Cornelis Laurens Oversier

02-10-1920 (Dordrecht)  -  14-07-2019 (Dordrecht)

Portret van Cornelis Laurens Oversier op 19-jarige leeftijd

Cornelis Laurens Oversier, roepnaam Kees, werd geboren in Dordrecht op 2 oktober 1920. Hij overleed op 14 juli 2019 in Dordrecht en werd begraven op 22 juli op de Algemene Begraafplaats De Essenhof aldaar. Hij was een van de zes kinderen geboren uit het op 20 maart 1913 te Schiedam gesloten huwelijk van Cornelis Lourens Oversier senior (Rotterdam 13mei 1890-Dordrecht 8 augustus 1936), cargadoor, eigenaar van een herenmodemagazijn en gemeenteraadslid voor de Liberale Staatspartij in Dordrecht en van Maria Justina Bras (Schiedam 18 juli 1890-Dordrecht 24 november 1966).

Hij trad op 21 juni 1944 in Dordrecht in het huwelijk met Greta de Visser, secretaresse, (Dordrecht 21 mei 1923-Dordrecht 6 november 2012). Zij was een dochter van Willem de Visser (Dordrecht 6 oktober 1891-Dordrecht 25 oktober 1969) en van Cornelia Teunisse (Steenbergen 27 december 1885-Dordrecht 5 maart 1945). Uit dit huwelijk werden vier zoons geboren: Cornelis Lourens (Dordrecht 9 juni 1945), Willem (Semarang, Nederlands-Indië, 16 januari 1948), Jan (Balikpapan, Nederlands-Indië, 17 september 1950 en Joop (’s-Gravenhage 22 oktober 1956).

De reserve-majoor der Grenadiers Kees Oversier was een sportief, reislustig en avontuurlijk mens. Hij hield van muziek en speelde niet onverdienstelijk piano. Hij was commercieel medewerker en personeelsfunctionaris bij onder meer Unilever en Shell. Bij assurantiemaatschappij ‘De Holland van 1859’ in Dordrecht was hij verzekeringsinspecteur. Zijn betekenis ligt vooral in zijn optreden bij de Duitse inval in mei 1940 en in zijn verzetswerk. Tijdens zijn diensttijd in Nederlands-Indië werd hij op 19 december 1946 gedecoreerd voor betoonde moed en initiatief in de meidagen van 1940.

Het geboortehuis van Kees Oversier stond aan het Oranjepark 10. Hij groeide op in een groot, welvarend en muzikaal gezin. Kees zelf speelde piano. ‘Plicht’ was een belangrijk aspect van zijn opvoeding. In 1922 verhuisde het gezin naar een stadsvilla met een grote tuin aan de Burgemeester de Raadtsingel. Na de kleuterschool bezocht hij de school voor bijzonder-neutraal lager onderwijs aan het Stek. Hierna volgde hij de vijfjarige HBS waar hij in juni 1938 slaagde voor het eindexamen HBS-B. Oversier behaalde daarna meerdere diploma’s, zoals Handelscorrespondentie Engels en Duits en volgde in Amsterdam een taalcursus Bahassa Indonesia die hem in zijn tijd in Nederlands-Indië zeer van pas zou komen.

In september 1938 trad hij in dienst bij de Unilever Verkoopcentrale als leerling-verkoper. Hij klom er op tot verkoper met een eigen rayon. Het vervullen van de dienstplicht bracht hem in maart 1939 naar de opleiding voor reserve-officieren infanterie (SROI) in Kampen. Na zijn opleiding werd hij als negentienjarige vaandrig geplaatst bij het garderegiment Grenadiers, gelegerd aan de Zonnebloemstraat in Den Haag.

