Frans Lebret

07-11-1820 (Dordrecht)  -  25-07-1909 (Dordrecht)

Portret van Frans Lebret door Jan Veth uit 1888 (Collectie Dordrechts Museum)

Frans Lebret werd geboren te Dordrecht op 7 november 1820 en daar hervormd gedoopt. Hij overleed op 25 juli 1909 en werd op 28 juli 1909 begraven op de Algemene begraafplaats te Dordrecht. Frans was een van de tien kinderen geboren uit het op 17 augustus 1814 te Dordrecht gesloten huwelijk van Arij Lebret (niet: Jacobus zoals het NNBW vermeldt), koopman, (Dordrecht 10 september 1788-Dordrecht 4 mei 1858) en Geurtje van der Salm of Geertje van der Zalm (Maasbommel 20 mei 1787-Dordrecht 27 maart 1847).

Op 6 maart 1850 trad hij te Dubbeldam in het huwelijk met Pieternella van der Straaten (Dordrecht 3 maart 1821-Dordrecht 8 juni 1915). Zij was de dochter van slager Pieter van der Straaten (gedoopt Dordrecht 16 februari 1797-Dordrecht 25 januari 1886) en Sijgje of Seijgje van Tol (Dubbeldam 20 mei 1798-Dordrecht 27 november 1825). Uit het huwelijk van Frans en Pieternella een negental kinderen. Na een op 2 december 1850 levenloos geboren kind volgden: Adrianus (Dordrecht 1 november 1851-Dordrecht 2 december 1851), Cornelis Frans (Dordrecht 19 juni 1853-Den Haag 6 april 1922), Adrianus Pieter (Dordrecht 9 januari 1855-Dubbeldam 23 juli 1855), Geertruida Pieternella (Dordrecht 28 mei1858-Poortugaal 5 juni 1948), Everard Hendrik (Dordrecht 1865-Dordrecht 16 mei 1961), Adriana Jacoba (Dordrecht 18 januari 1867-Dordrecht 26 december 1950), Antonetta Wilhelmina (Dordrecht 20 november 1868-Dordrecht 25 oktober 1956) en Petronella Francina (Dordrecht 23 november 1870-Den Haag 3 juli 1950).

Frans Lebret was een succesvol 19e-eeuws schilder, aquarellist, tekenaar, etser en lithograaf. Hij was zeer productief en werd bekend vanwege zijn voorstellingen, voornamelijk in olieverf, van stadsgezichten maar vooral van landschappen en stalinterieurs, meestal met schapen. Lebret maakte zich ook verdienstelijk voor het Teekengenootschap Pictura en het Dordrechts Museum. Hij behoorde tot de laatste generatie schilders in de Pictura-traditie waarin vee en landschap lange tijd geliefd waren. Het werk dat hij in 1863 naar aanleiding van zijn verblijf in Nederlandsch-Indië maakte, vormde in zijn oeuvre een opmerkelijk en interessant intermezzo. Lebret was tot op hoge leeftijd als kunstenaar actief.

De familie Le Bret was oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Rond 1655 werd in Rouen Pierre Le Bret geboren. De toenemende intolerantie ten opzichte van de protestanten in Frankrijk, die zou uitmonden in de intrekking van het Edict van Nantes in 1685, deed de familie uitwijken naar de Republiek, waar Pierre in 1684 belijdenis deed voor de Waalse Gemeente in Den Haag. Frans Lebret was een van zijn meer bekende afstammelingen. Diens geboortehuis stond aan de Twintighuizen (destijds Twintighuisjes, wijk E, nummer 477). Zijn vader Arij kocht tussen 1826 en 1832 onroerend goed aan onder meer het Slikveld, de Vleeshouwersstraat en Lage Bakstraat. Ook kocht hij buiten de stad gelegen kleinere percelen grond.

