Zoeken

Uw zoekacties: Gezinskaarten
x101 Bank van Lening, alsmede het Oude Mannen- en Vrouwenhuis
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

101 Bank van Lening, alsmede het Oude Mannen- en Vrouwenhuis
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Aanwijzigingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Beperkingen aan het gebruik
Andere toegangen
Aanvraaginstructie
Citeerinstructie
Inleiding
1. Geschiedenis en organisatie
2. Het archief en de inventarisatie
101 Bank van Lening, alsmede het Oude Mannen- en Vrouwenhuis
Inleiding
2.
Het archief en de inventarisatie
De notulen vangen aan in 1754 en aanvankelijk stonden bij de notulen ook de resoluties, ordonnanties en reglementen. Van de periode tussen 1795 - 1829 zijn de notulen verloren gegaan behoudens enkele kladnotulen van twee vergaderingen in 1802. De bijlagen bij de notulen werden van 1829 - 1851 doorlopend genummerd en sedert 1851 weer opnieuw genummerd en dan weer van 1870 - 1878 opnieuw. Deze nummers corresponderen met de nummers uit de notulen, althans tot 1868. Na dit jaar kloppen de nummers namelijk niet meer en na 1870 zijn de notulen niet genummerd. Iedere maand moest de opperkassier balans opmaken van zijn kas met alle inkomsten en uitgaven en dit opschrijven in een apart register, het register van maandstaten. Kopieën van deze maandstaten werden ter goedkeuring voorgelegd aan het stadsbestuur. De boekhouder en pachter van de Slagroede, de vendumeester, moesten de verkochte panden boeken in het venduboek met vermelding van het verkoopbedrag en de naam van de koper. Tevens stelden zij de verkoopstaten en de statistieken samen.
Ieder jaar moest er van de leenbank een rekening worden overgelegd aan de burgemeesters met verantwoording van alle inkomsten en uitgaven, waarvoor kopieën werden gemaakt. Ook waren zij verplicht pandenstaten en staten van effecten en obligaties aan te leggen, alsmede de jaarlijkse rekeningen van de Slagroede. Onder de administratie van de leenbank valt na 18 februari 1811 ook het beheer over een deel van het legaat van J.A. Braets, het zogenaamde Fonds 'Braets' [archiefnummer 20, inventarisnummer 1066, folio 26]. In het testament van J.A. Braets van 21 februari 1778 vinden we ten tweden een hondert en vijftig duizend guldens om door executeurs in der tijt, met mede overleg ende goetvinden van heren burgemeesteren deser stat, in der tijt gebruikt te werden, so als bij deselve een hondert en vijftig duizend guldens, verklaarde te stellen, schikken en maken tot het stigten van een nieuw vrijwillig werkhuis binnen dese stat en het aanleggen van een fonts en het beramen en daarstellen van de nodige ordres te dien einden. De commissarissen kregen nu de opdracht bovengenoemd fonds voor het stichten van een werkhuis te beheren. Sinds 1811 werd er ieder jaar een rekening van dit fonds uitgebracht. Uiteindelijk is de instandhouding van dit werkhuis mislukt, waarna in 1860 2/5 deel van het legaat naar de rechthebbende erfgenamen terugging en het overige aan de stad kwam. De stukken van dit fonds zij dus in het archief aanwezig.
Bij het archief van de leenbank bevindt zich ook het archief van het Oude mannenhuis aan de Vriesestraat en het Oude vrouwenhuis aan het Bagijnhof. De leenbank heeft na de opheffing van deze beide instellingen in 1799 de administratie van de fondsen hiervan en daarmede het gehele archief op 18 december 1809 onder zijn beheer gekregen. De rekeningen van deze fondsen zijn tot 1827, tot de opheffing, ieder jaar opgemaakt door de secretaris van de leenbank. Het Bagijnhof bestond reeds in 1284, want in de stadsrekeningen van dat jaar werd het reeds genoemd. Het was omringd door grachten en er was een kerkje bij. In het Groothuis was het eigenlijke verblijf van de Bagijnen. De tuinen hierachter werden later aan particulieren verpacht. In 1326 was het geleidelijk aan tot een klooster geworden, totdat het in 1628 na jaren van verval geheel was verdwenen.
In de 16e eeuw waren er in Dordrecht twee oude mannenhuizen, het ene in de Manhuisstraat dat in 1621 reeds ontruimd en verkocht werd, het andere in de Vriesestraat in het voormalige Minderbroedersklooster. Van dit mannenhuis is de poort nog daar ter plaatse aanwezig. Deze laatste instelling werd bestuurd door de manhuismeesters, die ook het Oude vrouwenhuis onder hun leiding hadden. Dit Oude vrouwenhuis werd opgericht uit een legaat van Elisabeth Ariensdr. (1593) ten bedrage van 2000 Carolusgulden (inventarisnummer 448). Eerst in 1623 kwam het Oude vrouwenhuis tot stand, gedeeltelijk op de plaats van het oude Bagijnhof, waarvan alleen het Groothuis en het kerkje bleven staan. Het werd aan de straatzijde versierd met een poort van Bentheimersteen die tot aan het begin van deze eeuw daar is blijven staan, maar toen is overgebracht naar het Hof.