Bij de Duitse inval in de vroege ochtend van 10 mei 1940 had Oversier het commando over een sectie (30 man) van het 1e Bataljon Grenadiers. Duitse parachutisten en met vliegtuigen aangevoerde luchtlandingstroepen vielen de rond Den Haag gelegen vliegvelden Ypenburg, Valkenburg en Ockenburg aan. Vliegveld Ockenburg werd verdedigd door de 22e Depotcompagnie bewakingstroepen die nog pas enkele weken in actieve dienst waren. Zij bleken geen partij voor de goed geoefende Duitse troepen. Het vliegveld viel snel in Duitse handen. De grenadiers trokken later op in de richting van Loosduinen en Monster. Door het gewond raken van een kapitein kreeg Oversier ook het bevel over een tweede sectie. Op 11 mei bestormde hij met zijn mannen de ‘Belvedère’ of ‘Paalberg’, een kunstmatige heuvel waarop de Duitsers een of meer mitrailleurs hadden gepositioneerd. De actie was succesvol en droeg in hoge mate bij aan de herovering van vliegveld Ockenburg. Na dit Nederlandse succes was het voor de grenadiers moeilijk te verkroppen dat Nederland moest capituleren.  Voor deze actie werd Oversier voorgedragen voor de Militaire Willemsorde. Deze voordracht werd echter niet gehonoreerd, waarschijnlijk door het grote aantal voordrachten.

Oversier keerde na de capitulatie terug bij Unilever. Na enige tijd nam hij ontslag en trad in 1942 in dienst bij de assurantiemaatschappij ‘De Holland van 1859’ in Dordrecht. Hier volgde hij een bedrijfsopleiding en werd na enige maanden verzekeringsinspecteur voor rayon Dordrecht en de Zuid-Hollandse eilanden.

Eind 1938 ontmoette hij zijn aanstaande echtgenote Greet op dansles. Ze verloofden zich in 1942, lieten zich in 1943 dopen en deden ‘belijdenis des geloofs’ bij Nederlands-Hervormd predikant Ds. R.J.D. Beerekamp (1898-1979). Van zijn ouders was alleen zijn moeder zeer godsdienstig schrijft Oversier. Een opvallende stap van het verloofde stel.

Vanwege zijn weigering zich te melden als krijgsgevangene dook hij van maart 1943 tot januari 1944 onder bij boer Peer Neggers in Middelbeers op het Brabantse platteland, waar hij meewerkte op de boerderij. Oversier wist een vals ‘Ausweis’ te bemachtigen en kon daarna terugkeren naar Dordrecht. Hij werd luchtwachter bij de luchtbescherming en ontmoette er verzetsmensen via welke hij geleidelijk in het verzetswerk terecht kwam. Oversier sloot zich in 1944 aan bij het strijdend gedeelte (SG) van de Binnenlandse Strijdkrachten onder leiding van commandant Paul Leendert Kooiman (1913-1990) en eind 1944 werd hij groepscommandant bij de 3e Compagnie. Oversier nam deel aan allerhande verzetswerk zoals wapentransport, het verzamelen van voedsel en brandstof. Op verzoek van Paul Kooiman bood Oversier de Amerikaanse 1e luitenant-vlieger Grover Paul Parker (1924-1984) een schuilplaats in zijn woning en voorzag hem onder meer van burgerkleding.

Parker had tijdens een fotoverkenningsvlucht op 19 september 1944, na boven Zeeuws-Vlaanderen te zijn getroffen door luchtafweer, een noodlanding moeten maken en was krijgsgevangen gemaakt. Parker wist echter tijdens zijn transport in Dordrecht aan zijn Duitse bewakers te ontsnappen. Uiteindelijk werd de piloot op een woonark in de Biesbosch bij andere daar verborgen geallieerde militairen ondergebracht. Parker is postuum onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis. Voorts wist Oversier een Pool die in het Duitse leger diende en die gedeserteerd was, eveneens in de Biesbosch in veiligheid te brengen. Na de bevrijding nam hij in juli 1945 ontslag bij ‘De Holland’ en was enige tijd werkzaam als tolk voor de Engelse Field Security en als ‘zuiveringsofficier’.

