunstfotografie genoemd.

Tollens was in 1890 te Amsterdam een van de oprichters van de Nederlandsche Fotografen Vereeniging. Het doel van die vereniging was de fotografie op een hoger plan te brengen door uitwisseling van kennis en het organiseren van tentoonstellingen. Vanwege zijn bekroonde kunstfoto uit 1888 was Tollens’ lidmaatschap van de Nederlandsche Fotografen Kunstkring (N.F.K.) in 1904 te verwachten. Tollens was eveneens lid van de Nederlandsche Amateur Fotografen Vereniging (N.A.F.V.), opgericht in 1887 met als doel ‘beoefening en verdieping van de kunstzinnige fotografie’. De N.A.F.V. noemde Tollens ‘een vakfotograaf van erkende reputatie’. Tollens zag het belang van het verenigingsleven en hij sloot zich in Dordrecht al vroeg aan bij het tekengenootschap Pictura en de Dordrechtsche Kunstkring. Hij was er van overtuigd dat hij met zijn fotografische prestaties daar deel van mocht uitmaken. Na een tijd aspirant-lid te zijn geweest van Pictura werd hij in 1884 als lid geïnstalleerd. Het pad was geëffend door zijn leermeester Hameter die ook lid was van Pictura evenals de fotografen Carl Emil Mögle en Karel Le Grand, een teken dat fotografie als een kunstuiting werd beschouwd.

Tollens werd de vaste fotograaf van Pictura. Hij fotografeerde feestelijke bijeenkomsten van de leden en tentoonstellingen. Een soortgelijke activiteit bedreef hij bij de Dordrechtsche Kunstkring. Die kring was in 1897 opgericht door Dordtse schilders, architecten, musici en schrijvers en ook Tollens mocht zich daar bij aansluiten. Met zijn lidmaatschap en foto’s van beide Dordtse verenigingen leverde hij niet alleen een bijdrage aan de geschiedenis van het Dordtse culturele leven in zijn tijd, maar bevestigde hij tevens zijn positie als kunstzinnige fotograaf. Hij zond vaak foto’s naar tentoonstellingen, maar maakte zowel in Duitsland als in Nederland ook regelmatig deel uit van jury’s om ingezonden foto’s te beoordelen. Daaruit blijkt dat hij internationaal op fotografisch gebied als deskundige werd gezien. Zelf behaalde hij diverse prijzen, vooral in Duitsland. Zijn kunstfoto’s waren impressionistisch van aard, vooral zijn landschapsfoto’s. Hij voelde zich verwant aan de Haagse school.

De uitgevers van prentbriefkaarten maakten gebruik van de diensten van diverse Dordtse fotografen. Rond 1900 werkten H. Tollens, L. van Es, F. de Raadt, J. Weber, J. Beelenkamp, H. van de Berg en L. Kruijne daar aan mee. Het dagelijkse Dordtse leven werd door hen in vele aspecten vastgelegd. Deze uitgeverij was lucratief doordat de communicatie toen nog voornamelijk via brief en kaart verliep. Tollens maakte eveneens naam als industriefotograaf. In opdracht van diverse Dordtse ondernemingen zoals de brandkasten- en slotenfabriek Lips, biscuitfabriek Victoria en de Asfaltfabriek legde hij de fabricageprocessen van uiteenlopende producten vast.

Het ging Tollens financieel voor de wind en in 1910 kocht hij grond aan het Vrieseplein en liet daar een woonhuis met fotoatelier bouwen. Het fraaie pand met het alom geprezen atelier werd op 1 april 1921 geopend. Volgens het vakblad Fotografisch Maandschrift, orgaan van de N.F.K., was het een perfect atelier. Na 1912 is Tollens niet meer met werk aanwezig op tentoonstellingen, ook niet in Duitsland. Hij wijdde zich vooral aan de commerciële kant van het fotograferen.

Na het overlijden van zijn vrouw op 26 maart 1920 gaf hij aan geen plezier meer te beleven aan de fotografie en ging zich wijden aan de schilderkunst. In april 1923 verkocht hij het fraaie pand aan het Vrieseplein, evenals de meeste negatieven, aan twee fotografen uit ’s-Hertogenbosch, Eickholt en Beerman. Tollens verhuisde naar een bovenwoning in de Wijnstraat. Op 1 mei 1924 trok hij in bij het gezin van zijn dochter Wilhelmina in Nijmegen. Toen het gezin in 1928 naar Rotterdam vertrok, verhuisde Tollens naar Hillegersberg. Toch woonde hij een bepaalde periode afwisselend bij drie van zijn dochters om uiteindelijk de eenzaamheid te zoeken in een eigen woning in Hillegersberg. Door jarenlange hartklachten werd Tollens hulpbehoevend. Hij werd opgenomen in een verzorgings-/verpleeghuis van de Laurens Liduina Stichting in Hillegersberg. Daar overleed hij op 29 juli 1936. Zijn lichaam werd overgebracht naar de RK-begraafplaats aan de Reeweg in Dordrecht en in het familiegraf bijgezet.

Tollens liet duizenden foto’s en glasnegatieven na die aanvankelijk beheerd werden door fotograaf Beerman en begin jaren zeventig van de vorige eeuw naar het Stadsarchief Dordrecht werden overgebracht.

Literatuur
A. Boer, De man en zijn werk, H.J. Tollens C.Hz, in: De Camera, nr. 7, p. 121-123 (Den Haag 1908).
Fotografisch Maandschrift nr. 6, mei 1911, p. 135-137.
W.H. Izerda, Neerland’s Fotokunst, bloemlezing uit Nederlandsche Kunstfoto’s (Amsterdam 1923).
J.H. Beudeker, Genealogie Tollens: Vlaamse oorsprong en Nederlandse vertakkingen (Krommenie 1995).
Femke van Boxsel, H.J. Tollens, ik zou niet gelukkig zijn als ik niet kon fotograferen’; doctoraalscriptie kunstgeschiedenis RU Leiden (Leiden 1996), RAD 489-32574/5.
Femke IJsinga-van Boxsel, Het Dordrecht van Tollens (Dordrecht 2000).
C. Esseboom (red.), Deze schoone kunst, Dordrecht en de fotografie in de negentiende eeuw (Dordrecht 2007).
http://journal.depthoffield.eu/vol13/nr27/f03nl/nl

Cees Esseboom (juni 2016)

 

 

Sluit het Verborgen Museum