François Boels

1591 (Rotterdam)  -  03-11-1656 (Dordrecht)

Beeldmerk en handtekening van François Boels

François (Frans) Jansz Boels werd 1591/1592 in Rotterdam geboren en overleed 3 november 1656 in Dordrecht. François was de zoon van Johan (Hans) Boels en NN, beiden afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. François, boekbinder (later boekhandelaar en uitgever), trouwde op 25 september 1616 (ondertrouw 4 september) in Dordrecht met Susanna Rogiers (Gent-Dordrecht 1617). Zij was de dochter van Pieter Rogiers (Gent-Dordrecht < 31 augustus 1614), Dordtse Franse schoolhouder en boekhandelaar, en Elisabeth Cuijpers, ook genoemd Scupers en Schuijpers (Gent 1562/63-Dordrecht). Elisabeth Cuijpers (her)trouwde eveneens op 25 september 1616: met Jasper Troyen (Mechelen 1546/1547-Dordrecht > 1627) boekhandelaar in Dordrecht. François Boels hertrouwde op 3 april 1618 (ondertrouw 4 maart) in Dordrecht met Sara Bouman (Dordrecht 1587/1588-Dordrecht 18 mei 1668). Zij was de dochter van Maximiliaan Bouman (overleden Dordrecht 16 oktober 1624), stadschirurgijn, en Lebuina (Lievina) Canin (Gent-Dordrecht 26 januari 1605), dochter van de belangrijke Dordtse boekhandelaar, uitgever en drukker Jan Canin (Gent circa 1534-Dordrecht 1594). Uit de huwelijken van François Boels zijn geen kinderen bekend.

François Boels maakte deel uit van de tweede generatie Zuid-Nederlandse boekhandelaren/uitgevers en drukkers die zich om godsdienstige redenen in Dordrecht hadden gevestigd. De eerste generatie met vertegenwoordigers als Jan Canin (circa 1534-1594) en Peeter Verhaghen (1548-1628) had in de periode 1570-1600 in Dordrecht de basis gelegd voor een snelle verbreiding van de gereformeerde religie. De generatie waartoe Boels en Isaac Canin (1567/1568-1637) behoorden, waren daarna van belang voor het verder uitbouwen tot een orthodox calvinisme in de Noordelijke Nederlanden. Speciaal Boels werd als uitgever een belangrijke verspreider van piëtistische publicaties en gaf daardoor de Nadere Reformatie een krachtige impuls.

François Boels kwam in 1614 als boekbinder vanuit Rotterdam naar Dordrecht om te werken in de boekhandel ‘De Witte Ghecroonde Duyf’, bij het Dordtse stadhuis. Die boekhandel was eigendom van Pieter Rogiers. Deze was in 1589 leerling boekdrukker in Antwerpen en week dat jaar (het einde van de religievrijheid in die stad) uit naar Dordrecht waar hij in 1590 een school begon voor Frans, schrijven en rekenen. Toen Rogiers in 1614 overleed, werd de boekhandel door zijn echtgenote en Boels voortgezet.

In 1616 trouwde Boels met Pieter Rogiers’ dochter Susanna nadat op 23 augustus dat jaar huwelijkse voorwaarden waren opgemaakt. Daarbij werd François geassisteerd door zijn vader Hans en zijn neef Pieter Jansz, chirurgijn in Rotterdam. Susanna werd bijgestaan door haar moeder en haar achterneef Johannes Polyander à Kerckhoven (1568-1646) die van 1593 tot 1611 Waals predikant in Dordrecht was en sinds 1611 hoogleraar in de theologie te Leiden. Het huwelijk van Boels en Susanna Rogiers was geen lang leven beschoren, want na een ongeveer een jaar overleed zij.

