Cornelia Hendrika Maria Roest

31-05-1923 (Dordrecht)  -  23-08-2015 (Dordrecht)

Portret van Cornelia Hendrika Maria Roest (foto gemaakt door Marianne Roest).

Cornelia Hendrika Maria (Corry) Roest werd in Dordrecht geboren op 31 mei 1923 en overleed daar op 23 augustus 2015. Zij werd begraven op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Reeweg Oost in Dordrecht. Corry was de dochter van musicus Adriaan Roest (Ouderkerk aan den Amstel 1884 – Dordrecht 1930) en Catho Roest-van Gastel (Tilburg 1887 – Dordrecht 1945). Corry Roest bleef ongehuwd en had geen kinderen.

Corry Roest heeft bijgedragen aan de geschiedschrijving van Dordrecht door haar (jeugd)herinneringen vast te leggen in verhalen en columns, aangevuld met informatie uit het gemeentearchief. Tussen 1973 en 1991 publiceerde Corry haar verhalen in Tussen Kop en Staart, het personeelsblad van het Gemeentelijk Energiebedrijf, haar werkgever. Vanaf 1991 tot ongeveer 2002 las zij haar columns voor bij Dordtse radiozenders. Rond haar tachtigste levensjaar bundelde ze haar teksten in een zevental, in eigen beheer uitgegeven boeken. Met name Herinneringen aan de Wijnstraat was een groot succes en is nog altijd in menige Dordtse boekenkast te vinden.

Corry’s vader verhuisde in 1905 naar Dordrecht. Hij volgde in de Sint Bonifatiuskerk in de Wijnstraat organist Carel Bouman op. De muzikale Roest componeerde voornamelijk kerkmuziek, gaf orgel-, piano- en vioolles en was dirigent van diverse koren. Op 18 mei 1910 trouwde hij met Catho van Gastel en vestigde zich in het ‘katholieke buurtje’ van de stad, in  Wijnstraat 57, thans 111, waar hun tien kinderen zijn geboren. Corry was de op drie na jongste.

Corry’s vader overleed in 1930 op 45-jarige leeftijd aan een longontsteking. Kort ervoor had hij zijn 25-jarig jubileum als organist van de Wijnstraatkerk gevierd, waaraan de lokale kranten veel aandacht hadden besteed. Moeder Roest moest haar gezin alleen door de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog loodsen.

Na de rooms-katholieke mulo aan de Singel bezocht Corry vanaf september 1939 de rooms-katholieke huishoudschool op de Voorstraat. Voor die laatste opleiding was Corry niet zo geschikt, vond ze zelf. Huishoudelijke taken interesseerden haar niet en de oorlogsomstandigheden maakten het niet altijd makkelijk de lessen te volgen. In een van haar verhalen vertelt zij hoe ze tijdens de naailessen keer op keer de schaarse lapjes stof verknipte. Ze maakte de opleiding niet af.

Vanaf 1 juni 1944 ging Corry aan het werk bij het bonnendistributiekantoor in de Wijnstraat. Haar kleine inkomen was een dankbare aanvulling op de karige weduwenuitkering waarvan haar moeder moest rondkomen. Toen haar moeder in september 1945 aan de gevolgen van kanker overleed, woonde Corry nog met vier broers in het ouderlijk huis in de Wijnstraat. Haar jongste broer Gerard (later ging hij zich Bob noemen) was toen nog maar 15 jaar oud. Toen Gerard 21 was, verkochten de kinderen het huis en ging ieder zijn eigen weg.

Voor Corry begon nu een zwerftocht langs vele hospita’s. Vanwege de naoorlogse woningnood kregen alleenstaande vrouwen geen eigen woning toegewezen. Corry was genoodzaakt op kamers te wonen. Over haar ervaringen als kamerbewoner heeft ze diverse verhalen geschreven, onder meer over de tijd dat ze in de Heysterbachstraat in het Land van Valk woonde. Later woonde ze ook in de Cornelis de Wittstraat en de Van Baerlestraat. De kamers waren over het algemeen klein en gaven weinig privacy. Sommige hospita’s eisten dat Corry hen gezelschap hield, lazen haar post of gebruikten ongevraagd haar spullen.

Toen rond 1949 de bonnendistributie afliep, moest Corry op zoek naar ander werk. Ze hoopte een baan met kost en inwoning te vinden, maar ging uiteindelijk aan de slag bij het Gemeentelijk Energiebedrijf, waar ze tot haar pensioen zou blijven werken. Aan deze baan waren uiteraard geen kost en inwoning verbonden en dus bleef het inwonen bij hospita’s nog lange tijd de enige oplossing.

Corry was een van de eerste vrouwelijke werknemers die het energiebedrijf in dienst nam. Haar salaris bleef jarenlang laag: ‘Mijn chef vond dat ik als alleenstaande genoeg verdiende.’ Om haar huisvesting te verbeteren, schreef Corry uiteindelijk een wanhopige brief aan burgemeester Van Zuuren. Dat hielp: op 5 december 1968 kreeg ze, op dat moment 45 jaar oud, haar eerste eigen woning toegewezen. Het was een tweekamerflat aan de Thorbeckeweg, vier hoog zonder lift. In 1976 verhuisde ze naar een huis met een tuin in de pas gebouwde wijk Sterrenburg III. De laatste jaren van haar leven woonde Corry in een ouderenflat op de Staart, in de buurt van het rooms-katholieke verzorgingscentrum ‘De Merwelanden’.

