Aart Hendrik Alblas

20-09-1918 (Middelharnis)  -  07-09-1944 (Mauthausen)

Portret van Aart Hendrik Alblas

Aart Hendrik Alblas werd in Middelharnis op 20 september 1918 geboren en werd gefusilleerd op 7 september 1944 in Concentratiekamp Mauthausen. Hij was de zoon van Cornelis Alblas, graanhandelaar (Ridderkerk 28 april 1883-Dordrecht 14 januari 1961) en Maria Adriana van der Pas (Barendrecht 20 november 1881-Dordrecht 29 januari 1961). Aart kwam uit een groot gezin met elf kinderen, waarvan hij het zevende was. Het gezin woonde in de Prinsenstraat 23 rood, een bovenwoning, (nieuw 25). Hij was ongehuwd.

Aart Alblas, schuilnaam Klaas de Waard, was een Dordtse verzetsheld. Alblas is de meest gedecoreerde Dordtse verzetsman en één van de Nederlandse oorlogshelden met vele onderscheidingen. Aart had zijn morele kompas verworven in het christelijk onderwijs en in de Gereformeerde Wilhelminakerk in Dordrecht. Hij heeft op jonge leeftijd uiterst gevaarlijk werk gedaan in het verzet als marconist van MI6, de Engelse geheime dienst. Hij werd opgepakt door de Gestapo en Abwehr en uiteindelijk in Mauthausen door de Nazi’s vermoord. Postuum kreeg hij onder meer de Militaire Willemsorde In de succesvolle musical “Soldaat van Oranje” wordt zijn rol in het verzet herdacht als de marconist van de Erik Hazelhoff-Roelfzema.

Aart was leerling van de Gereformeerde Dr. H. Bavinckschool voor lager onderwijs aan de Ferdinand Bolsingel, daarna van de Mulo Vrieseweg. Het Mulo-diploma gaf hem toegang tot de Christelijke HBS aan de Wijnstraat. Hij slaagde in 1936 voor het diploma HBS-B. In hetzelfde jaar, op 4 september, werd hij adelborst bij de Marine in Den Helder. Hij maakte de opleiding niet af en ging een jaar later naar de Zeevaartschool in Rotterdam. Als leerling-stuurman maakte hij enkele reizen naar China en Japan in dienst van de V.N.S., Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij. Op 23 april 1940 werd hij gediplomeerd derde stuurman.

De overval op Nederland door de Duitsers raakte hem dusdanig, dat hij vanaf de meidagen van 1940 begon met verzet tegen de Duitsers: het verzamelen van militaire gegevens over de bezetter. Dat deed hij samen met een vriend uit de HBS-tijd, Jan A. Idema, kandidaat-notaris te Dordrecht (1908-?). Andere vrienden uit zijn schooltijd op de HBS waren Jacques Batenburg, (1918-2010), accountant, Nico Rijsdijk en Kees van Dijk, die ook voor het verzet kozen. Nico Rijsdijk kwam uit Zwijndrecht (1919–1942), eerste machinist en is op 31 juli 1942 gefusilleerd in Amsterdam wegens verzetsdaden, Kees van Dijk was lid van verzetsgroep Het Parool. Hij werd gearresteerd en heeft in verschillende concentratiekampen gezeten. Daardoor bezweek hij vlak na de oorlog aan een ondermijnde gezondheid. Jacques Batenburg heeft de oorlog overleefd. Deze groep wilde Engelse soldaten die niet via Duinkerken hadden kunnen ontsnappen in 1940, helpen om via Nederland Engeland te bereiken of op een andere manier aan Duitse krijgsgevangenschap te ontkomen.

Aart wilde zijn verzamelde gegevens naar Engeland brengen. Met een vriend van Idema, ir. A.M. Westerhout deden ze zich in gestolen Duitse uniformen voor als Duitsers die in Hellevoetsluis een vaartochtje gingen maken in een raceboot. Zo konden zij in de nacht van 18 op 19 maart 1941 ontsnappen naar Engeland. Na een gesprek in Londen met Koningin Wilhelmina besloot hij geheim agent te worden, hoewel zijn eigen voorkeur was om bij de Marine in dienst te treden. Aart kreeg een opleiding van vier maanden bij de Engelse inlichtingendienst in onder andere coderen, het leren van morsetekens en het omgaan met zendapparatuur en parachutespringen. De spionagedienst MI-6/CID dropte hem op 5 juli 1941 bij Nieuwe Schans in Groningen. Aart begroef zijn meegebrachte zender. Hij belde naar Jacques Batenburg in Dordrecht, die direct met zijn vriendin Gré Hoogervorst de trein nam. Aart groef de zware zenderkoffer weer op en Gré nam hem mee in de trein. Daar werd zij geholpen door een Duitse officier, die in een Wehrmachtcoupé waakte over de zender tot in het eindstation Den Haag.

Aart kon overnachten bij Jan Idema, die woonde op het Vrieseplein in Dordrecht boven de fotowinkel van Beerman. Aart begon te zenden vanuit het huis van Hoogervorst, de schoonouders van Jacques Batenburg in de Paulinastraat nr. 8 in Den Haag. De lange antenne was bevestigd aan de Katholieke kerk in de buurt. De meeste tijd ging zitten in het coderen en decoderen van de berichten. Hij stuurde gegevens over troepenverplaatsingen, inlichtingen van de ministeries en eigen waarnemingen. Deze gegevens verkreeg hij via de contacten van Idema. Na twee maanden werd zijn zender uitgepeild door de Duitse Funkbeobachtungsstelle. Net op tijd konden Jacques Batenburg en Gré Hoogervorst hem waarschuwen. De zender werd ook gered. Jacques en Gré werden gearresteerd en later vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Ze zijn door de Paroolgroep naar Zwitserland gebracht, nadat ze eerst waren ondergedoken.

