Bouke Johan Ylstra

13-03-1933 (Den Haag)  -  17-08-2009 (Dordrecht)

Portretfoto van Bouke Ylstra, gemaakt door fotograaf Vincent Mentzel.

Geboren te Den Haag op 13 maart 1933, overleden te Dordrecht op 17 augustus 2009. Begraven op Algemene begraafplaats de Essenhof te Dordrecht. Oudste zoon van Frederik Ylstra (1906-1956), directeur Vervoer bij de gemeente Rotterdam en Hendrika Hermina Sloet (1910-2002). Huwelijk te Dordrecht op 29 maart 1956 met Marie José Nicolai geboren op 4 augustus 1934 in Siantar op Sumatra, toenmalig Nederlands-Indië. Uit dit huwelijk drie kinderen: Jessica (1956), Gamilla (1958) en Mattias (1959).

Bouke Ylstra was een veelzijdig en volgens critici beeldbepalend Nederlands beeldend kunstenaar. Hij was schilder, tekenaar, graficus en illustrator. Ook ontwierp hij monumentaal en sculpturaal werk zowel in de gebouwde omgeving als voor interieurs. Hij hield zich eveneens bezig met grafisch ontwerpen. Zo ontwierp hij boekomslagen voor John Updike (1932-2009), Philip Roth (1933), Midas Dekkers (1946) en C. Buddingh’ (1918-1985) en tijdschriftcovers zoals voor literatuurtijdschrift Podium en voor Wonen-TA/BK, tijdschrift voor huisvesting en omgeving. Zijn werk is te vinden in de permanente collecties van onder andere het Gemeentemuseum Den Haag, het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boymans-van Beuningen, het Frans Halsmuseum, het Stedelijk Museum Schiedam, het Scheepvaartmuseum Rotterdam, Museum Bommel van Dam in Venlo en het Dordrechts Museum. Daarnaast is zijn werk opgenomen in binnen- en buitenlandse particuliere kunstcollecties.

Geboren te Den Haag, groeide Ylstra op in Rotterdam aan de Zaagmolenkade en de Brielselaan. Na de lagere school bezocht hij de Van Oldenbarnevelt HBS in Rotterdam waar hij zijn belangstelling en talent voor tekenen en schilderen ontdekte. Voor zijn artistieke ambities had zijn vader weinig begrip; zijn moeder was positiever, maar zijn tekenleraar was de enige die hem stimuleerde. Na de middelbare school volgde hij de opleiding Tekenen en schilderen aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam (1950-1954), thans de Willem de Kooning Academie. Hier behaalde hij op aandringen van zijn vader ook zijn onderwijsbevoegdheid.

Gedurende zijn militaire diensttijd was hij gelegerd in de Benthienkazerne aan de Buiten Walevest in Dordrecht. Hij volgde een opleiding tot scherpschutter maar hield zich voornamelijk bezig met het maken van wandschilderingen in de kantines. Het leger boezemde hem afkeer in.

Bij het Dordtse kunstenaarsechtpaar Antoon Winkel (1923-1989) en Maria Hendriks (1923-2013) ontmoette hij in 1955 Marie José Nicolai met wie hij trouwde. Het echtpaar vestigde zich aan de Dordtse Voorstraat 330, waar hun eerste twee kinderen werden geboren. Vanaf april 1955 werkte hij in het in Dordrecht zo genoemde ‘brugwachtershuisje’ (feitelijk een elektriciteitshuisje) op de Leuvebrug in Dordrecht, later ook in andere ateliers zoals in Pictura, waar hij de etspers van het genootschap intensief gebruikte. Hun derde kind werd geboren toen ze in 1959 naar de De Rijpstraat in de Dordtse wijk Wielwijk waren verhuisd. Ylstra betrok een atelier aan de Rotterdamse Oranjeboomstraat omdat hij het liefst in Rotterdam werkte en wilde wonen. Dat laatste werd niet gerealiseerd. Het gezin verhuisde in 1967 naar Kromhout 104 in Dordrecht waar een atelier aan huis kon worden ingericht. In 1971 kocht hij een huis met atelier in het gehucht Salée bij Valence in Zuid-Frankrijk. Hij woonde en werkte daar steeds de helft van het jaar.

In Dordrecht ontmoette hij vooraanstaande kunstenaars waarmee vriendschappen ontstonden. Onder hen bevonden zich onder anderen tekenaar Otto Dicke (1918-1984), dichter, schrijver en vertaler C. Buddingh’, schilder Antoon (Toon) Winkel, tekenaar Philip Kouwen (1922-2002), schilder en mime- en poppenspeler Lou Ten Bosch (1923) en beeldhouwer Hans Petri (1919-1996). Ylstra bewonderde kunstenaars als Pablo Picasso (1881-1973), Henri Matisse (1896-1954) en graficus Saul Steinberg (1914-1999). Via Kees Buddingh’ kwam hij in contact met de literaire wereld van de experimentelen (de Vijftigers), onder wie de dichters Jan G.Elburg (1919-1992), Remco Campert (1929) en dichter-schilder Lucebert (1924-1994).

