Cornelis Lambertus Mijnders

28-09-1912 (Strijp)  -  12-04-2002 (Rotterdam)

Cartoon van Cornelis Lambertus Mijnders

Cornelis Lambertus Mijnders (roepnaam Kees) werd geboren op 28 september 1912 te Strijp bij Eindhoven en overleed op 12 april 2002 te Rotterdam. Hij werd daar gecremeerd. Kees Mijnders was het oudste kind, geboren uit het op 30 april 1912 te Woensel (NB) gesloten huwelijk van Cornelis Mijnders sr, metaalbewerker en fabrikant (Dordrecht 29 oktober 1886-Echt, Limburg, 1 oktober 1970) en Johanna Adriana Martina Schellekens (Eindhoven 28 september 1893-Echt, Limburg, 2 april 1985). Het was een gemengd huwelijk. Cornelis sr was Nederlands Hervormd, zijn vrouw Johanna Schellekens rooms-katholiek. Uit dit huwelijk werden na Cornelis Lambertus geboren:
– Lambertus Jozef (overleden Strijp 5 september 1915)
– Lambertus Joseph, vertegenwoordiger (Strijp 17 februari 1916-?)
– Jacoba Catharina (Woensel 4 juli 1917-Stevensweert 29 maart 2017)

Kees Mijnders trouwde op 4 november 1947 te Londen met Daphne Patricia Dunk ( Londen 1924-?). Uit dit huwelijk geen nakomelingen. Of Mijnders van haar is gescheiden of dat zij wellicht is overleden is ons onbekend, maar in 1973 kreeg hij een relatie met Cornelia Geerling (Rotterdam 21 januari 1910).

Kees Mijnders was drieëndertig jaar de vaste linksbuiten van de Dordtse voetbalvereniging DFC. Hij speelde zevenmaal in het Nederlands elftal en ook in andere vertegenwoordigende elftallen zoals ‘De Zwaluwen’ (nu ‘Jong Oranje’). Hij was een kleine, snelle linksbuiten. Zijn speelstijl werd vaak vergeleken met die van zijn grote voorbeeld, de beroemde Engelse linksbuiten, (de latere Sir) Stanley Matthews (1915-2000), die evenals Mijnders tot na zijn veertigste levensjaar op het hoogste niveau voetbalde. Mijnders was een levensgenieter met een zwierige levenswandel. Dat bracht hem soms in conflict met de keuzeheren van de KNVB.

Kees Mijnders werd geboren in een gezin van voetballiefhebbers. Zijn eerste voetbalervaringen deed hij op bij DJS: ‘De Jonge Spartaan’ in Rotterdam. Mijnders debuteerde op 17-jarige leeftijd in het eerste elftal van het Dordtse DFC. Zijn vader had eerder voor die vereniging gespeeld. DFC speelde het eerste kwart van de 20ste eeuw op hoog niveau, mengde zich geregeld in de strijd om de landstitel en de beker. Begin 1900 telde de club drie internationals: keeper Reinier Beeuwkes (1884-1963), middenvelder Dirk Lotsy (1882-1965) en aanvaller Willy de Vos (1880-1957).

Vader Mijnders vertrok uit Dordrecht naar Eindhoven en trad als metaalbewerker in dienst van Philips. Hij voetbalde er bij de Eindhovense Voetbal Vereniging, thans FC Eindhoven. Kees jr. werd er vrijwel tegenover de ingang van het toenmalige PSV-stadion geboren. Vader Mijnders was in de periode 1914-1918 de eerste trainer van PSV (Philips Sport Vereniging). Mijnders sr zegde later zijn baan bij Philips op en vertrok met zijn gezin naar Rotterdam waar hij een fabriek voor vleessnijmachines opzette, de N.V. Mijnco. Het bedrijf was gevestigd op de Soetendaalsekade 53 in Rotterdam-Crooswijk. De familie woonde er op meerdere adressen, onder andere in Schiebroek en Hilligersberg. Beroepsmatig – betaald voetbal was in Nederland nog onbekend – heeft Kees Mijnders zijn hele leven met zijn vader gewerkt in die onderneming, eerst als tekenaar, later als boekhouder.  Zijn vader steunde de voetballoopbaan van zijn zoon en gaf Kees alle ruimte om tijd te besteden aan voetbal.

Zijn carrière bij het Dordtse DFC zou drieëndertig jaar duren. Mijnders werd op 15-jarige leeftijd lid van die club en debuteerde er op 17-jarige leeftijd in het eerste elftal. Op 11 oktober 1942 speelde hij zijn 200e wedstrijd. Hij sloot zijn voetballoopbaan af op 1 juli 1952 toen hij officieel afscheid nam. Hij werd benoemd tot lid van verdienste. Mijnders speelde 306 wedstrijden voor DFC, scoorde 105 maal en leverde talloze voorzetten of passes (assists), waaruit ploeggenoten konden scoren.