Corry heeft over uiteenlopende onderwerpen geschreven, maar Dordrecht en haar jeugd, met name het dagelijks leven uit haar jeugd, zijn de thema’s die het meest terugkomen. Soms koppelde ze deze herinneringen aan actuele gebeurtenissen en kwam zo tot een vergelijking tussen vroeger en nu. Haar verhalen geven dan ook een tijdsbeeld van een groot deel van de twintigste eeuw in Dordrecht.

Op lichte en mild-humoristische toon beschrijft Corry bijvoorbeeld haar jeugd in de Wijnstraat, het dagelijks leven tijdens de Tweede Wereldoorlog, het bonnendistributiekantoor in de jaren 40 en de gang van zaken bij het energiebedrijf in de jaren 50 en 60. Maar ook onderwerpen als de naoorlogse woningnood en de positie van vrouwelijke medewerkers passeren de revue.

Lichte weemoed klinkt door in haar herinneringen aan de tijd vóór de Tweede Wereldoorlog: gedetailleerd beschrijft ze de stoomtrein waarmee ze naar familie reisde, of de allereerste elektrische trein die de stad binnenreed. Ook het eerste stoplicht in Dordrecht, de kerst- en sinterklaasvieringen met haar familie, de houten vuilnisbakken en de koude winterochtenden waarop ze naar de Wijnstraatkerk liep, komen aan bod. Veel verhalen gaan over het kleurrijke straatleven uit haar jeugd. ‘De straat is dood’ constateert ze niet zonder teleurstelling, ergens in de jaren 90, nadat ze heeft geobserveerd hoe een buurman in zijn auto stapte en de stille nieuwbouwwijk uitreed. En dan beschrijft ze hoe dat er vroeger aan toe ging, bijvoorbeeld in de Wijnstraat: de bakker en de melkboer gingen met paard en wagen langs de deuren, varkens werden in de richting van het abattoir gejaagd, dienstmeiden schrobden de stoep, kinderen speelden midden op straat.

Corry schreef veel verhalen voor het personeelsblad van het Gemeentelijk Energiebedrijf en las haar teksten vanaf 1991 ook voor bij de Dordtse radiozender TROM. Bij deze zender werkte ze mee aan het programma ‘Oud en wijs genoeg’ en later las ze er ook Dordtse gedichten uit de jaren 30 voor. Vanaf 1995 presenteerde ze het programma ‘Allerhande’, waarvoor ze Dordts nieuws uit de kranten van 25 jaar eerder in het Gemeentearchief had opgezocht. Vanaf 1999 ging de TROM over in radio Exxact FM 96.3. Vanaf toen heette haar programma ‘Het zilveren uur’.

Rond 2002 stopte Corry met haar radio-columns en ging ze de verhalen en teksten die ze in de loop der jaren had geschreven bundelen en in eigen beheer uitgeven. Tot december 2003 kwamen er zes delen van de boekenserie Dordtse verhalen uit, in een oplage van ongeveer 1.000 exemplaren. Kort daarvoor had Corry ook haar boek Herinneringen aan de Wijnstraat uitgebracht in een oplage van ongeveer 300 exemplaren.  Daarvan waren in september 2003 de eerste twee drukken al uitverkocht en liet Corry een derde druk uitbrengen.

Bronnen
Regionaal Archief Dordrecht, toegang 489 (bibliotheek).
Interviews met Corry Roest in 2012 en 2014.

Publicaties (in eigen beheer uitgegeven)
Dordtse Verhalen 1994 – 1995.
Dordtse Verhalen (2) 1996 – 1997.
Dordtse Verhalen (3) 1998-1999.
Dordtse Verhalen (4), 1999-2000.
Dordtse Verhalen (5), 2000-2001.
Herinneringen aan de Wijnstraat (2002).

In het Regionaal Archief Dordrecht bevinden zich tevens de volgende teksten/bundels van Corry Roest:
Louis Davids, Adriaan Roest en het Eerste Nederlandsche Mobilisatie Cabaret (ringband).
Diverse bundels van uitgeschreven columns die Corry Roest voor Trom Radio en Radio Exxact FM heeft voorgelezen (ringbanden).
Eeuwfeest Wijnstraat 111, augustus 1903-augustus 2003, 2004 (ringband).
Correspondentie en ingezonden artikelen over Dordtse historische onderwerpen alsmede reacties op door haar geschreven verhalen.
Herinneringen aan de Wijnstraat; foto’s, knipsels, fotokopieën, correspondentie met en conceptartikelen van bewoners 2001 – 2004.
Bundeling van de CuRsiefjes, verschenen in Tussen Kop en Staart, het personeelsblad van het GEB/RED, in de periode 1973-1991.
Korte verhalen geschreven voor de Unie van Vrijwilligers (UVV).

Saskia Lensink (augustus 2016)

 

Sluit het Verborgen Museum