Gemma Mentzel-van Aken

21-09-1917 (Rotterdam)  -  12-03-1986 (Dordrecht)

Portret van Gemma Mentzel-van Aken. Foto Vincent Mentzel (Regionaal Archief Dordrecht, 552-327820).

Geboren 21 september 1917 in Rotterdam, overleden te Dordrecht op 12 maart 1986. Enig kind van Maria Petronella Hemelop (1887-1972), verpleegster en Antonie van Aken (1886-1955), timmerman. Huwelijk op 5 juni 1940 met Pieter Martinus Mentzel, vrijzinnig hervormd predikant ( 11 mei 1915- 19 april 1996). Uit dit huwelijk drie zonen: Paul (1942) Vincent Samuel (1945) en Maarten Abraham (1948).

Gemma Mentzel-van Aken was overtuigd sociaaldemocraat. Voor de oorlog werd zij lid van de SDAP en was zij betrokken bij het Comité van Waakzaamheid. Tijdens de Duitse bezetting verborg zij met haar man joodse onderduikers. Na de bevrijding was zij actief in de Partij van de Arbeid. Gemma studeerde economie en maatschappelijk werk. Zij vertegenwoordigde de PvdA van 1958 tot 1970 in de Dordtse gemeenteraad. Zij bekleedde vele bestuurs- en beleidsfuncties. In Dordrecht was zij geruime tijd lid van de Culturele Raad en zij was er tot haar overlijden actief in de vrouwenbeweging.

Het gezin Van Aken werd in de jaren van de economische crisis voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog getroffen door werkeloosheid. Dit bepaalde mede Gemma’s studiekeuze en haar visie op het leven en de samenleving. Ook haar inzet voor de sociaaldemocratie vond hier zijn wortels. Ze groeide op in de Schooterboschstraat 69 en de Goudsestraat 52c in Rotterdam. Op 6 juli 1935 slaagde zij voor het eindexamen MMS. Aansluitend studeerde ze MO-economie in Amsterdam en slaagde op 4 december 1937 voor de Akte van bekwaamheid voor middelbaar schoolonderwijs in de Staathuishoudkunde en Statistiek. Ze werd lid van de SDAP.

Al vroeg zag zij het gevaar van het nationaalsocialisme en steunde actief het Comité van Waakzaamheid (1936-1940). In dit comité hadden zich intellectuelen verenigd die waarschuwden voor de dreiging van het nationaalsocialisme. In Amsterdam studeerde ze aan de School voor Maatschappelijk Werk. Op 20 december 1940 behaalde zij daar het diploma voor de opleiding Volksontwikkeling. In haar studietijd ontmoette ze haar vrienden voor het leven: Jos Wibaut, Lena Lopes Diaz, Nely Schermerhorn, Took Heroma en Heleen Klinkhamer. Studiegenoten die later net als zij politiek zeer betrokken waren. Haar jeugdliefde Pieter Mentzel was na het afleggen van het Kerkelijk Voorbereidend Examen in 1938 van Leiden naar Amsterdam verhuisd. Ook met de huisgenoten van Pieter in Amsterdam: Hans van Norden en Lex Horn, beiden beeldend kunstenaar, bleef ze haar leven lang bevriend.

Door het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 veranderde de start van beider loopbaan. Het vormingswerk, waartoe Gemma was opgeleid en waarin ook Pieter actief was, werd door de bezetter verboden. Pieter was als cursusleider werkzaam bij Ons Huis in Amsterdam (opgericht 1891). Deze vereniging was vooral actief in de arbeiderswijken. Ons Huis was als voorloper van de latere buurtcentra te beschouwen. Pieter werd vrijzinnig hervormd predikant na te zijn afgestudeerd aan de Leidse universiteit. Op 5 juni 1940 trouwde Gemma met hem en werd ze predikantsvrouw in Hoogkarspel. Op 29 juni 1941 werd Pieter daar bevestigd door ds. B.J. Aris, vrijzinnig hervormd predikant in Amsterdam.