Hoewel François geen eigenaar van de boekhandel/binderij was, verscheen er onder zijn naam (boeckvercooper inde Witte Duyf) in 1617 een uit het Frans vertaalde brief over het geschil tussen de gereformeerde kerk en de Arminianen, van Pierre du Moulin (1568-1658), predikant van de gereformeerde kerk in Parijs en die van 1593 tot 1598 bijzonder hoogleraar aan de Leidse universiteit was. François kreeg in 1618 de gelegenheid boekhandel en boekbinderij over te nemen. Voor 400 carolusguldens kocht hij op 2 maart van zijn schoonmoeder ‘alle de geprente boecken mitsgaders het pampier ende alle de gereetschap vande boeckvercooperije tot den winckel eenichsins sijnde, de voors. Elisabeth toebehoorende int huijs ende winckel daer den voors. François Boels jegenwoordich inne is woonende bij het stadthuijs’. Boekbinder Boels was nu boekhandelaar en uitgever.

Door zijn huwelijk met Sara Bouman in april 1618 versterkte François zijn positie in het Dordtse netwerk aanzienlijk. Hij had in de boekenbranche een goede naam en werd door Isaac Canin benaderd om deel te nemen in een consortium dat op 14 mei 1619 een octrooi voor zeven jaar van de Staten-Generaal kreeg. Dat hield onder meer in dat al het drukwerk van documenten, pamfletten en verslagen in verband met de Nationale Synode, die vanaf 13 november 1618 t/m 29 mei 1619 in Dordrecht werd belegd, uitsluitend door het consortium zou worden verzorgd. Isaac Canin kreeg die opdracht, maar kon die niet alleen uitvoeren. Hij vroeg zeven Dordtse collega’s, onder wie Boels, in de opdracht te participeren. Voor Boels’ bedrijf betekende dit een stimulans, want van dit vele drukwerk stond een grote afzet vast. Het samenwerkingsverband van de acht ondernemers manifesteerde zich als de Dordtse Compagnie’. Boels bezat geen drukkerij en belastte zich voornamelijk met de distributie van de publicaties en het bindwerk.

In de zomer van 1619 verscheen de eerste grote publicatie van het consortium: Oordeel van het Synodus Nationael, de Canones (de Dordtse leerregels). De Canones verschenen ook in het Latijn en Frans. Er volgden nog vele publicaties in de periode 1619-1621. Boels had daarnaast zijn boekhandel en uitgeverij met onder meer de verkoop van allerlei schrijfbehoeften. Het stadsbestuur betaalde hem in 1619 voor geleverde inkt, papier en andere kantoorbenodigdheden en bovendien ruim 57 pond voor het inbinden van 72 exemplaren Canones.

Voor eigen uitgaven zocht Boels zijn drukkers met zorg uit. Vaste partner was Jasper Tournay (ca 1561-1635) in Gouda. Na diens overlijden drukte hij nog bij twee andere Goudse ondernemers. Daarna volgden voornamelijk de Dordtenaren Hendrick van Esch (werkzaam van 1630-1673), stadsdrukker, en Nicolaas de Vries (werkzaam van 1653-1698). De meeste uitgaven van Boels hebben een opvallend uitgeversmerk met een spreuk uit Mattheus 10:16 als randschrift: ‘Weest Voorsichtich Ghelijck De Slangen En Onnoosel Als De Duyven’. Het merk toont een gekroonde duif (een verwijzing naar het uithangbord van de boekhandel) en een slang.

Door de predikant-schrijvers Teellinck en Udemans bij zijn uitgeverij in te lijven legde Boels de basis voor zijn specialisatie: het uitgeven van piëtistische bronnen. Willem Teellinck (1579-1629) en Godfried Udemans (1581-1649) waren belangrijk voor het grondvesten van de denkbeelden van de Nadere Reformatie. De aanhangers van deze stroming in het calvinisme streefden naar een bewust vroom en sober leven onder alle omstandigheden. Boels startte in 1620 met een uitgave van Teellincks Clachte Pauli die later werd gevolgd door vijf andere werken. In 1621 bracht Boels een publicatie uit van Udemans: Practycke, dat is werckelijcke oeffeninge vande christelicke hooft-deuchden. Succesvol van Udemans was De Leeder (= ladder) van Jacob, christelijcke bedenckinghen die een geloovige siele dagelijcx behoort te betrachten. Het werk beloofde de vrome gelovige ‘de rechte wegh na den hemel’. In totaal zou het fonds 18 geschriften van Udemans bevatten.

