Gerardus Joannes Vossius

1577 (Heidelberg)  -  17-03-1649 (Amsterdam)

Portret van Gerardus Joannes Vossius. Gravure van A. Blotelingh naar een tekening van J. Sandrant (Regionaal Archief Dordrecht, 551-11160).

Geboren in of nabij Heidelberg in maart of april 1577. Hij was rector van de Latijnse School in Dordrecht (1600-1615), vervolgens regent van het Leidse Statencollege (1615-1619) en hoogleraar aan de universiteit aldaar (1622-1631) en tenslotte professor in Amsterdam (1632-1649). Daar stierf hij op 17 maart 1649 en werd er begraven in de Nieuwe Kerk. Zijn ouders waren de predikant Joannes Alopecius (Vos) en Cornelia van Buel. Op 17 februari 1602 huwde hij Elisabeth van den Corput (1578-1606) en op 28 augustus 1607 hertrouwde hij met Elisabeth Junius (1585 -1659), dochter van de Leidse hoogleraar theologie Franciscus du Jon of Junius Pater (1545-1602). Uit het eerste huwelijk had hij drie kinderen: Cornelia (1602-1605), Henricus (1604-1605) en Johannes (1606-1636), met zijn tweede vrouw had hij negen kinderen van wie alleen Isaac hem overleefde: Franciscus (1608-1645), Antonius (1609-1610), Matthaeus (1611-1646), Dionysius (1612-1633), Cornelia (1613-1638), Elisabeth (1615-1617), Isaac (1618-1689), Gerardus (1619-1640) en Johanna (1623-1640).

Gerardus Joannes Vossius was een in zijn tijd internationaal bekend en hooggewaardeerd geleerde. Hij publiceerde en bewoog zich op verschillende terreinen van wetenschap: taalkunde, algemene geschiedenis en kerkgeschiedenis, natuurwetenschappen, wijsbegeerte en theologie. Hij omvatte nog heel het uitgebreide arbeidsveld van de humanisten, waarvan hij een briljante samenvatting gaf. Toen op het einde van de zeventiende eeuw de wetenschap nieuwe wegen insloeg en geleerden doorgaans specialisten werden, raakte het werk van Vossius veelal in vergetelheid. De enige zoon die vader Vossius overleefde was Isaac (1618-1689). Hij maakte van 1641 tot 1644 een grand tour door Engeland, Frankrijk en Italië. Zijn briefwisseling met zijn ouders uit die jaren is bewaard gebleven. Van 1648 tot 1655 was hij in dienst van koningin Christina van Zweden. Hij werkte als geleerde, eerst in zijn vaderland, vanaf 1670 in Engeland. Hij verzamelde boeken en handschriften en publiceerde over zeer uiteenlopende onderwerpen.

De vader van Gerardus Joannes Vossius (1549-1585) was predikant in of bij Heidelberg, in Leimuiden, Veurne (West-Vlaanderen) en Dordrecht. Toen Gerards beide ouders waren gestorven werden hij en zijn zusje Maria in huis genomen door Barbara van der Myle, weduwe van dominee Jacob van der Myle die sinds hun gezamenlijke studie in Heidelberg met Johannes Vos bevriend was. Gerard bezocht in Dordrecht de Latijnse school. Toen pleegmoeder Barbara van der Myle in 1594 overleed, werd Gerard inwonend bij rector Hadrianus Marcellus. In 1595 werd hij op kosten van het Dordtse stadsbestuur beursstudent van het Statencollege, de predikantenopleiding bij de Leidse universiteit. Hij volgde de colleges op de universiteit, werd magister artium in 1598 en studeerde vervolgens theologie. In 1600 moest hij zijn studie beëindigen, toen hij conrector werd van de Dordtse Latijnse school en nog in datzelfde jaar rector.

Vossius was een erkend pedagoog die de school in Dordrecht tot bloei bracht. In 1615 werd hij door bemiddeling van zijn vriend Hugo Grotius rector van het Leidse Statencollege. Na de Synode van Dordrecht werd Vossius in 1619 ontslagen als rector vanwege zijn remonstrantse sympathieën maar al in 1622 werd hij hoogleraar welsprekendheid (Latijn en Grieks) en geschiedenis aan de Leidse universiteit. In 1632 opende hij als eerste rector magnificus en hoogleraar in Amsterdam het Athenaeum Illustre, waar hij tot zijn dood vooral geschiedenis doceerde. Vossius had altijd goede contacten met zijn leerlingen en studenten die vaak vrienden voor het leven werden en ook zelf naam maakten als geleerden. Door hen en door zijn publicaties werd hij het centrum van een Europees netwerk van wetenschappers, de Republiek der Letteren. Daardoor had hij veel goede vrienden en correspondenten in eigen land, met name in Dordrecht (levenslange vriendschap met zijn oud-leerling Jacob de Witt (1589-1674)), Leiden en Amsterdam, in Engeland waar hij hogelijk gewaardeerd werd, en ook in andere Europese wetenschappelijke centra.