Oversier meldde zich in 1945 als oorlogsvrijwilliger voor Nederlands-Indië. In Engeland ontving hij een opleiding en via Australië, Batavia, Singapore en Penang reisden de militairen naar Malakka waar de ‘Tijgerbrigade’ werd gevormd.  Hij arriveerde in maart 1946 op Java. Tot januari 1948 was hij als stafofficier en hoofd Inlichtingen en Veiligheid verbonden aan genoemde Tijgerbrigade in Semarang. Hij nam er onder meer inlichtingenwerk over van de inmiddels in Nederlands-Indië aanwezige Engelse troepen. Inlichtingen werden ingewonnen door het verhoren van krijgsgevangenen en burgers, alsook door patrouilles en luchtwaarnemingen.

In Semarang ontving Oversier op 19 december 1946 uit handen van kolonel D.R.A. van Langen (1898-1949) voor het front van de aangetreden troepen het Bronzen Kruis voor zijn moedig en initiatiefrijk optreden in de meidagen van 1940. De mutatie luidde als volgt: ‘…heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden op 11 mei 1940, door als commandant van 2 sectiën grenadiers op eigen initiatief en niettegenstaande vijandelijk mitrailleurvuur het voortgaan moeilijk maakte, zich meester te maken van de Belvedère aan den weg van Loosduinen naar Monster, waarvan de bezetting de aanval op Ockenburg zeer ernstig bemoeilijkte’.

In januari 1948 werd hij gedemobiliseerd en na zijn actieve diensttijd werkte hij voor Shell, aanvankelijk in Indië (Batavia en Balikpapan) later als personeelsfunctionaris en als hoofd personeelszaken in Tandjung. Terug in Nederland (1953) werkte hij vanaf 1953 bij Shell in Den Haag aan de Carel van Bylandtlaan op de afdeling verkoop. Oversier nam ontslag in 1973. Hij dreef enige tijd handel in (half) edelstenen en was personeelschef bij enkele bedrijven. Hij kocht een appartement in Spanje en stopte in juli 1981 definitief met werken ‘om te kunnen genieten van lange vakanties in Spanje’.

Hij was intussen tot 1980 als reserve-officier steeds actief bij defensie betrokken, volgde opleidingen bij onder andere de SMID (School Militaire Inlichtingen Dienst) in Harderwijk, ging meermaals op herhalingsoefening en ging op 60-jarige leeftijd met militair pensioen in de rang van majoor. Na zijn pensionering reisden Oversier en zijn echtgenote graag en veel. Op zijn drukbezochte begrafenis werd onder meer het woord gevoerd door de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, de Luitenant-Generaal Hans van Griensven.

Onderscheidingen
Bronzen Kruis (1946).
Ereteken voor Orde en Vrede (1949, 2 gespen).
Oorlogsherinneringskruis (1951, 1 gesp).
Verzetsherdenkingskruis (1981).
Officierskruis (30 jaar).
Certificaat van generaal Dwight D. Eisenhower (1890-1969), ‘to express gratitude and appreciation of the American people for service in assisting the escape of allied soldiers and airman from the ennemy’.
Certificaat van de Britse Air Chief Marshall Sir Arthur Tedder (1890-1967), ‘as a token of gratitude for help to soldiers and airman of the British Commomwealth of Nations’.

Bronnen en literatuur
www.ad.nl/dordrecht/dordtse-oorlogsheld-kees-oversier
www.indie-1945-1950.nl/web/tbrighis.htm
www.wingstovictory.nl/database
www.verzetinenomdordrecht.nl/cornelis-kees-l-oversier
www.vliegveld-ockenburgh.net/
Lt.-Kolonel B.J.H. van Roosmalen, De gevechten op en om het vliegveld Ockenburg en in Loosduinen en omgeving, in: De Militaire Spectator jaargang 110, nr.8, augustus 1941, p. 281 e.v.
C.L. Oversier, Het leven van Cornelis Laurens Oversier (geb. 2 oct.1920).
(Ongepubliceerde notities, herinneringen en dagboeken). Deze documenten berusten in het archief van de Max van Pelt Stichting.

Met dank aan de Max van Pelt Stichting.

Roel Leentvaar (augustus 2019)

 

Sluit het Verborgen Museum