Een eeuw archief

Regionaal Archief Dordrecht neemt afscheid van het Stek
Geschatte leestijd: 10 minuten

Bijna honderd jaar lang is de papieren geschiedenis van Dordrecht op het Stek te vinden geweest. Nu is het archiefgebouw zelf geschiedenis geworden: het Regionaal Archief Dordrecht is in november 2014 vertrokken naar andere onderkomens. De geschiedenis van het gebouw weerspiegelt niet alleen de veranderingen in het archiefvak, maar ook de maatschappelijke ontwikkelingen. Een terugblik.

Vanouds is het gemeentehuis de bewaarplaats voor stedelijke archieven. Het voordeel daarvan is dat ambtenaren de stukken bij de hand hebben. Nadeel is dat er van goede bewaaromstandigheden meestal geen sprake is. In Dordrecht is dat aan het eind van de 19de eeuw niet anders: waardevolle documenten zijn overal verspreid, brandgevaar ligt voortdurend op de loer en doordat toezicht ontbreekt, worden er nogal eens documenten van belastende aard verdonkeremaand.

PROFESSIONALISERING

Dordrecht stelt in 1885 voor het eerst een archivaris aan. Zijn opvolger, J.C. Overvoorde, geeft in de jaren 1890 plaatselijk uitvoering aan een landelijke professionaliseringsslag. Op zijn initiatief wordt het archief ondergebracht in een apart gebouw, het hoekpand Grotekerksbuurt-Grotekerksplein. Omdat Overvoordes opvolger, J.L. van Dalen, in verzamelwoede niet voor hem onderdoet, groeit het archief daar al snel uit zijn jasje.
Het stadsbestuur beseft dat de status van oudste stad van Holland verplichtingen schept. Daarom krijgt de dienst Gemeentewerken opdracht aan het Stek een nieuw onderkomen voor het archief te bouwen. Dordrecht is daarmee een van de eerste gemeenten met een speciaal voor de bewaring van archieven ontworpen gebouw. In een gevelsteen staat het jaar 1915 gebeiteld. Het archief kan er overigens pas twee jaar later zijn intrek nemen, omdat het gebouw tijdelijk nodig is voor de burgerlijke stand. Bovendien moet het eerst goed worden drooggestookt met het oog op geschikte bewaarcondities.

HET ARCHIEFGEBOUW

BOMMEN?

Het nieuwe gebouw bestaat aan de linkerzijde van de entree uit vier depots. Aan de rechterzijde bevinden zich op de begane grond de werkruimte van de conciërge-boekbinder en een kamer voor het Dordracum Illustratum. Boven zijn de studiezaal en de werkkamer voor de archivaris en zijn assistent. Nederland is neutraal, maar tot in het archief is te merken dat over de grenzen de Eerste Wereldoorlog woedt: de Duitse firma die nieuwe stalen rekken zou leveren voor de depots, annuleert het contract. Het staal is nodig voor andere doeleinden…
Van Dalen is dik tevreden met de nieuwbouw. Hij besluit zijn opsomming van de veiligheidsgaranties met de verzuchting: ‘Voor de bliksem hopen wij bewaard te blijven.’ Hij zal wel niet hebben vermoed dat van boven heel andere gevaren dreigen, maar zijn opvolgers zijn alert. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ligt er dertig centimeter grind op het dak. De twee bovenste depots zijn volgestouwd met zandzakken. De archieven worden verplaatst naar de onderste depots en de kelders. Deze constructie moet de archieven beschermen tegen een eventuele bominslag. Gelukkig blijft een test uit. Alleen vijf ruiten sneuvelen in de oorlog.

STUDIEZAAL DOOR DE JAREN HEEN

VERNIEUWING

Het Stek biedt volop ruimte voor archieven, maar ook voor het stijgend aantal mensen dat daarin wil speuren. Voorouderonderzoek neemt in de 20ste eeuw een hoge vlucht. Daarnaast wordt het archief geraadpleegd voor wetenschappelijke doeleinden. De Dordtse archivarissen hebben ook altijd tentoonstellingen georganiseerd om een groter publiek in aanraking te brengen met de geschiedenis van stad en land. Op het Stek zelf is ruimte voor kleine exposities, voor grotere zoekt het archief samenwerking met andere partners, zoals de Vereniging Oud-Dordrecht en het Dordrechts Museum.
In de loop van de jaren ’50 beginnen de depots vol te raken. Voor het groeiend aantal medewerkers ontbreken bovendien werkplekken. Vanaf 1968 ontstaat er wat lucht doordat het archief het Leprooshuis aan de Vriesestraat mag gebruiken voor de bibliotheek, de historisch-topografische atlas, de afdeling restauratie en een expositieruimte.
Intussen lijkt het Stekgebouw te sneuvelen in het kader van de sanering van de binnenstad. De inzichten daarover wijzigen zich echter, waarna de gemeenteraad besluit tot uitbreiding en vernieuwing van het Stek. De oude depots worden verbouwd tot expositieruimte, studiezaal en werkruimtes. In de aanbouw aan de zij- en achterkant komt depotruimte voor ongeveer zes kilometer archief.

SCHATKAMERS VAN HET ARCHIEF

REGIOFUNCTIE

Het naambordje op de gevel verandert meer dan eens, als gevolg van reorganisaties. Van Stadsarchief wordt het in 2007 Erfgoedcentrum DiEP, wanneer ook de collecties van Monumentenzorg en Archeologie aan het archief worden toegevoegd. Met ingang van 2013 is het archief organisatorisch onderdeel van het Dordrechts Museum en gaat het verder als Regionaal Archief Dordrecht.
Vanaf de jaren ’90 sluiten zich twaalf regiogemeenten aan met honderden meters archief. Daardoor wordt het gebouw veel te klein, terwijl het ook niet meer voldoet aan de eisen van de Archiefwet. Dit noodzaakt het archief naar andere locaties te vertrekken. Alle collecties worden ondergebracht in het moderne Stadsdepot uit 2005 en de studiezaal verhuist naar het Hof. Omdat het oudste gedeelte van het Stek uit 1915 de gemeentelijke monumentenstatus heeft, wacht in ieder geval dit deel op een nieuwe bestemming.

GEMEENTEARCHIVARISSEN

Sluit het Verborgen Museum