Zijn interlandcarrière begon in maart 1934 toen hij werd geselecteerd voor de wedstrijd tegen België die door Nederland met 9-3 werd gewonnen. Tussen 1934 en 1938 speelde Mijnders zeven interlands, alle onder leiding van de Engelse trainer Robert (Bob) Glendenning (1888-1940). Karel Lotsy (1893-1959) was in die periode de ‘mental coach’ van de nationale elf. Tot scoren kwam Mijnders niet in Oranje.  Van die zeven interlands werd één wedstrijd verloren en één eindigde gelijk. Enkele van zijn meer bekende medespelers in het Oranje van die tijd waren: aanvaller Kick Smit (1911-1974) die speelde voor RCH en Haarlem,  spits Beb Bakhuis (1909-1982) die bij meerdere clubs speelde, waaronder het Franse FC Metz en aanvaller Leen Vente ( 1911-1989) die uitkwam voor Neptunus en Feijenoord).

Nederland kon zich voor het eerst kwalificeren voor het Wereldkampioenschap voetbal in 1934 in Italië. In de wedstrijd tegen Ierland zou het erom gaan. Nederland moest winnen, maar kwam met 1-2 achter te staan. Door onder meer drie goede voorzetten van Mijnders wist Nederland die achterstand om te buigen in een 5-2 winst. Volgens velen speelde hij toen zijn beste wedstrijd. Hij liet zijn Ierse bewaker, verdediger Peadar Gaskins (1908-1949)  alle hoeken van het veld zien. Die kwalificatie werd in Nederland met gejuich ontvangen en inspireerde componist en tekstdichter Ferry van Delden (1892-1965) tot het schrijven van het bekende  lied: Heel Nederland dat juicht spontaan met het bekende  refrein: ‘We gaan naar Rome, we gaan naar Rome’. Het werd onder andere gezongen door zanger en revueartiest Willy Derby (1886-1944). In dat lied figureerde ook Kees Mijnders: ‘En Mijnders, Wels, zo goed als Smit, roepen om de beurt… die zit’. Hij zou echter tot zijn grote spijt door een blessure niet op dit WK spelen. Nederland werd overigens al na één verlieswedstrijd (tegen Zwitserland) uitgeschakeld.

Zijn carrière in de Oranje elf werd gefnuikt door een aantal factoren. Zo had hij met name in Joop van Nellen (1910-1992) van DHC een geduchte concurrent voor de linksbuiten positie. Verder was Mijnders ook niet op zijn mondje gevallen. Toen KNVB-bondsofficial en keuzeheer (er was nog geen bondscoach) Henk Herberts (1892-1965) in 1938 kort voor de interland tegen België Mijnders met een meisje op een Antwerps terras in het oog kreeg,  gaf hij Mijnders een stevige uitbrander. Bovendien meldde Herberts aan dagblad De Telegraaf dat ‘Mijnders alleen maar aan het passagieren was geweest’. Die ontstak daarop in woede en schold Herberts de huid vol. Hij weigerde excuses te maken. Dat hielp zijn interlandcarrière bepaald niet verder. Tenslotte zou de Tweede Wereldoorlog roet in het eten gooien; het interlandvoetbal lag in Europa vrijwel stil.

Na de bevrijding leek hij zijn internationale loopbaan voort te kunnen zetten. In augustus 1945 zou Nederland twee interlands spelen in en tegen Denemarken en Mijnders werd geselecteerd. Toen iedereen gereed was voor vertrek, bleek er op het laatste moment geen vliegtuig beschikbaar te zijn waardoor de reis niet doorging. Dit tot grote teleurstelling van alle voetballiefhebbers, want die waren na vijf jaar Duitse bezetting toe aan het optreden van hun nationale elftal. Op 10 maart 1946 zou de eerstvolgende interland gespeeld worden in en tegen Luxemburg. Mijnders hoopte geselecteerd te worden. Hij kreeg echter te maken met vormverlies en in zijn plaats werd Ko Bergman (1913-1962) van het Amsterdamse Blauw-Wit gekozen. Daarmee kwam de interlandcarrière van Mijnders ten einde. Voor DFC speelde hij echter nog ruim zes jaar. Hij werd in 1952 opgevolgd door Jan Versteeg (1927/1928-2009).

Tijdens de sportuitwisseling met de Dordtse partnerstad Hastings in 1947 in Engeland waaraan Mijnders deelnam, ontmoette vrijgezel Mijnders de Engelse Daphne Patricia Dunk (Greenwich, Londen, 1924-?). Hij trad op 4 november 1947 te Londen met haar in het huwelijk. Na zijn voetbalcarrière bleef hij werken voor de snijmachinefabriek die zijn vader had opgericht. Hij woonde geruime tijd op een woonboot in Rotterdam en reed tot zijn 85ste op een motorfiets. Mijnders was nog vaak te vinden op de tribune bij DFC, op de ouderensoos van die club of bij wedstrijden van het Nederlands elftal. Als amateur had hij nooit een cent verdiend met voetballen, maar zei hij: ‘…ik heb wel voor een ton geleefd’.

Bronnen en literatuur
Wikipedia
http://www.historiebetaaldvoetbal.nl
http://www.voetballegends.nl
http://www.transfermarkt.nl/keesmijnders
http://www.dfc-dordrecht.nl
http://www.voetbalstats.nl/index.php
P. de Roo, Achttien Dordtse Oranjehemden en… bijzondere trainers (Dordrecht 2019).

Roel Leentvaar (augustus 2020)

 

Sluit het Verborgen Museum