Al jong wist Lebret dat hij niet in de voetsporen van zijn vader wilde treden maar van schilderen zijn beroep wilde maken. Dat werd door zijn ouders geaccepteerd. In 1836 werd hij toegelaten als lid door het oudste kunstenaarsgenootschap van ons land, het Dordtse Teekengenootschap Pictura uit 1774. Hij ontving geen kunstopleiding aan de academie en Frans moet dus al behoorlijk hebben kunnen tekenen en schilderen. Hij werd leerling van een van de weinige Dordtse romantische schilders, Willem de Klerk (1800-1876). Ook kreeg hij les van en werd geïnspireerd door schilder, tekenaar en aquarellist Frederik Verheggen (1809-1883) en landschapsschilder Cornelis Johannes de Vogel (1824-1879). Lebret werd later naar de bekende romantische landschapsschilder Barend Cornelis Koekoek (1803-1862) ook wel de ‘Dordtse Koekoek’ genoemd. Zelf zou hij ook leerlingen opleiden waaronder schilder, graficus en glazenier Adrianus Johannes Grootens (1864-1957). De lessen die hij gaf, leverden weinig op, maar broer Gerrit (Dordrecht 29 januari 1822-Passoeroean op Oost-Java 13 januari 1896) steunde Frans financieel. Lebret was naast werkend lid later ook geruime tijd bestuurslid en voorzitter van Pictura. Hij werd tenslotte benoemd tot erelid van het genootschap. Met de jongere Dordtse schilder Roeland Larij (1855-1932) sloot hij vriendschap.

Midden 19e eeuw kwam Lebret in navolging van de school van Barbizon tot een minder romantisch en meer realistisch beeld van het landschap. Vooral van het polderlandschap met daarin koeien en in het bijzonder schapen. Hij maakte naam met het schilderen van schapen ‘die hem in de beweeglijkheid van hun vacht zoo aantrokken’. ‘Ik ging de natuur in en het vee aan den Eersten Tol zocht ik op om het te bestuderen… in het bijzonder de schapen’. Lebret plaatste zich daarmee in een traditie van Dordtse dierschilders vanaf Jacob Gerritz Cuyp (1594-1652) en Aelbert Cuyp (1620-1691). Dieren zouden zijn grootste inspiratie blijven. Hij bereidde de weg voor jongere schilders die in navolging van de Haagse School wilden werken in de vrije natuur. Zijn werk verkocht goed, ook in het buitenland.

De Antwerpse kunsthandelaars Albert D’ Huyvetter (1811-1887) en diens zoon Albert jr. (1847-1907) wisten een deel van het werk van Lebret in de Verenigde Staten aan de man te brengen. Hij genoot op den duur dan ook een hoog inkomen. In 1890 bedroeg dat 30.000 gulden. Hij kon daardoor in 1898 opdracht geven tot de bouw van een kapitaal pand aan het Achterhakkers nummer 18, thans Hotel Dordrecht op nummer 72. Het pand werd later voor verschillende doelen gebruikt en is meermaals ingrijpend verbouwd. De destijds eveneens aan het Achterhakkers gelegen oliemolen De Hazewind, evenals de nabijgelegen oliemolen De Zeelt waren eigendom van zijn broer, olieslager Johannes Hendrik Lebret, (Dordrecht 9 januari 1824-Dordrecht 1 december 1904).