Het was voor hem moeilijk van zijn vrije werk te leven. Desondanks heeft Ylstra nooit gebruik gemaakt van de Contraprestatie of de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). Tussen 1956 en 2009 ontving hij meer dan vijftig opdrachten voor mozaïeken, glaskunst, muurschilderingen, grafische- en keramische wanden, betonreliëfs, sculpturen enz., meestal architectuurgebonden kunstwerken. Zijn eerste opdracht was een scherftegelmozaïek van zeventig meter voor de Fricofabriek in Leeuwarden (1956). Zijn laatste voltooide hij in 2009: een groot glasraam aan het Achterom in het centrum van Dordrecht. Ylstra werd gevraagd voor meerdere adviesraden en hij was o.a. voorzitter van de sectie beeldende kunst van de Culturele Raad Zuid-Holland. Eervol was zijn adviseurschap (1979-1981) bij de Rijksbouwmeesters Wim Quist (1930) en diens opvolger Tjeerd Dijkstra (1931).Ook adviseerde hij samen met de directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven en hoogleraar kunstgeschiedenis Jean Leering (1934-2005) de Hogeschool Eindhoven bij het samenstellen van de grafiekcollectie.

Ruim twintig jaar heeft Ylstra les gegeven aan diverse kunstopleidingen. Ook uit zijn leeropdrachten bleek zijn veelzijdigheid. Van 1960 tot 1964 doceerde hij Vrij schilderen aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven. In 1964 keerde hij op uitnodiging van directeur Pierre Janssen terug naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam als docent Grafische technieken. Daarna werd hij aan dezelfde academie benoemd tot afdelingsdocent Gebonden kunsten, een leeropdracht die in lijn was met de vele opdrachten die hij uitvoerde in de gebouwde omgeving. Van 1983 tot 1990 was hij opnieuw docent Vrij schilderen maar nu aan de Amsterdamse Rietveldacademie. Ylstra exposeerde talloze malen in binnen- en buitenland. In Nederland was hij vaste exposant van onder meer de galeries Clement in Amsterdam, Duo-Duo in Rotterdam en De Compagnie en Witt in Dordrecht.

Juist Ylstra’s veelzijdigheid maakt het lastig een algemene karakteristiek van zijn werk te geven. Het afbeelden van een opgewekte mens die zich staande weet te houden in een geometrische wereld vol magie en humor is zeker een aspect. Kees Buddingh’ zag in zijn werk een ‘magische synthese van zeer uiteenlopende gevoelswerelden’. Kunsthistoricus en museumdirecteur Pierre Janssen typeerde het werk van Ylstra als dat van een verhalenverteller: ‘zijn werk is sterk anekdotisch’. Stan van Houcke bespeurde er een zeker mededogen in met een wereld die maar niet wilde deugen. Beweging was volgens de kunstenaar zelf een zeer belangrijk element in zijn werk. ‘Ik ben altijd in beweging’.

Prijzen
Talensprijs van de Koninklijke Fabrieken Talens en Zoon (1962).
1e prijs van de salon van de Maassteden voor grafiek (1963).
Gedeelde 1e prijs van de salon van de Maassteden voor schilderkunst (1965).
Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Kunst, uitgereikt door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (1965).
James Bondprijs van uitgeverij Bruna (1966).

Publicaties
Dagboeknotities (Rotterdam 1987).
Etsen 1953-1993, inleiding Pierre Janssen (Eindhoven 1993).
Dagboeknotities 2001-2007 (Rotterdam 2007).
Dagboeknotities 2007-2009 (Rotterdam 2009).
Fetze Pijlman en Bouke Ylstra, Mijn pen krast al even dwaas (Amsterdam 1996).

Bronnen en literatuur
http://www.boukeylstra.nl/.
Gijs van Barneveld, Inspiratie? Dat is zo’n raar woord, in: Rotterdamsch Nieuwsblad, 11 mei 1985.
Ineke Voorsteegh en Bouke Ylstra, Bouke Ylstra (Dordrechts Museum/Galerie Margreet Huisman Dordrecht 1985).
G.F. Mehrtens, Bouw & Kunst. Een visie van 20 beeldende kunstenaars op het thema Bouwen (Pulchri-Studio Den Haag 1994).
Richard Ouwerkerk, Inleiding bij opening van de overzichtsexpositie op 25 september 2009 in Galerie De Compagnie Dordrecht.

Met dank aan mevrouw José Ylstra-Nicolai voor haar hulp en informatie.

Roel Leentvaar (april 2013)

Sluit het Verborgen Museum