Een derde drijvende kracht van de Nadere Reformatie was Josua Sanderus (1591/1592-circa 1664), een predikant in de Dordtse omgeving. Zijn reis naar Engeland zou bij Boels vanaf 1623 resulteren in een aanzienlijk aantal vertalingen van Engelse vroomheidsliteratuur. Naast de piëtistische literatuur had Boels enkele daarvan sterk afwijkende edities in zijn fonds. De Dordtse arts Johan van Beverwijck (1594-1647) publiceerde namelijk in 1636 een tweetal verhandelingen over de pest toen die in de Republiek heerste en ook in Dordrecht in 1636-1637 ruim 3.500 slachtoffers eiste, ongeveer 15% van de bevolking. Ook Dordtenaar Pieter van Godewijck (1593-1669) publiceerde hierover bij Boels. Van Godewijck, preceptor van de Latijnse school, bracht in 1641 ook een toneelspel uit: Witte-broots kinderen of bedorve jongelingen: bly-eynde spel en liet dit toneelstuk op school opvoeren. Hoewel dat werk moraliserend van aard was, botste het met de denkbeelden van velen: ‘geen toneel spelen, ook niet door scholieren’ had notabene Udemans verkondigd in zijn Practijcke, dat is werckelijcke oeffeninge vande christelicke hooftdeuchden, gheloove, hope, ende liefde.

Andere Dordtse auteurs die in het fonds van Boels voorkomen, zijn de predikanten Balthazar Lydius (1577-1629) met Christelycke ghebeden en Petrus Wassenburg (ca 1586-1655) met een tweetal publicaties. Een publicatie van de gezamenlijke Dordtse predikanten verscheen onder de titel Kort begrijp der christelijcke leere, een vereenvoudigde versie van de Heidelbergse catechismus. In de ongeveer veertig jaar dat Boels actief was als uitgever realiseerde hij een fonds van ruim tachtig boeken. De nadruk lag daarbij op piëtistische geschriften. Met auteurs als Teellinck en Udemans en daarnaast de vertalingen van Sanderus kon Boels in ruime mate voorzien in de vraag naar piëtistische lectuur. In de periode 1620-1660 was het vooral François Boels die door een goede keuze van auteurs zorgde voor een verspreiding van de gedachten van de Nadere Reformatie.

Het Dordtse dodenboek vermeldt op 3 november 1656 het overlijden van François Boels, 65 jaar oud. Hij werd bijgezet in de Grote Kerk in het familiegraf van Maximiliaan Bouman en Lebuina Canin. Een jaar na zijn overlijden bracht zijn echtgenote nog uit: De ware vrucht des gebedts van de puriteinse theoloog Thomas Goodwin (1600-1680), een vertaling uit het Engels door Josua Sanderus.

Enkele publicaties naast de reeds genoemde
De historiën der vromer martelaren door Adriaen van Haemstede (1621).
Deux-aesbijbel van Petrus Hackius, verbeterd door Amama en Faukelius (1625).
’t Nieuwe Jerusalem in twee edities door Willem Teellinck (1645 en 1651).
Den spiegel der zedigheyt door Willem Teellinck ( 1651).
De laetste basuyne van Godfried Udemans (1635).
Absoloms-hayr van Godfried Udemans (1643).

Bronnen en literatuur
RAD: toegang 11 (DTB), 20 (Notarieel), 98 (Schoolverzorgers).
Dordtenazoeker: Dordtse boekdrukkers.
G.D.J. Schotel, Kerkelijk Dordrecht, deel 1 (Utrecht 1841).
J.G.C.A. Briels, Zuidnederlandse boekdrukkers en boekverkopers in de Nederlanden 1570-1630 (Nieuwkoop 1974), p. 43-62.
J. Alleblas, Gedrukt in Dordrecht, vier eeuwen boek en prent (Dordrecht 1976).
W.J. op ’t Hof, Het culturele gehalte van de Nadere Reformatie, in: De zeventiende eeuw, jaargang 5 (1989), p. 129-140.
J. Alleblas, Dordtse uitgevers- en drukkersmerken, in: Oud-Dordrecht, 2001-3 (Dordrecht).
W. Heijting, Profijtelijke boekskens (Hilversum 2007), p. 167-194.

Cees Esseboom (juni 2019)

 

Sluit het Verborgen Museum