Zijn broer Gerrit was al jong, twintig jaar oud, naar Nederlands-Indië vertrokken. Hij trouwde er met de in Indië geboren Antoinetta Wilhelmina Hesselaar (1825-1912). Gerrit werd er een invloedrijk figuur en was een groot voorstander van vrije arbeid in plaats van de gedwongen arbeid die inlanders in het kader van het in 1830 ingevoerde Cultuurstelsel bij wijze van belastingmaatregel verplichtte voor 20% voor de overheid te produceren. Hij maakte er fortuin als suikerfabrikant. De wens hun broer te bezoeken bracht Lebret en zijn broer Johannes Hendrik ertoe als toerist de dure en avontuurlijke reis naar Indië te ondernemen. De broers vertrokken op 15 januari 1863. Zij reisden via de ‘overlandroute’: per trein naar Marseille, dan per boot naar Alexandrië, per trein naar Suez en tenslotte per boot naar Singapore en Batavia. Ze keerden ruim vijf maanden later terug. Lebret maakte in Indië honderden tekeningen en schetsen die hij in Dordrecht zou uitwerken. Zijn Indische werk werd vrijwel niet besproken in de kunsthistorische literatuur. Wel exposeerde het Dordrechts Museum enkele keren een selectie van het Indische werk (onder andere in 1951 en 2011). Pas door de recente publicatie (2017) van zijn reisdagboek kwam er meer aandacht voor zijn Indische werk. Hierin legde hij zijn indrukken van deze exotische wereld in woord en beeld vast. Terug in Dordrecht keerde hij echter al snel terug naar zijn schapen.

Van 1840 tot 1879 nam Lebret steeds deel aan de jaarlijks georganiseerde nationale expositie ‘Levende meesters’. Ook zond hij werk in voor de ‘Exposition Génerale des Beaux-Arts’ in Brussel (1872, 1875 en 1878). In 1883 won hij de gouden medaille in de afdeling Koloniën, groep 1, klasse 3, tijdens de ‘Exposition Universelle Coloniale et d’ Exportation Générale’ in Amsterdam. (De Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling). Het was de eerste internationale koloniale tentoonstelling gehouden om de koloniale handel te presenteren. Hij nam met regelmaat deel aan de ledententoonstellingen van Pictura, onder meer aan die ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan in 1899. Op 1 oktober 1906 werd een speciale expositie georganiseerd van het werk van Lebret ter gelegenheid van zijn 70-jarig lidmaatschap van Pictura.

Lebret werd niet alleen geëerd met erelidmaatschappen maar ook met andere vormen van waardering. Zoals bijvoorbeeld op 6 maart 1890. Pictura voorzitter Lebret was toen veertig jaar getrouwd en hij en zijn vrouw ontvingen van de leden van Pictura een bijzondere oorkonde. In 1891 werd hij in het bestuur van het Dordrechts Museum gekozen. Op hoge leeftijd tekende hij uit het hoofd lang verdwenen Dordtse stadsgezichten die zo betrouwbaar waren dat mr. Simon van Gijn ze een plaats gaf in Dordracum Illustratum. In januari 1950 schonk zoon Everard Hendrik de Indische werken van zijn vader aan het Dordrechts Museum. Daarmee werd in april 1951 een expositie ingericht.

Vernoeming
Frans Lebretlaan te Dordrecht.
Oorspronkelijk bestond er in de Dordtse schildersbuurt in Oud-Krispijn een Frans Lebretstraat. De zoon van Lebret, Everard Hendrik Lebret, bood in 1934 de gemeente 5.000 gulden aan om de Frans Lebretstraat van beplanting te voorzien. De straat bleek daarvoor te smal. Daarop stelde hij voor een bredere straat naar zijn vader te vernoemen en die van beplanting te voorzien. In 1937 kwam zo na enkele naamswijzigingen in de buurt de huidige Frans Lebretlaan tot stand.

Bronnen en literatuur
RKD Artists, Bioportnummer 48675.
NNBW, deel 3, p. 743-744 (Van Dalen).
Regionaal Archief Dordrecht, archieftoegang 94: Collectie van bescheiden betreffende de familie Lebret 1367-1962.
Dordrechts Museum, Documentatiemap Frans Lebret.
L.J. Bol, Tekeningen van Frans Lebret (Dordrechts Museum 1961).
Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950 (Den Haag 1981), p.307.
P. Kooij en V. Sleebe (red.), Geschiedenis van Dordrecht 1813-2000 (Hilversum 2000), p. 152 2n 371.
A. Leussink en W. Sybesma (red.), Op reis met pen en penseel. Frans en Jan Hendrik Lebret als toerist naar Java (Zutphen 2017).

Roel Leentvaar (maart 2018)

 

Sluit het Verborgen Museum