Er staat een voorstelling op van een oude vrouw en de volgende spreuk van Jacob Cats is er op te lezen: Siet, hier werden onderhouwen, Oude, koude, swacke vrouwen, Trotse vrijsters, fiere jeugd, Siet, hoe dat je werden meugt. De inkomsten van het pas opgerichte Oude vrouwenhuis werden verkregen uit de tuinen van het voormalige Bagijnhof; de penningen van het in 1621 verkochte Oude mannenhuis en de goederen van het voormalige Bagijnhof. Daarom zijn van deze drie instellingen de stukken in het archief van het Oude mannen- en vrouwenhuis aanwezig. In 1799 nam de municipaliteit het besluit het huis per 1 november van dat jaar op te heffen vanwege de slechte financiële toestand en het dure levensonderhoud. Op 27 februari 1800 werd het gebouw aan de stad verkocht. Ook het Oude mannenhuis werd in datzelfde jaar opgeheven. Er werd een fonds gevormd uit het geld en de goederen van deze instellingen, beheerd door een rentmeester. In 1809 werd alles overgedragen aan de stadsthesaurier die het liet overbrengen naar de leenbank opdat deze het fonds zou behoren. Alle stukken hiervan en ook de oude transportakten en rentebrieven van bovengenoemde instellingen belandden zo bij de leenbank, die tot 1827 dit fonds heeft beheerd.
Omtrent de ordening van het archief geven de oude stukken weinig licht. Wel geven sommige enige opgave van aanwezige rentebrieven of obligaties, maar zij zeggen niets betreffende de ordening van het archief. In de notulen van 21 augustus 1773 spreekt men over een geschreven boek in folio met de notulen, liggende daarin 't register met losse papieren en over een portefeuille met papieren concerneerende de Bank van leeninge tot Dordrecht (inventarisnummer 1 en 11), alsmede over een kast voor het opbergen van boeken en papieren. In de loop der tijd zijn verscheidene stukken verloren gegaan, getuige het feit dat er ook sprake was van een boek der Slagroede dat niet meer aanwezig is maar wel genoemd wordt in een oude inventaris van 1878, opgemaakt door de secretaris van de leenbank. Nog meer bestanddelen die hierin vermeld zijn, zijn thans verloren. Van de administratie van de bank uit de tijd dat deze nog niet door de stad werd geëxploiteerd, is ook weinig of niets bewaard gebleven. Alleen inventarisnummer 249-250 en 262- 271 zijn van voor 1754, afgezien dan van de reeds eerder genoemde eigendomsbewijzen van huizen.
De inventaris van 1878 heeft echter geen enkele logische volgorde. Men spreekt er van oude papieren gevonden in een kist met een opsomming van wat deze papieren waren zonder enige systematische indeling. Ook is deze inventaris verre van volledig. Zodoende was het nodig het archief op geheel nieuwe manier te ordenen. Hierbij is het herkomstbeginsel toegepast, omdat het archief voorheen over drie archieven van de gemeente was verspreid, te weten de stadsarchieven 1572 - 1795, 1795 - 1813 en 1813 - 1851. Het archief van de leenbank is dus uit drie archieven gehaald en vervolgens op logische wijze samengevoegd. De enige mededeling in de inventaris van 1878 over het Oude mannen- en vrouwenhuis was een mand met oude papieren, rakende het Oude mannen- en vrouwenhuis. Na 1878 zijn de stukken van de leenbank en van bovengenoemde instellingen dus opgenomen in de archieven van de gemeente zonder enige logische volgorde. De stukken werden na de opheffing van de bank eerst naar het stadhuis gebracht en later naar het Gemeentearchief.
Bij de ordening zijn de verschillende instellingen gescheiden gehouden en verdeeld in leenbank, Slagroede, Fonds 'Braets' en Oude mannen- en vrouwenhuis. De leenbank en Slagroede hebben afzonderlijk gefunctioneerd en de Slagroede was alleen verbonden aan de leenbank, doordat de commissarissen ook over de Slagroede de leiding hadden. Het was een aparte instelling die ouder was dan de stadsleenbank. Het Fonds 'Braets' heeft alleen met de leenbank te maken, omdat deze laatste het fonds onder zijn beheer kreeg ter oprichting van het werkhuis. Het Oude mannen- en vrouwenhuis heeft een eigen archief met notulen en rekeningen. Pas na 1809 kreeg de leenbank ermee te maken, doordat deze ook het uit de bezittingen gevormde fonds van die instelling onder zijn beheer kreeg. Het archief hiervan staat dus binnen deze inventaris geheel op zichzelf. Aan het einde van de inventaris is een regestenlijst opgenomen. Deze regesten lopen van 1410 - 1572.
Kenmerken
Datering:
1410 - 1879
Auteur:
B.A. Roos (1965)
Omvang:
5,5 meter
Titel inventaris:
Bank van Lening, alsmede het Oude Mannen- en Vrouwenhuis
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS
Sluit het Verborgen Museum