Hoewel zelf rechtzinnig gereformeerd, was Vossius nauw bevriend met remonstranten uit de tijd van de Bestandstwisten (1609-1621) als Hugo Grotius en Johannes Wtenbogaert, en ook met lutheranen, anglicanen en katholieken. Enkele andere namen van Vossius’ relaties: zijn schoonvader de Leidse hoogleraar Franciscus Junius, diens zoon en Vossius’ zwager Franciscus Junius junior, zijn Leidse collegae zoals Caspar Barlaeus die ook met hem meeging naar Amsterdam, zijn opvolger in Leiden de Fransman Claude Saumaise, en vele, vele anderen.

Vossius’ belangrijkste publicaties: de Institutiones oratoriae (standaardwerk van 1606 over de welsprekendheid), de Historia Pelagianismi van 1618 (geschiedenis van destijds fel omstreden meningen van de Pelagianen over wilsvrijheid), de Ars historica (geschiedenishandboek van 1623) met lexica van Grieks en Latijn schrijvende historici (1623 en 1627), een reeks schoolboeken voor Latijn, Grieks en retorica voor de Latijnse Scholen (1626), de Aristarchus (een groot standaardwerk over de Latijnse taal van 1635, nog gevolgd door twee grote Latijnse woordenboeken), de Theologia gentilis van 1641 (over heidense godsopvattingen, geschiedenis en oude natuurkunde), Dissertationes tres de tribus symbolis van 1642 (baanbrekende studies over de oudste christelijke geloofsbelijdenissen), en drie boeken over de dichtkunst van 1647. In 1701 werden in Amsterdam al Vossius’ publicaties nog eens uitgegeven in de Opera in sex tomos divisa (verzameld werk in zes delen).

Bronnen en literatuur
NNBW 1, p. 1519-1525 (over Isaac Vossius).
Van der Aa, BWN 19, p. 408-415.
BLGNP 1, p. 414-416 (S.B.J. Zilverberg).
BWN 2, p. 597-598 (C. Rademaker),
P. Colomesius, G.J. Vossii et clarorum virorum ad eum epistolae (Londen 1690, Augsburg 1691, Londen 1693).
Briefwisseling van Hugo Grotius, Rijks Geschiedkundige Publicatiën, 17 delen (Den Haag etc. 1928-2001).
C.S.M. Rademaker ss.cc., Life and Works of Gerardus Joannes Vossius (1577-1649) [Respublica Literaria Neerlandica, 5] (Assen 1981).
G.A.C. van der Lem en C.S.M. Rademaker ss.cc., Inventory of the Correspondence of G.J. Vossius (1577-1649) [Respublica Literaria Neerlandica, 7] (Assen/Maastricht 1993).
C.S.M. Rademaker ss.cc., Leven en werk van Gerardus Joannes Vossius (1577-1649) (Hilversum 1999). Hierin ook alle publicaties van Vossius, de van hem bewaarde handschriften in de Universiteit van Amsterdam en oudere literatuur.
F.F. Blok, Isaac Vossius en zijn kring. Zijn leven tot zijn afscheid van koningin Christina van Zweden, 1618-1655 (Groningen 1999).
Dirk van Miert, Illuster onderwijs. Het Amsterdamse Athenaeum in de Gouden Eeuw 1632-1704 (Amsterdam 2005).
Frans Blok en Cor Rademaker, Isaac Vossius’ Grand Tour, 1641-1644. The Correspondence between Isaac and his Parents, in: LIAS 33 (2006), p. 151-248; 35 (2008), p. 209-279; 36 (2009), p. 295-396.
Vossius’ drie poeticaboeken van 1647: Poeticarum institutionum libri tres. Institutes of Poetics in Three Books, ed. by Jan Bloemendal in collab. with Edwin Rabbie [Mittellateinische Studien und Texte, 41], 2 delen (Leiden-Boston 2010).

Cornelis S.M. Rademaker ss.cc. (januari 2013)

Sluit het Verborgen Museum