Aart was nu zijn vaste adres kwijt. Idema overtuigde hem ervan contact op te nemen met Siegfried Vaz Dias, lid van de Paroolgroep. Vaz Dias bracht hem naar een nieuw adres: Laan van Poot 214 in Den Haag. Daar woonde de familie Hueting. Rudolf Abraham Hueting was reservekapitein voor speciale diensten in de Militaire Inlichtingen Dienst. Hij was wegens spionage gearresteerd op 16 augustus 1941 en gevangengezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Hij is gefusilleerd op 25 september 1942 en werd na de bevrijding herbegraven op de erebegraafplaats Overveen. Zijn vrouw, Janna van der Elst, en zoon Gerard (1924-2017), elektricien woonden op dat adres en zo nu en dan kwam dochter Pum Hueting (1919-2009), verpleegster, later gehuwd met Pieter Keg naar huis uit haar werk in het ziekenhuis Bronovo. Het huis diende als ontmoetingsplaats van verzetslieden. Gerard noemde in een later interview de namen van: Gerrit Jan van Heuven Goedhart, Frans Goedhart, Peter Tazelaar, Erik Hazelhoff Roelfzema, Jan Idema en Chris Krediet uit Wassenaar. Pum zorgde ervoor dat via een clandestiene operatie in het Bronovo-ziekenhuis met medewerking van een chirurg en zijzelf als verpleegster een geboorteafwijking bij Aart volledig werd hersteld. Zijn linkeroor was dubbelgevouwen en enigszins misvormd. Dat was een gevaarlijk kenmerk waaraan hij makkelijk te herkennen was. Dit wist de SD. Tussen Aart en Pum ontstond een liefdesrelatie.

Via Vaz Dias kwam Aart dan ook in contact met Frans Goedhart, redacteur van Het Parool. Goedhart wilde van de zender gebruik maken om meer inlichtingen over de politieke situatie in bezet gebied naar Londen te sturen. Het verzet in Nederland vond dat Londen niet goed op de hoogte was met wat er in Nederland gebeurde, zoals bleek uit de toespraken via Radio Oranje. Het idee ontstond om een verbinding op te zetten vanuit Londen naar Nederland en vice versa, die zou verlopen via de Noordzee en het strand bij Scheveningen. De koningin en minister-president Gerbrandy wilden enige belangrijke Nederlanders uit bezet gebied over laten komen naar Londen. Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje, en Peter Tazelaar waren afgezet op het strand en zij legden verdere contacten. Alblas werd hierbij betrokken met zijn zender. Ze organiseerden in januari 1941 de overtocht van Wiardi Beckmann, Frans Goedhart en nog twee anderen. Door verraad waren de Duitsers op de hoogte, zodat het plan mislukte.

Intussen was Gerard Hueting Aart gaan helpen bij het verzamelen van inlichtingen en het coderen en decoderen van berichten. Ze trokken het hele land door, soms per fiets, soms per trein om op verschillende plekken te gaan zenden. Aart werd uiteindelijk ook één van de vele slachtoffers van het ‘Englandspiel’. Het was de strijd tussen de Engelse geheime dienst en de Duitse Abwehr, waardoor vele gedropte spionnen met hun zenders in handen kwamen van de Duitsers. Het leek alsof de Engelsen niet in de gaten hadden dat hun spionnen niet meer te vertrouwen waren, want ze bleven antwoorden op de berichten. Na verhoor van zo’n gepakte geheimagent werd het de Duitsers duidelijk via de code die ze van de gevangen agent los kregen wat de rol was van Klaas de Waard, een schuilnaam voor Aart. Op 15 juli 1942 werden zijn verloofde Pum, haar moeder en broer op het adres in de Laan van Poot door de Duitsers gearresteerd. Het hoofd van de Abwehr, Joseph Scheieder, had een val opgezet om Aart gevangen te nemen. Hij liet weten dat Pum, na haar arrestatie zwaar ziek was geworden en thuis werd verpleegd met een als verpleegster vermomde agente. Ondanks waarschuwingen was Aart zo ongerust dat hij zelf ging kijken. Hij werd op 16 juli 1942 gevangengenomen. Hij werd langdurig verhoord door Schreieder zelf. Hij liet niets los en wilde niet meewerken aan het Englandspiel´. Hij werd ondergebracht in de gevangenis in Scheveningen: het Oranjehotel. Later werd Aart op transport gesteld naar Haaren. In april 1944 werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk en daar op 6 september 1944 gefusilleerd. Pum en Gerard hebben hem in Haaren nog kunnen bezoeken.

Onderscheidingen (alle postuum)
Militaire Willemsorde.
Bronzen Leeuw.
Bronzen Kruis.
Verzetsherinneringskruis.
Oorlogsherinneringskruis.

 Vernoeming
Aart Alblas-brug.
Mijnenveger Aart Alblas.
Tentoonstelling ‘De marconist van de Soldaat van Oranje’ in Museum 40-45 te Dordrecht (2010).

Literatuur
L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 5 tweede helft (Den Haag 1974), p. 888-941.
J. Rep, Englandspiel. Spionagetragedie in bezet Nederland 1942-1944. (Bussum 1977).
S. van der Zee, Harer Majesteits loyaalste onderdaan. Francois van ’t Sant. 1883-1966 (Den Haag 2015).
Interview Gerard Hueting: http://www.go2war2.nl/artikel/2236/Gerard-Hueting-wat-deed-je-in-de-oorlog.htm

Kees Weltevrede (november 2018)

 

Sluit het Verborgen Museum