Op 14 mei 1940 werd haar geboortestad Rotterdam gebombardeerd. Gemma’s ouders woonden in het huis aan de Goudsestraat dat binnen het gebombardeerde gebied lag. Het was een schokkende ervaring. Van het huis was niets over. De ouders van Gemma werden geëvacueerd naar een ander adres in Rotterdam. Tijdens de Duitse bezetting waren Gemma en Pieter met enkele trouwe en betrouwbare gemeenteleden betrokken bij het onderbrengen van joodse onderduikers in hun streek. De rechtssocioloog professor Hugo Sinzheimer was in 1942 samen met zijn vrouw ondergedoken in de pastorie van Pieter en Gemma in Hoogkarspel. Voor de Sinzheimers werd later een ander adres gevonden en vanaf oktober 1943 tot de bevrijding was (Ab)raham Michael (1924) Herzberg, zoon van Abel Herzberg (1893-1984) bij hen ondergedoken. Het organiseren van voedselpakketten voor het netwerk rondom de onderduikers vergde aan het eind van de oorlog veel energie van het echtpaar.

Na als predikant te hebben gestaan in Naaldwijk (1945) en Amsterdam (1948) aanvaardde Pieter een beroep naar Dordrecht (1949). Ze vestigden zich aan het Oranjepark 32 (nu 24). In Dordrecht begon Gemma een eigen loopbaan. Ze zette zich in voor de Partij van de Arbeid en was betrokken bij de Vrouwenbond van die partij (later: de Rode Vrouwen).Vele jaren leidde ze leesclubs van de Vrouwenbond in Dordrecht. Ook onderhield zij banden met de Born, het internaat en vormingscentrum van de vrouwenclubs in de PvdA. Ze hield meerdere malen toespraken voor de VARA-radio. In 1958 werd Gemma gekozen tot gemeenteraadslid, een functie zij tot 1970 vervulde. Bij haar afscheid als raadslid op 16 juni 1970 sprak burgemeester mr. J .J. van der Lee onder meer de volgende woorden tot haar: “Wij zijn het lang niet altijd met elkaar eens geweest maar ik heb altijd met bijzonder veel waardering en belangstelling naar u geluisterd, vooral wanneer het erom ging de problemen waarmee de raad werd geconfronteerd te plaatsen in het ruime kader van de toekomst van de mens, de toekomst van de stad, de toekomst van de maatschappij. U bent een uitermate stimulerend lid van deze raad geweest.”

Na haar raadsperiode werd ze lid van de Culturele Raad van Dordrecht. Ook was zij bestuurslid van het vormingscentrum voor meisjes de Vonk in Noordwijkerhout. De Vonk behoorde tot het christen-sociale en vrijzinnig-protestants milieu. Hoewel geen belijdend lidmaat van een kerk, voelde zij zich in dit vrijzinnige milieu goed thuis. Met Pieter leidde ze zowel in de vormingscentra van de Woodbrookers in Bentveld als in Kortehemmen cursussen. Rond 1960 was ze docente economie aan de Rijks-HBS te Breda en beleidsmedewerker bij de Stichting Opleidingen Bejaardenzorg te Amsterdam. Vanaf maart 1965 was ze bestuurslid van de Stichting Toonkunstmuziekschool in Dordrecht. Door de gemeenteraad van Dordrecht werd zij aangewezen als lid van de commissie van toezicht op de Dienst Sociale Werkplaats te Dordrecht. Gemma was tot haar dood actief binnen de PvdA, zowel landelijk als bij de plaatselijke afdeling en het werk van de Rode Vrouwen. Op 12 maart 1986 overleed zij onverwacht.

Bronnen en literatuur
Radiotoespraken van Gemma Mentzel-van Aken voor de VARA-radio:
14 maart 1947: Uit het leven van Thiele Wibaut.
24 november 1950: Vera Figner.
13 juni 1951: Clara Zetkin.
30 juni 1952: Suze Groeneweg.
7 maart 1956: Samen uit samen thuis (over de Born, het huis van de Vrouwenbond PvdA).
Notulen Gemeenteraad van Dordrecht 16 juni 1970.
Erik de Gier, Prof.dr. Hugo Sinzheimer (1875-1945) een korte biografische schets, in: Hugo Sinzheimer: rechtshervormer, arbeidsjurist en rechtssocioloog (Amsterdam 1993).
Annie Romein-Verschoor, Omzien in verwondering deel 2 (Amsterdam 1971), p. 49.
Arie Kuiper, Een wijze ging voorbij. Het leven van Abel J. Herzberg Amsterdam 1998), p. 206 e.v.
Paul Mentzel, Mentzel ABC  (Rotterdam 2010).

Paul Mentzel

 

Sluit het Verborgen Museum